005 Jean Jaurès en het laatste aardbeientaartje (zondag 26 juli 1914)

Misschien dat ook Jean Jaurès, de leider der Franse socialisten, zich uiteindelijk voor de verdediging van de republiek had uitgesproken. Misschien. Zeker weten we dat niet, want ‘ze’ hebben Jaurès vermoord.

Het laatste aardbeientaartje

Jaurès’ is een van Jacques Brels meest aangrijpende chansons. Het is een hommage aan ‘onze grootouders’, zoals Brel ze noemt, de arbeiders. Die op hun vijftiende al op waren. Eindigden voor ze begonnen waren aan het leven. Van wie de gezichten door het zwoegen asgrauw geworden waren. ‘En als ze per ongeluk overleefden, dan was het om de oorlog in gestuurd te worden’, stervend in blinde angst op het veld van horreur.

Het refrein is één enkele vraag, die Brel zijn publiek wel twee keer voorlegt. ‘Pourquoi ont-ils tué Jaurès? Pourquoi ont-ils tué Jaurès?’ ‘Waarom hebben ze Jaurès vermoord? Waarom hebben ze Jaurès vermoord?’ Op 31 juli 1914 hebben ze Jaurès vermoord. Nou ja, het was een eenling. Hij maakte geen deel uit van een groep getrouwen, zoals Gavrilo Princip in Sarajevo een maand eerder. Een samenzweringstheorie die aannemelijk maakt dat deze Raoul Villain van hogerhand zijn bevel kreeg, is er niet.

Villain was een eenzame patriot die wel een vurig verlangen met velen deelde: het heroveren van Elzas-Lotharingen op de Duitser; datgene waar een ware Fransman niet over hoorde te spreken, maar waaraan hij altijd moest denken. ‘Y penser toujours, n’en parler jamais’, zo was het nationaal gebod geformuleerd door Léon Gambetta, de man die naam had gemaakt door tijdens het Beleg van Parijs in 1870 met een luchtballon over de hoofdstad te vliegen. Het uitwissen van de schande van 1870, de verloren oorlog tegen het Pruisen van Bismarck, die nota bene in de spiegelzaal van Versailles het Duitse keizerrijk ten doop had gehouden – dát moest iedere Fransman voor ogen staan.

Nu Frankrijk op het punt stond het onrecht ongedaan te maken in een nieuwe oorlog tegen Duitsland, zag Raoul Villain maar één gevaar op die weg: Jean Jaurès, de voorman van de socialisten. Jaurès, die de union sacrée, de heilige eenheid, in Frankrijk bedreigde. Jaurès, de pacifist, die zich verzet had tegen invoering van de driejarige dienstplicht, met net zoveel vuur als waarmee hij het voor Alfred Dreyfus had opgenomen, de Joodse officier die ten onrechte voor hoogverraad veroordeeld was en wiens zaak Frankrijk tot op het bot verdeeld had – een cause célèbre.

De Franse Republiek was ook voor Jaurès in het uiterste geval het verdedigen waard. Maar het internationalisme ging bij hem toch boven het nationalisme. Een Frans-Duitse toenadering was voor hem ook geen utopie. Helmut Kohl en François Mitterand zouden zeventig jaar na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog dát gelijk van Jaurès bewijzen, door hand in hand over de slagvelden van Verdun te schrijden.

Waarom hebben ‘ze’ dan Jaurès vermoord? Waarom trok ook de arbeidende klasse goedgemutst ten oorlog, in Frankrijk net zo goed als in Duitsland? Waar bleef die internationale solidariteit van het proletariaat? Waarom ging de roodste socialist van Frankrijk, Jules Guesde, in het oorlogskabinet zitten? En waarom stemden alle Duitse socialisten in de Rijksdag voor het verstrekken van oorlogskredieten, nog wel op de dag dat Jean Jaurès in zijn graf werd gelegd?

De socialistische leiders van Europa hadden zich in de jaren voor de Eerste Wereldoorlog suf gedebatteerd over de vraag hoe een oorlog te voorkomen. Jaurès had zich keer op keer sterk gemaakt voor de staking als middel om een oorlog lam te leggen. Maar het waren vooral de Duitse socialisten die daarin geen heil hadden gezien.

Nu het moment suprême aanbrak was de socialistische voorhoede niet bestand tegen de avances van de oorlogsgod Mars. De druk van de massa was te groot. Een socialistisch Rijksdag-lid heeft de sfeer van de julidagen van ’14 sfeer treffend beschreven. Op weg naar de stemming over de oorlogskredieten, raakte hij op het station verzeild in een groepje reservisten. ‘Denk in de Rijksdag aan ons’, zeiden ze tegen hem. ‘Zorg ervoor dat we krijgen wat we nodig hebben, wees niet karig en stem voor de kredieten.’ Dat deed hij dus, tot tevredenheid van de keizer, die zou zeggen: ‘Vanaf nu zijn er geen partijen meer. Alleen nog maar Duitsers.’

Zou ook Jaurès uiteindelijk bezweken zijn onder de golf van vaderlandsliefde die Frankrijk overspoelde? Zou hij dan ook maar ingestemd hebben met een ‘verdedigingsoorlog’? Wie weet. Maar: ze hebben Jaurès vermoord.

***

Jean Jaurès is als filosoof gepromoveerd op twee proefschriften. Een ervan, opgesteld in het Latijn, handelt over de oorsprong van het socialisme bij vier Duitse denkers: Luther, Kant, Fichte en Hegel. ‘Socialisme is geboren in de Duitse geest, lang voor de abnormale groei van haar grote industrie en de andere condities die voor het economisch socialisme nodig zijn’, luidt Jaurès’ motivatie.

De stakingen van de mijnwerkers in Carmaux, die zich van 1892 tot 1895 voortslepen, maken definitief een socialist van hem. Het is daar ook, in het Zuid-Franse departement Tarn, dat hij in een kleinburgerlijk milieu is opgegroeid. Zijn moeder heeft hem met haar liefde en tolerantie gevormd. ‘Hij had geen notie van de essentiële absurditeit die schering en inslag in het leven is’, duidde de romanschrijver Jules Romains het vertrouwen in de mensheid waaraan Jean Jaurès, hoewel niet vrij van melancholie, zijn leven lang vasthield.

Eenmaal politicus op het nationale vlak gaat hij zich grote moeite getroosten om in Frankrijk de meningsverschillen tussen gematigde en radicale socialisten te overwinnen, zoals hij ook naar een synthese zoekt van het Franse en het Duitse socialisme. Als afgevaardigde voor de socialistische partij probeert hij een dam op te werpen tegen het patriottisch tij in zijn land. In zijn krant L’Humanité roept hij ook op tot een onmiddellijk stopzetten van Frankrijks imperialistische politiek.

Op 7 juli 1914 vragen de Franse president Raymond Poincaré en zijn premier René Viviani het Franse parlement om een krediet voor hun staatsbezoek aan Rusland. De Oostenrijks-Servische vete na de aanslag in Sarajevo overschaduwt het debat. Jaurès neemt namens de socialisten het woord: ‘Wij vinden het ontoelaatbaar dat Frankrijk betrokken raakt in wilde avonturen op de Balkan, omwille van verdragen waarvan het noch de tekst, noch de zin, noch de beperkingen en noch de gevolgen kent. (..) Toen de tsaristische contrarevolutie de dappere Russen die hun basisvrijheden op heroïsche wijze hadden veroverd liet executeren of gevangen zetten, verloor Frankrijk zijn enige garantie dat het verdrag met Rusland een rechtvaardig doel diende.’ Alleen de socialisten stemmen tegen de 400.000 franc.

Op 29 juli, twee dagen voor zijn dood, komen op een spoedbijeenkomst in Brussel de socialistische leiders van Europa bij elkaar. Lenin is er namens Rusland niet bij. Maar de Oostenrijker Viktor Adler, de Duitser Hugo Haase, de Brit Keir Hardie, de Belg Emile Vandervelde en ook de Nederlander Pieter Jelles Troelstra – ze zoeken naar een kans om het tij te keren. Maar vinden die niet. Pijnlijk wordt duidelijk dat de socialisten alleen hun eigen regeringen tot de vredelievende partij rekenen.

Jaurès zal ’s avonds op een massabijeenkomst ten overstaan van de Brusselse arbeiders nog wel zijn arm om de schouders van de Duitser Haase slaan. En hij steekt een gloedvol betoog af. De man heeft charisma: niet alleen zijn baard doet aan Karl Marx zelf denken. De massa zwaait met witte kaarten waarop ‘guerre à la guerre’ staat geschreven: ‘oorlog aan de oorlog’.

Als Jaurès afscheid neemt, stelt hij de Belg Vandervelde nog gerust. Er zijn vaker van dit soort crises geweest. ‘Dat er geen oplossing wordt gevonden is onmogelijk’, zegt hij. Jaurès stelt zelfs nog voor om in het museum de schilderkunst van de Vlaamse primitieven te bewonderen.

Op de avond van 31 juli, de dag waarop Duitsland Rusland voor de laatste keer waarschuwt, bestelt Jean Jaurès een aardbeientaartje in het Café du Croissant aan de Rue Montmartre, hartje Parijs. Raoul Villain loopt langs het raam en vuurt twee kogels af op Jaurès. De meest prominente socialist van Europa sterft binnen enkele minuten. ‘De eerste dode van de oorlog’, zullen ze hem gaan noemen.

’s Middags had hij ten overstaan van journalisten zijn hart nog gelucht: ‘Gaan wij een wereldoorlog ontketenen, omdat Izvolski nog steeds kwaad is om het bedrog van Aerenthal tijdens de Bosnische affaire?’ Louis Malvy, de minster van Binnenlandse Zaken, had Jaurès ook nog aangeschoten. Het moest afgelopen zijn met de vriendelijke toon aan het adres van de Russen. Het gevaar voor Frankrijk was veel groter dan dat voor Rusland.

De schrijver Roger Martin du Gard heeft jaren nadien deze impressie gegeven van het wegvoeren van Jaurès’ lijk door de straten van Parijs: ‘Toen het paard het op een draf je zette en de ambulance, geëscorteerd door agenten op de fiets, kletterend zijn weg naar de Beurs insloeg, zwol uit het niets een rumoer aan, als het brullen van een boze zee waarin het klingelen van de bel verdronk; het was alsof de sluizen open waren gegaan en de opgekropte emoties van de massa nu vrij kwamen: Jaurès! Jaurès! Jaurès! Jaurès voor altijd!’

Het nieuws schokt de Franse regering, met name premier Viviani, een oude kameraard van Jaurès. Samen hebben ze nog het dagblad L’Humanité opgericht. De ministers zijn bang dat de moord op Jaurès tot rellen zal leiden. Dat Frankrijk verscheurd de confrontatie met Duitsland aan moet gaan. Maar dat blijkt reuze mee te vallen. Er heerst op grote schaal verdriet om de ‘machtige eik’ die geveld is, maar dat verdriet vertaalt zich niet in verzet tegen de oorlog.

***

‘Pourquoi ont-ils tué Jaurès?’ Jacques Brel stelt die vraag terecht tweemaal. Waarom hebben ze Jaurès, de vader, vermoord. En waarom ook zijn enige zoon? Louis Jaurès meldt zich in 1915 op 17-jarige leeftijd vrijwillig bij het leger aan. Hij heeft dat zelf als volgt verklaard: ‘Wanneer je de eer hebt zoon van Jean Jaurès te zijn, moet je het voorbeeld geven. Het filosofisch internationalisme is niet onverenigbaar met de verdediging van het vaderland als het voortbestaan daarvan op het spel staat.’ Louis Jaurès sneuvelt op 3 juni 1918, als het Franse leger bij de Chemin des Dames een Duitse opmars tegen wil houden.

Raoul Villain, de moordenaar van vader Jaurès, heeft niet voor zijn vaderland gestreden in de frontlinie. Hij brengt in voorarrest de hele Eerste Wereldoorlog door in een cel. De rechtszaak volgt na de oorlog. Het ongelooflijke gebeurt: Villain wordt vrijgesproken. De jury vindt dat hij het vaderland met zijn daad gered heeft van de ondergang. De weduwe Jaurès wordt daarbij veroordeeld tot het betalen van de proceskosten. Villain vertrekt naar Ibiza, waar hij een bestaan in de marge gaat lijden. In 1936, ten tijde van de Spaanse Burgeroorlog, moeten Republikeinen hem voor een Franco-handlanger hebben aangezien. Hij wordt dood op het strand gevonden. Een kogel in de hals van de man die Jaurès heeft vermoord.

Waarom?

Advertisements

One thought on “005 Jean Jaurès en het laatste aardbeientaartje (zondag 26 juli 1914)

  1. Pingback: de Franse socialist Jean Jaurès is vermoord | Martinus Evers

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s