004 Sir Edward Grey en de liefde voor vogeltjes (zondag 19 juli 1914)

 

Sir Edward Grey

Sir Edward Grey

De Britse minister van Buitenlandse Zaken had halverwege juli 1914 zijn ‘finest hour’ kunnen beleven. Maar helaas, Sir Edward Grey zag de lichten in heel Europa uitgaan. En hij wist: ik zal ze niet meer zien branden.

Als op 23 juli 1914 Oostenrijk-Hongarije de Serviërs opzadelt met een haast onmogelijk ultimatum, moet in Londen Sir Edward Grey’s finest hour aanbreken. Helaas, de Britse minister van Buitenlandse Zaken talmt en talmt. Grey is een fervent vliegvisser, maar nu het er als minister van Buitenlandse Zaken op aankomt, werpt hij veel te laat zijn aas in het water. Hij waagt nog wel een bemiddelingspoging, maar verzuimt de kemphanen op het continent duidelijk te maken waar zijn Engeland zelf staat.

Stel dat Grey van meet af aan tegen Frankrijk en Rusland had gezegd: ‘Reken niet op ons, wij hebben hier onze handen al vol aan Ierland.’ Hadden die twee er dan wellicht voor gekozen toch maar een oogje toe te knijpen terwijl Oostenrijk een tik uitdeelde aan Servië? Stel dat Grey zonder dralen tegen Duitsland en Oostenrijk had gezegd: ‘Over mijn lijk verstoren jullie het evenwicht in Europa. Engeland staat pal achter Frankrijk en Rusland.’ Had Berlijn er dan misschien heel wat krachtiger bij Wenen op aangedrongen de boel niet zo op de spits te drijven?

Geen van beide scenario’s heeft hij uit de la gehaald. Het weifelen van Grey heeft hem uiteindelijk zijn reputatie gekost, al is ie vooral beroemd geworden door die ene oneliner. Aan de vooravond van het uitbreken van de Grote Oorlog moet Grey, starend uit een raam van zijn Foreign Office, in een helder ogenblik tegen een vriend hebben gezegd. ‘The lamps are going out all over Europe; we shall not see them lit again in our lifetime.’

Groot-Brittannië kent geen minister van Buitenlandse Zaken die langer de majesteit heeft gediend dan Sir Edward Grey. Hij trad onder premier Sir Henry Campbell-Bannerman aan als hoofd van het Foreign Office in 1905 en moest pas wijken toen David Lloyd George eind 1916 de regering kwam overnemen van die andere liberale premier, Herbert Asquith. Geen andere Europese minister van Buitenlandse Zaken had in de voorafgaande jaren zo’n sterke machtspositie.

Grey, een vertegenwoordiger van de Liberal Party, stamt uit een familie van ambtsdragers, onder wie Earl Grey, bekend nadien van de thee. Edward is de oudste uit een gezin van zeven kinderen. Zijn opleiding volgt hij in Winchester en Oxford. In de jaren voor de oorlog toont Grey zich een bekwaam minister. Hij tekent in 1907 voor een detente in de betrekkingen met Rusland, waarmee de Conservatieve regeringen voordien op gespannen voet hebben gestaan. Voor Grey staat vast dat voor het machtsevenwicht Rusland als factor in de Europese politiek onontbeerlijk is. In Centraal-Azië komt hij met de Russen ook een afbakening van elkaars invloedssferen overeen.

Ook met Frankrijk haalt Grey de banden aan. Als staatssecretaris van Buitenlandse Zaken heeft hij in 1895 nog van een ‘unfriendly act’ gesproken toen de Franse ontdekkingsreiziger Jean-Baptiste Marchand een expeditie naar de bovenloop van de Nijl aanving. Een oorlog met Frankrijk was op dat moment nog verre van ondenkbeeldig. In de nieuwe eeuw treedt echter hartelijkheid op in de relatie tussen Londen en Parijs, al ziet Grey als architect er wel op toe dat die Entente Cordiale niet uitmondt in een dwangbuis voor de Britten, die immers zo gehecht zijn aan hun splendid isolation.

De grootste bedreiging daarvoor komt uit Duitsland, meent ook Grey in die vooroorlogse jaren. De Duitsers overwegen serieus een invasie, is zijn inschatting. Germanofobie is de Britse minister van Buitenlandse Zaken niet vreemd. Tijdens hun vakanties brengen Duitse officieren de Britse kusten strategisch in kaart, veronderstelt hij. Grey’s beleid is echter niet gericht op een militair conflict met het economisch vitale Duitsland. ‘Containment’ is het uitgangspunt: Grey tracht Duitsland onder de duim te houden door het samen met andere grootmachten, Frankrijk en Rusland met name, te isoleren.

Zijn omzichtige manoeuvres, en de militaire verplichtingen die daaruit voortvloeien, spelen zich af in een sfeer van ‘hush hush’, zo zal oorlogspremier David Lloyd George in zijn memoires klagen over de gebrekkige informatieverstrekking vanuit het Foreign Office tijdens Grey’s ambtsperiode. ‘Zijn treffende fysionomie met de dunne lippen, de stevig gesloten mond en strakke gelaatstrekken gaven de indruk van koud staal’, vervolgt Lloyd George. ‘Voeg aan die uiterlijkheden zijn gereserveerde stijl van spreken toe en de rustige uitingen tijdens de zeldzame keren waarop hij sprak en men was geneigd een onverstoorbare kracht in geval van nood te verwachten.’

Tijdens de Julicrisis van 1914 heeft Grey die verwachting niet waar kunnen maken, zal Lloyd George pijnlijk duidelijk maken, maar drie jaar eerder was Grey goed uit de verf gekomen toen Duitsland en Frankrijk in 1911 opnieuw over Marokko met elkaar in botsing kwamen tijdens de Agadir Crisis. De Duitsers stuurden een kanonneerboot, de Panther, naar Noord-Afrika en escalatie dreigde. Grey koos samen met zijn premier Asquith voor een ferme waarschuwing aan het adres van Duitsland. Het sorteerde effect: Duitsland kroop in zijn schulp. De les om in voorkomende gevallen overeenkomstig te handelen, heeft Grey niet getrokken.

Algemeen wordt aangenomen dat Grey, de behoedzaamheid zelve, het gevaar in die mooie zomer van 1914 niet heeft zien aankomen. Groot-Brittannië was vooral doende met de kwestie van de Home Rule: de Ieren die zich los willen maken van Groot-Brittannië. Winston Churchill heeft aldus het moment beschreven waarop in een kabinetsvergadering de schaduw van de Julicrisis eindelijk over de Ierse kwestie heen viel: ‘De kalme, ernstige stem van Sir Edward Grey klonk, terwijl hij een document voorlas dat hij pas had ontvangen van Buitenlandse Zaken. Het was de Oostenrijkse boodschap aan Servië. (..) De parochies van Fermanagh en Tyrone zakten weer weg in de Ierse mist en buien, en ineens viel er een vreemd licht (..) over de kaart van Europa, dat zich snel verspreidde.’

Een week na de aanslag op Franz Ferdinand komt de Duitse ambassadeur Grey erop attenderen dat de spanningen wel eens hoog op kunnen gaan lopen. Grey wordt door Duitsland verzocht om Rusland tot kalmte te manen. Die rol kiest Grey ook uit; de rol van welwillende bemiddelaar, die op z’n tijd ‘rustig, rustig’ roept, waar hij beter met de vuist op tafel had kunnen slaan. Ook op de 23e juli, de cruciale dag van het Oostenrijks ultimatum, laat hij kostbare tijd voorbijgaan. Hij onderneemt nog wel een poging de 48 uur op te rekken waarbinnen Servië van Oostenrijk op het ultimatum moet reageren, maar die boodschap komt in Wenen niet aan.

In Berlijn hebben ze naar Grey’s voorstel van internationale bemiddeling tussen Rusland en Oostenrijk nog wél oren. De Duitse keizer is immers niet uit op een grootschalig conflict. Hij wil slechts de voorwaarden scheppen waaronder Oostenrijk met Servië korte metten kan maken. ‘Halt in Belgrado’, zo gaat die variant virtueel de geschiedenis in. De Duitse ambassadeur in Londen wordt op 25 juli, vlak voor middernacht, opgedragen om Grey te vertellen dat over zijn bemiddelingsplan te praten valt. Helaas, Grey is al uit Londen vertrokken om het weekend op zijn landgoed door te kunnen brengen.

De oorlogstrein dendert dus voort en zal uiteindelijk ook het station bereiken van Sir Edward Grey. Zonder het Britse kabinet daarin te kennen, spreekt Grey op 29 juli nog enkele vermanende woorden, ‘entirely calm but very grave’, aan het adres van de Duitse ambassadeur. Mocht het conflict tussen Oostenrijk en Servië niet ‘gelokaliseerd’ worden, dan zou het voor Groot-Brittannië niet ‘practicable’ zijn om zich terzijde te houden. Grey koppelt daar de huiveringwekkende voorspelling aan vast dat een oorlog de ‘greatest catastrophe’ zal zijn die de wereld ooit heeft aanschouwd. Het is allemaal te laat. Vanuit Berlijn zijn de keizer en zijn kanselier niet meer bij machte om in Wenen de teugels aan te trekken. De escalatie van het conflict zal later door Grey, net als door zijn Russische collega Serge Sazonov, tot de verantwoordelijkheid van Duitsland worden gerekend.

Als Duitsland op 4 augustus de oorlog aan België verklaart, is het ook met de neutraliteit van Engeland gedaan. Grey heeft het Britse lot niet onlosmakelijk verbonden aan Servië, Frankrijk of Rusland, maar van het kleine, neutrale België moest de Duitser met zijn tengels afblijven. Zijn historisch gelijk haalde Grey uit een verdrag uit 1839, dat ook door het toenmalige Pruisen was ondertekend en dat de neutraliteit van de jonge Belgische staat had gegarandeerd. Voor Grey was dat verdrag een erezaak, maar de Duitse kanselier Von Bethmann Hollweg moet het in een onderhoud met de Britse ambassadeur weg hebben gezet als een papiertje, een ‘scrap of paper’. In zijn memoires heeft Grey overigens aan laten tekenen dat de invasie van België dan wel de aanleiding voor oorlogsdeelname was geweest, maar dat zijn eigen gevoel hem ingaf toch vooral Frankrijk te moeten helpen.

Gaandeweg de oorlog ervaart Grey dat buitenlands beleid amper bestand is tegen militaire dynamiek. Hij werkt hard aan het verstevigen van de banden met Frankrijk en Rusland. Afgesproken wordt dat geen van drieën een afzonderlijke vrede na zal streven. Op Grey’s conto mag ook het belangrijke Pact van Londen worden geschreven, waarbij Italië zich aan de zijde van de geallieerden schaart. Maar hij verkijkt zich op de politieke stemming in Turkije en Bulgarije, die zich bij de Centrale machten aansluiten, en slaagt er ook niet in om Griekenland en Roemenië tijdig en volwaardig voor de geallieerde zaak te winnen. Zijn voor de oorlog nog zo glinsterende reputatie doet zijn naam inmiddels eer aan: grijzig.

In 1916, als David Lloyd George premier wordt, moet Grey zijn ministerspost afstaan aan Arthur Balfour, voormalig premier voor de Conservatieven. Grey treedt datzelfde jaar nog als Viscount Grey of Fallodon toe tot het Hogerhuis, de House of Lords. Nog tijdens de Eerste Wereldoorlog maakt hij zich sterk voor oprichting van een Volkerenbond, waarvoor ook de Amerikaanse president Wilson zich gaat inspannen.

Een diplomatieke missie, september 1919 onder zijn leiding, om de Verenigde Staten te bewegen het Verdrag van Versailles te aanvaarden mislukt. Twee jaar is Grey ambassadeur voor Groot-Brittannië in de Verenigde Staten. Ondertussen gaat zijn gezichtsvermogen steeds verder achteruit. In 1925 verschijnen zijn memoires onder de titel Twenty-Five Years. Hij speculeert daarin over een Engels-Amerikaans-Duits bondgenootschap dat de wereldvrede moet zekeren. Een nieuwe wereldoorlog zal nog aan verwezenlijking van die atlantische gedachte voorafgaan.

Voor hij in 1933 op 71-jarige leeftijd sterft, kinderloos na twee huwelijken, verschijnt er nog een belangwekkend boek van zijn hand: The Charm of Birds. Inderdaad, de andere kant van Sir Edward Grey is die van ornitholoog. Spijtig dat ie de Duitse adelaar niet wat beter heeft bestudeerd.

 

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s