009 Arthur Machen en de pijlen van Agincourt (23 augustus 1914)

Het heeft de hele nacht geregend. Het slagveld, een open doorgang tussen twee bossen, is een moddervlakte. De twee legers wachten af. Dan nemen de Engelsen, fors in de minderheid, het voortouw. Ze laten een salvo van pijlen los. Getergd stormen de Franse ridders op hun paarden naar voren. Zwaar bepantserd leggen ze het af tegen de lichtvoetige Engelsen, van wie de boogschutters ongenadig blijven vuren. Afgeslacht worden de Fransen.

 

Nee, dit is niet de Eerste Wereldoorlog. Dit is de Honderdjarige Oorlog: 25 oktober 1415, de Slag bij Azincourt. De Engelse long bows triomfeerden over de Fransen, die toch zo dapper, of doldriest, ten strijde waren getrokken. Vijf eeuwen later bleek, in een veel grotere oorlog, die ongebreidelde lust tot aanvallen nog altijd in de genen van het Franse leger te zitten.

 

In 1914 zien we ook de heroïsche boogschutters van de Engelsen, the bowmen, terug. Het zijn deze keer geen Fransen, maar Duitsers op wie ze hun pijlen laten regenen. Azincourt heet nu Mons, Bergen op z’n Vlaams. Saint George, de patroonheilige van Engeland, heeft the bowmen of Agincourt eropuit gestuurd. ‘Saint George! Saint George!’, waren de Engelse soldaten hem aan gaan roepen, terwijl ze ingegraven lagen achter het kanaal van Mons. En toen zagen ze het duidelijk: een lange rij gedaantes, omgeven door licht. Mannen die hun bogen spanden. Pijlen die, zingend en prikkend en vergezeld van kreten uit de kelen van hun schutters, als wolken naar de Duitse horden vlogen.

 

Zo moet het gebeurd zijn, want zo staat het in de krant. Ruim een maand na de Slag bij Mons publiceert Arthur Machen een ‘waarheidsgetrouw’ verslag van de eerste slag die Engelsen in de Grote Oorlog hebben moeten leveren. Machen heeft een voorliefde voor het bovennatuurlijke en het obscure. Hij is opgegroeid in Wales, waar Kelten en Romeinen een waas van mythes over het landschap hebben gesponnen. In 1890 al publiceerde hij de novelle The Great God Pan, dat jaren later door bestsellerauteur Stephen King is betiteld als ‘misschien het beste horrorverhaal in de Engelse taal’.

 

Zijn wonderlijk verslag van de Brits-Duitse confrontatie bij Mons kleedt hij zo geloofwaardig mogelijk in. De militaire censuur heeft hem toegestaan het verhaal te vertellen, schrijft Machen. Het is het verhaal van een kleine Engelse troep die een overmacht aan Duitsers met hun zware artillerie heeft weten te weerstaan. Ze hadden alle hoop al laten varen. In de woorden van Machen: ‘Er breekt in een storm op zee een moment aan waarop mensen tegen elkaar zeggen: ‘Het is nu op z’n slechtst, harder kan het niet waaien’. En dan is er een windvlaag, tien keer sterker dan elke daarvoor. Zo was het gesteld in de Britse loopgraven.’ En toen kwam de zegen van boven, in de gedaante van boogschutters. De Duitsers konden dat niet bevroeden, vervolgt Machen. Zij vermoedden dat de Engelsen beschikten over granaten met een onbekend gifgas, want op de lichamen van de tienduizend gesneuvelde Duitsers waren geen verwondingen aangetroffen.

 

Machen publiceerde zijn geschiedenis van de bowmen in The Evening News, een van de kranten van Alfred Harmsworth, die als Lord Northcliffe een voortrekker van de Britse propaganda tijdens de oorlog werd. Machen, zoon van een anglicaanse predikant, heeft voor de victorie zijn pen ook in opzwepende inkt gedoopt.

 

Als ‘The Angels of Mons’ – de Engelen van Bergen – heeft het verhaal van Machen zich in het Britse erfgoed genesteld. Machen zelf heeft zich daar enorm over verbaasd. In 1915 al merkte hij op dat de oorlog een ‘vruchtbare moeder van legendes’  bleek. Toen van zijn short story een boekje werd gemaakt, samen met vijf even fantastische verhalen, verontschuldigde hij zich in het voorwoord voor zijn armzalig vertelseltje, waarmee hij in de krant een kolom van 43 centimeter op pagina 3 had gevuld.

 

Na het lezen van de catastrofale krantenberichten over de terugtocht van de Britten, had Machen het verhaal van de boogschutters uit zijn duim gezogen, in de eerste plaats om zichzelf gerust te stellen. Daarna kreeg hij hun geest niet meer terug in de fles. Niet alleen in occulte kringen, maar ook in kerken, was het verhaal een eigen leven gaan leiden, waarbij de boogschutters, buiten Machen om, tot engelen waren gesublimeerd. Een Lancashire Fusillier had het tegen een verpleegster nog eens bevestigd:‘It’s true, sister. We all saw it.’

 

Het publiek hunkerde nu eenmaal naar berichten van de jongens overzee, waartegen het War Office onder bevel van Lord Kitchener een dam opwierp. Onder die omstandigheden hadden de leugenaars een gouden tijd, wist Philip Gibbs, die voor zijn accreditatie als een van de weinige, officiële oorlogscorrespondenten aan het front de prijs van een zware censuur heeft moeten betalen.

 

Waar de feiten worden verdoezeld, ontstaat in het uitgestrekte niemandsland tussen waarheid en leugen, een intense behoefte aan metafysische troost. Émile Fayolle,  generaal voor de Fransen, was daar ook niet vrij van. ‘Ik ben ervan overtuigd dat God Frankrijk opnieuw zal redden’, sprak Fayolle, die zijn twijfel in een bijzin verpakte: ‘Maar hij zal rechtstreeks moeten ingrijpen.’

 

***

 

Het Britse Expeditieleger bestond uit mannen met frontervaring. Beroepssoldaten. Vooral in de Boerenoorlog, vijftien jaar eerder, hadden ze geleerd hoe een aanval van infanteristen te weerstaan. Toen ze het bevel kregen het kanaal bij Mons te verdedigen, begonnen ze meteen zich te verschansen. Het terrein bood daartoe ook alle mogelijkheden. Mons lag in een gebied van koolmijnen. Elk gebouw, muurtje en berg van sintels werd door de Engelsen benut.

 

In 1964 maakte de BBC een 26-delige documentaire onder de titel ‘The Great War’. In de vierde aflevering komt een Engelse veteraan van Mons aan het woord: ‘Vrij plotseling, uit het niets, kwam cavalerie op ons af. Ze doken aan onze rechterzijde op. Ik zei: mijn hemeltje, het zijn Duitsers.’ De Britten beschikten over het Lee Enfield-repeteergeweer, goed voor fifteen rounds a minute. Het Duitse Mauser-geweer was tot minder in staat. Aan het eind van de dag waren1600 Britten gesneuveld, tegen een vermoedelijk aantal van 5000 Duitsers. Een Duitser die het overleefde, de romanschrijver Walter Bloem, heeft het drama zo verwoord: ‘Ons eerste gevecht was een zware, ongehoord zware nederlaag – en tegen de Engelsen, de Engelsen die wij uit hadden gelachen.’

 

Dat klonk al te fatalistisch. De Britten hadden de Duitsers één dag uitstel van hun opmars naar Parijs bezorgd. Hun aftocht werd een vernederende ervaring. Sir John French voelde zich in het pak genaaid door de Franse generaal Charles Lanrezac, die zich genoodzaakt had gezien om de grote terugtocht te blazen – tot ergernis ook van zijn superieur Joseph Joffre.

 

Elf dagen eerder was de BEF, kort voor British Expeditionary Force, geland bij Le Havre, Boulogne en Rouen. Voor de minister van Oorlog, de koloniale oorlogsheld Lord Kitchener, was het duidelijk dat dit professionele leger de kern moest gaan vormen van een veel grotere troepenmacht, opgetrokken uit vrijwilligers. Op een poster richtte hij zijn priemende blik en wijsvinger tot de natie. ‘Lord Kitchener wants you’, was de boodschap.

 

Maar voorlopig moeten The Old Contemptibles het zelf zien te klaren. Die geuzennaam zou de mannen van het Britse expeditieleger zijn verleend door niet de minste: Wilhelm II zelve. In de eerste oorlogsmaand had de Duitse keizer, zo werd althans verteld, zijn manschappen het bevel gegeven korte metten te maken met het ‘verachtelijk kleine’ leger van de Engelsen.The contemptible little army was geboren.

 

Het opperbevel over de BEF lag bij Sir John French. Hij had geen idee wat van zijn leger verwacht werd, maar kwam er al snel achter dat een offensief er niet in zat. Het Vijfde Leger van de Fransen, het meest linkse, stond aan de oevers van de Sambre onder zware druk. Generaal Lanrezac had de mannen van French aan zijn eigen linkerzijde hard nodig.

 

Het was korporaal Edward Thomas die, op een verkenningstocht, namens de Royal Irish Dragoon Guards het eerste Britse schot loste op 22 augustus 1914, vlakbij het plaatsje Soignies, Zinnik voor Vlamingen. Of het een Duitse kurassier te paard fataal is geworden, wist Thomas, nota bene een drummer in zijn regiment, niet zeker. Later in de oorlog onderscheidde Thomas zich nog door in een loopgraaf een reeks dode Duitsers van hun schoenen te ontdoen en daarmee terug te kruipen naar de eigen linie. Thomas zou de oorlog overleven, wat voor lang niet alle leden van de BEF gold. Voordat Thomas het eerste Britse schot had gelost, was een strijdmakker van hem bij een patrouille al dodelijk getroffen. John Parr was die eerste Britse casualty.

 

De Slag bij Mons van augustus 1914 was een relatief kleine confrontatie binnen de Slag der Grenzen. Voor de Britten was het de première van hun oorlog. Maar Mons zou, in 1918, voor de Britten ook het eind ervan inluiden. Op 11 november 1918, de dag van de Wapenstilstand, sneuvelde George Ellison er als laatste Britse soldaat. Hij ligt in Mons begraven tegenover John Parr.

 

Een zuil met als plaquette First Shot Memorial herinnert bij Mons nog aan het startschot van korporaal Thomas. Het restaurant aan de overkant van de straat herbergt een gedenkplaat ter ere van het Canadian 117th Battalion, dat hier halt hield op 11 november 1918, de laatste dag van de oorlog. Mons, van ’14 tot ’18 in handen van de Duitsers, mag aldus doorgaan voor het alpha en omega van de Grote Oorlog.

 

***

 

Anders dan veel andere schrijvers en journalisten heeft Arthur Machen zelf niet in de Grote Oorlog gevochten. Hij was de vijftig al voorbij toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak. Ook de tweede heeft hij van begin tot eind meegemaakt. Arthur Machen stierf in 1947, 84 jaar oud. Zijn bowmen, die angels werden, hadden voor de Britten grote propagandistische waarde. Het gaf het thuisfront het gevoel dat ze er niet alleen voor stonden. Bedoeld of onbedoeld heeft Machen zo zijn bijdrage aan de oorlogsinspanning geleverd: met een verhaal dat te mooi was om níet waar te zijn.

 

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s