007 (Dikke) Bertha Krupp en de verschrikkelijke luchtdruk (9 augustus 1914)

Ze schijnt best aardig te zijn geweest en zo corpulent was ze helemaal niet. Maar helaas, Aardige Bertha zal altijd schuil blijven gaan achter Dikke Bertha, de monsterlijke houwitser uit de Duitse Krupp-fabrieken.

De verschrikkelijke luchtdruk

‘Dit is geen geschut, geen oorlogstuig. Dit is een reus, geweldig en verschrikkelijk, die in razende woede over de vlakte jaagt en alles met zijn ijzeren voetstappen vermorzelt.’ Het is een Duitse soldaat die heeft getekend voor deze recensie van Dikke Bertha, het meest fameuze monster uit de Grote Oorlog. ‘Een verschrikkelijke, ongekende wervelstorm raast brullend, sissend en gierend door de lucht; de verschrikkelijke luchtdruk rukt daken van huizen, trekt honderdjarige bomen uit de grond en doet vogels ter aarde storten.’

 

Wat zou Bertha Krupp er zelf van hebben gevonden dat haar naam zo oneerbiedig werd verbonden aan niet alleen de vreselijke houwitser uit de begindagen van de oorlog? Toen in 1918 een nóg vervaarlijker kanon de Franse hoofdstad onder vuur ging nemen, spraken angstige Parijzenaars van la grosse Bertha.

 

Foto’s van haar tonen geen corpulente dame, dus dat ‘dikke’ was sowieso niet op haar van toepassing. Eigenaardige lolligheid, dergelijke koosnaampjes voor het  meest geduchte wapentuig. Slanke Emma was de naam van de 305 millimeter-houwitser uit de Skoda-fabriek van de Oostenrijkers in Tsjechië. Als haar zusje kwam Slanke Emma een week na Luik Dikke Bertha assisteren bij het beuken op de forten van Namen. Het kanon waarmee de Duitsers ondermeer het Franse Duinkerken bestookten, werd Lange Max genoemd. En jaren later, aan het eind van de Tweede Wereldoorlog, doopten de Amerikanen hun eerste atoombom  hoe cynisch – Little Boy.

 

Ze moesten Dikke Bertha al snel van stal halen, de Duitsers. Hun held Erich Ludendorff, een ware houwdegen, was zomaar de citadel van Luik binnengetrokken. Maar de forten van de stad aan de Maas waren daarmee nog niet gevallen. Als de sterkste van Europa stonden ze te boek. Het waren nota bene de Duitsers zelf geweest die België in de jaren tachtig van de negentiende eeuw tot het bouwen ervan hadden aangespoord. Als de Fransen nog ooit wraak kwamen nemen voor 1870, dan zou hun route naar Duitsland wel eens via de laagvlakte rondom Luik kunnen lopen, had men in Berlijn voorzien.

 

In een cirkel rondom Luik lagen ze, twaalf stuks. Een kilometer of vier zat er steeds tussen twee vestingen van beton en ijzer, grotendeels onder de grond gebouwd. Vierhonderd kanonnen en drieduizend man herbergde de ring van forten. Met veldgeschut waren ze niet klein te krijgen, wist Ludendorff. Hij riep de hulp dus in van Dikke Bertha, een houwitser met een kaliber van 420 millimeter, twee keer zoveel als het zwaarste kanon van de Luikse forten zelf.

 

De Dikke Bertha slingerde haar projectiel met een grote boog richting vijand. Twaalf kilometer verder kon zo’n 820 kilo zware granaat neer laten ploffen. Twee Bertha’s hadden op 10 augustus de fabrieken van Krupp in Essen verlaten. Twintig uur duurde het om ze op het station van Herbestal van de trein te halen en weer in elkaar te zetten. Daarna volgde nog een helletocht over de weg, waarbij de twee kolossale mortieren zich door Daimler-Benz tractoren voort lieten trekken, tot niet ver van de forten.

 

Vanuit luchtballonnen en kerktorens gaven artilleriewaarnemers de coördinaten door aan de mannen achter Dikke Bertha. Het fort Pontisse, dat lichter geschut van de Duitsers al een paar dagen had weerstaan, gaf zich nu snel over. Om vervolgens ook het fort Loncin te slopen moesten 36 paarden een Dikke Bertha dwars door Luik trekken.

 

Generaal Leman bevond zich in het fort Loncin. Hij wist dat de uren van het fortenstelsel geteld waren, maar weigerde zich nog altijd over te geven. De wraak van Dikke Bertha was meedogenloos. Een toevalstreffer landde in de kruitkamer van Loncin, dat aldus van binnenuit ontplofte. Zijn gietstalen geschutskoepels sprongen als vlooien door de lucht, tot een hoogte van wel honderd meter. Waar ze ondersteboven neerkwamen, liggen ze nog altijd, macabere pronkstukken van het museum dat Fort Loncin geworden is.

 

Honderden van zijn verdedigers verdwenen onder het puin van Loncin. Voor het leven van Leman zelf moest ook worden gevreesd. Maar de man wist zich ternauwernood aan de puinhopen te ontworstelen, om pas in de gracht rond het fort het bewustzijn te verliezen. Een Duitse officier moest van Leman, eenmaal weer bij kennis, noteren dat hij zichzelf niet had overgegeven. Uit respect gaf de officier Leman zijn sabel terug.

 

Door het machtsvertoon neigden de commandanten van de forten van Hollogne en Flemalle ernaar de vlag te strijken. Van Leman in zijn ziekenhuisbed kwam echter het consigne dat geen fort zich over mocht geven zonder beschoten te zijn. Belgen en Duitsers kwamen daarop overeen dat enkele symbolische salvo’s afgevuurd werden. Op 16 augustus, om half tien in de ochtend, had Luik geen fort meer over. Met een vertraging van vier dagen lag de weg naar Brussel eindelijk voor het Eerste Leger van generaal Alexander von Kluck open.

 

Luik had dus de niet te benijden primeur, maar later maakten ze ook in Namen, Antwerpen, Maubeuge, Verdun, Ieper en Oudenaarde kennis met de ongelooflijke vuurkracht van de Dikke Bertha’s. Toch hebben ze in de loop van de oorlog, hoe gevreesd ook onder de vijand, in strategisch opzicht het verschil voor de Duitsers niet weten te maken. Loopgraven werden de ware forten van de Eerste Wereldoorlog. Muren van beton en ijzer kon Dikke Bertha aan. Modder en prikkeldraad, dat was een ander verhaal.

 

Wat dat betreft zouden de Fransen meer plezier beleven aan hun veel lichter veldgeschut, het 75 millimeter-kanon. Het gaat daarbij om vlakbaangeschut, dat zijn projectielen bijna horizontaal afvuurt. Een houwitser als de Dikke Bertha is krombaangeschut. Het woord houwitser komt dan ook van het Tsjechische houfnice, dat ‘slinger’ betekent.

 

***

Krupp luidde de achternaam van Bertha. In 1811 was de familie haar bedrijfje met vier arbeiders begonnen. Een eeuw later verdienden 79.000 arbeiders hun brood bij Krupp Werke in Essen. Alfred Krupp, bijgenaamd Alfred de Grote, ook wel de Kanonnenkoning, had in de negentiende eeuw van het bedrijf een stalen vorstendom gemaakt. Wie bij Krupp werkte, was Alfreds onderdaan. De grondwet van het bedrijf heette de General-Regulativ. Plichten van de werkgever stonden er niet in, net zomin als rechten van de werknemer. Straffen voor te laat op het werk verschijnen, zedeloos gedrag of een gebrek aan arbeidsdiscipline waren wel nauwkeurig omschreven. Zo kon Krupp Werke met een ijzeren regelmaat zijn granaten, kanonnen en spoorstaven uitbraken.

 

Was dit een bedrijf voor een dame? Nee, zou men zeggen. Maar in 1902 valt het imperium toch toe aan Bertha Krupp. Haar vader Friedrich, zoon van Alfred de Grote, is verstrikt geraakt in een seksueel schandaal. De Italiaanse pers is gaan schrijven dat hij zich op het eiland Capri aan jongetjes heeft vergrepen. Als niet veel later Friedrich Krupp sterft, is een hersenbloeding de officiële lezing. Velen gaan er echter van uit dat Friedrich Krupp de hand aan zichzelf heeft geslagen.

 

Bertha, de oudste van twee dochters, krijgt op haar zestiende de Krupp-bezittingen achter haar naam. Het is zaak om snel naar een goede kerel voor haar op zoek te gaan. Keizer Wilhelm II zal daar persoonlijk naar omkijken. Het wordt de Pruisische diplomaat Gustav von Bohlen und Halbach, die geboren werd in Den Haag, zestien jaar voor Bertha Krupp ter wereld kwam. Per keizerlijk decreet mag hij de naam Krupp voor de zijne plaatsen. Wilhelm is zelf ook bij het huwelijk aanwezig.

 

Krupp is de trots van Duitsland. Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog is het Duitslands grootste bedrijf, al is de omzet van het Amerikaanse US Steel vijf keer zo groot. Bertha staat met 283 miljoen mark op de bank bekend als de welvarendste ingezetene van het keizerrijk, met de keizer zelf op nummer vijf.

 

Krupp heeft in Duitsland nagenoeg het monopolie op de fabricage van zware wapens. Ook buiten de landsgrenzen weet het voor de oorlog zaken te doen. Bizar detail is dat het na de Wapenstilstand een riant bedrag heeft gekregen van de concurrerende Britse firma Vickers. Die had al in 1902 met Krupp een leasecontract voor een ontstekingsmechanisme afgesloten. Na de oorlog werd door Vickers afgerekend op basis van het aantal Duitse verliezen ten gevolge van geallieerde artillerie. Zo verdiende Krupp aan dode Duitsers.

 

Met het geld van Vickers en overheidssteun van de Weimar Republiek kon Gustav al snel weer aan de herbewapening van Duitsland gaan werken. In Nederland werden in het geheim bunkers voor de productie van onderzeeboten gebouwd, terwijl in Zweden aan de perfectie van nieuw geschut werd gewerkt.

 

De faam van Krupp zou aldus ook ná de Eerste Wereldoorlog stand houden. In het Derde Rijk ging Adolf Hitler brallend het rolmodel voor de jeugd van Duitsland uittekenen: ‘flink wie Windhunde, zäh wie Leder und hart wie Kruppstahl’.

 

***

 

Bertha Krupp von Bohlen und Halbach, anders dan de familietraditie voorschreef gelukkig getrouwd, kreeg acht kinderen. Een zoon stierf kort na de geboorte, twee andere sneuvelden in de Tweede Wereldoorlog, een derde werd tien jaar lang door de Sovjet-Unie gevangen gehouden. Manlief Gustav, de feitelijke loodsman van Krupp in het interbellum, is in 1945 van oorlogsmisdaden beschuldigd, maar hij was te seniel om terecht te staan. Dat lot onderging de oudste zoon Alfried wel. Hij werd er met name van beschuldigd gevangenen vanuit concentratiekampen als slaven te hebben ingezet. Zo had Krupp niet ver van Auschwitz een fabriek die de naam Berthawerk droeg. Alfried is door het Neurenberg Tribunaal veroordeeld. Hij kwam pas in 1951 vrij. Het concern dat hij van zijn vader had overgenomen, was na afloop van de Tweede Wereldoorlog onteigend.

 

Naar Bertha Krupp is behalve een monsterlijk mortier en een fabriek nabij een vernietigingskamp ook een ziekenhuis vernoemd. Aan het eind van haar leven – ze sterft in 1957 op 71-jarige leeftijd – moet ze menigeen vertederd hebben met bezoekjes aan behoeftige Krupp-arbeiders. Ze schonk de grond waarop een kerk gebouwd ging worden. En nog altijd gaan aan de Kerckhofstrasse in Essen  kinderen naar de Bertha Krupp-Realschule.

 

Kleindochter Diana Maria Friz schreef in 2011 een biografie waarin Bertha Krupp als een krachtige persoonlijkheid naar voren komt. Het is de overtuiging van de kleindochter dat Grossmutter het heft in eigen handen heeft gehouden, hoewel haar man naarbuiten toe het Krupp-concern uitdroeg. ‘Tot aan haar laatste dag bleef ze het middelpunt van haar grote familie. Wij kleinkinderen houden haar in herinnering als een grote dame, die bedaardheid en savoir vivre aan moederschap en genegenheid verbond. Ze stond dichter bij ons dan onze ouders, want de oorlog, het ineenstorten van de firma in 1945, het weduwschap en ook de ouderdom hebben haar milder gemaakt, zodat zij aan ons gevoelens kon tonen die zij zichzelf niet veroorloofd had om aan haar kinderen te tonen.’

Advertisements

2 thoughts on “007 (Dikke) Bertha Krupp en de verschrikkelijke luchtdruk (9 augustus 1914)

  1. Hé Tom,
    Deze episode (van Samsonov) is weer geweldig!
    Het Von Schlieffenplan heb je overigens ‘grappig en direct’ aangekaart.
    Leuke manier van vertellen heb je trouwens, maar dat had ik al eerder verteld…, of niet?
    😉
    Ga zo door man!
    Groet, Kees

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s