012 Helmut von Moltke en zijn krankzinnige spagaat (13 september 1914)

 

De generaal was ook een zwever. Helmut von Moltke kon tegelijkertijd de allesomvattende liefde zoeken en de oorlog voorbereiden. Een zekere zelfkennis kon de opperbevelhebber van de Duitse legers niet ontzegd worden: ‘Voor de taak van veldheer in een oorlog ben ik te zwaarmoedig, te bedachtzaam, te gewetensvol, zo u wilt.’

Zijn krankzinnige spagaat

Als het drama aan de Marne zich voor de Duitsers heeft voltrokken, is Helmuth von Moltke, chef van de generale staf, ten einde raad. Hij weet het niet meer. Staart naar de kaarten. Gebroken, lichamelijk en geestelijk, vervuld ook van zelfmedelijden, moet hij de keizer melden er geen heil meer in te zien. De minister van Oorlog, de weinig tactvolle Erich von Falkenhayn, komt Von Moltkes plaats aan het front innemen. Of liever: áchter het front, want al te dichtbij het vuur is Von Moltke de afgelopen maand niet geweest. Falkenhayn zal zijn hoofdkwartier dan ook eerst eens wat dichterbij de troepen positioneren.

 

Van alle karakters die de Eerste Wereldoorlog ten tonele voert, hoort Helmuth Johannes Ludwig von Moltke bij de meest raadselachtige. De man had een tere ziel, lees je her en der. Hij speelde cello, mocht graag schilderen en kende zijn Goethe. De keizer zelf noemde hem der Traurige Julius. Maar Von Moltke had niet alleen een tere ziel. Zijn gezondheid was ook broos. Toen de machthebbers in Europa eind juli 1914 de afgrond naderden, was de 66-jarige Helmuth von Moltke aan het kuren in Karlsbad.

 

Wat nog het meest verwondert, is zijn innige verstandhouding met Rudolf Steiner, de Oostenrijkse antroposoof, geboren in hedendaags Kroatië, die nu nog op Vrije Scholen en op biologisch-dynamische landbouwbedrijven wordt vereerd als een ziener. Steiner, de man die het individu in de kosmos op doet gaan. En Von Moltke, de generaal die soldaten in de aarde laat zinken. Wat hadden die twee in hemelsnaam samen? Mevrouw Von Moltke misschien. Zij was het eerst naar Steiner toe gezweefd. Daarna had ook haar man, de hoogste militair van het Rijk, begerig zijn oren laten hangen naar de verheven gedachten van Rudolf Steiner. Tien dagen voor de Slag aan de Marne hebben de twee elkaar nog ontmoet, vlakbij het hoofdkwartier in Koblenz. Steiner drukte Von Moltke nog eens op het hart dat door kracht een door de Geest geleid volk vanuit de strijd het licht naar het hart van Europa zal weten te voeren, teneinde de mensheid te helen.

 

Wat voor spirituele invloed Steiner ook op Von Moltke heeft gehad, een pacifist heeft hij van  de generaal niet gemaakt. Integendeel, Moltke is de man die in de jaren voor 1914 op de keizer inpraat: de oorlog komt hoe dan ook en hij kan maar zo snel mogelijk uitbreken. Rusland, dat is een reus die binnenkort uit zijn slaap ontwaakt. Als het leed van de verloren oorlog tegen Japan is geleden, zal Rusland overeind komen. En dan heeft het Duitse keizerrijk niet alleen in het westen, maar ook in het oosten een groot probleem. Voordat de omsingeling definitief is, moet Duitsland lobreken. Ziedaar, het hartstochtelijk pleidooi van Helmuth von Moltke, een sociaaldarwinist, voor wie het bestaansrecht van een volk op het slagveld bewezen moest worden.

 

Daarmee is hij voor velen de verpersoonlijking van de Duitse agressie geworden. Von Moltke zal misschien gedacht hebben de oorlog te kunnen beperken tot een enkele vijand, maar het risico op een uitslaande brand is hij bepaald niet uit de weg gegaan. Anderen hebben hem dan weer weggezet als de man die de Duitse kansen verkwanseld heeft door aan het befaamde Von Schlieffen-plan te morrelen. Met name Wilhelm Groener, die Paul von Hindenburg na de oorlog op zou volgen als chef-staf van het Duitse leger, heeft Von Moltke het om zeep helpen van de Von Schlieffen-strategie in de schoenen geschoven. Nadien hebben de nazi’s hun best gedaan om de mythe van het geniale Schlieffen-plan in stand te houden.

 

Von Schlieffen zag nu eenmaal minder gevaren dan Von Moltke. Dat mag ook voor realisme doorgaan, al was de telg uit een oud Mecklenburgs geslacht voor alles een fatalist. De Fransen die de Elzas overliepen en de Russen die over Oost-Pruisen heen golfden: Von Moltke achtte niet zonder reden de gevolgen voor Duitsland ronduit rampzalig. Hij voorzag een lange, slopende oorlog, die op meerdere fronten tegelijk gewonnen zou moeten worden. Al in 1905 had hij daar zijn keizer voor gewaarschuwd: ‘Ons volk zal volkomen uitgeput zijn, zelfs als we de overwinning zouden behalen.’

 

Zijn pessimisme had voor de oorlog ook betrekking op de financiële rek van de Duitse natie: ‘Onze vijanden bewapenen zich beter dan wij, omdat wij blut zijn.’ Daar zat zeker een kern van waarheid in: historicus Niall Ferguson maakt aannemelijk dat in de financiële beperkingen van Duitsland een oorzaak van de Grote Oorlog moet worden gezien. Ferguson haalt daarvoor ook Von Moltke aan. Die betoogde in maart 1913 dat er ‘zo naar een oorlog moet worden toegewerkt dat men die zal zien als een verlossing van de grote bewapeningen, de financiële lasten, de politieke spanningen.’ Oorlog, op de keper beschouwd, is een buitenlands avontuur omwille van de binnenlandse vrede.

 

***

 

Hij had zijn naam mee. Wilhelm II moest en zou ‘zijn eigen Moltke’ hebben. De gelijknamige oom van Helmuth had aan de zijde van Bismarck het grote Duitse Rijk gesmeed in enkele glorieuze veldslagen. Met name Frankrijk, de aartsvijand, was in 1870 niet opgewassen geweest tegen Helmuth von Moltke de Oudere. Die zou zijn neef in de jaren daarna als adjudant aanstellen, waarna Wilhelm II hem in 1906 als zijn eerste man binnen het leger verkoos, als opvolger van Von Schlieffen, de vermaarde strateeg, wiens schaduw over de eerste maand van de Grote Oorlog ging hangen.

 

De benoeming was van meet af aan controversieel. En ook Von Moltke zelf zal er wakker van hebben gelegen. Hij had weinig fiducie in de keizer. Een opperbevelhebber die militaire oefeningen afblaast als het regent: dat moet voor een Pruisisch aristocraat als Von Moltke een gruwel zijn geweest. Wat moest er van Duitsland worden met zo’n monarch aan het roer? Von Moltke hield Wilhelm ook het liefst buiten de militaire plannen die klaar liggen om uitgevoerd te worden. Steiner beweert Von Moltke gevraagd te hebben naar het waarom. Omdat de keizer er ongetwijfeld over zou zijn gaan babbelen, moet Von Moltke geantwoord hebben.

 

De keizerlijke wanhoop bij Von Moltke slaat in de dagen voor het daadwerkelijk uitbreken van de oorlog past echt toe. Wilhelm II wil te elfder ure niet in het westen mobiliseren. Hij denkt en hoopt vurig dat de strijd alleen in het oosten, tegen de Rus, gevoerd kan worden. Von Moltke heeft het niet meer. Luister wat Barbara Tuchman erover schrijft in De Kanonnen van Augustus: ‘Von Moltke was ontzet door de gedachten dat zijn prachtige mobilisatiemachine nu ineens in de achteruit zou moeten worden geschakeld. Hij weigerde botweg. Gedurende de afgelopen tien jaar had hij, eerst als assistent van Von Schlieffen, daarna als diens opvolger, deze dag voorbereid. Der Tag, waarop alle verzamelde Duitse energie de mars naar de definitieve alleenheerschappij over Europa zou beginnen.’

 

Uiteindelijk zal de keizer dan toch het groene licht geven aan Von Moltke en kan die zijn mobilisatieschema in het westen aan houden. Het Luxemburgse plaatsje Troisvierges de Drie Maagden van Geloof, Hoop en Liefde hebben de plannenmakers van Von Moltke uitgekozen voor de eerste grensoverschrijding. Der Tag van Von Moltke is gekomen. ‘Onze opmars door België is stellig bruut’, schrijft hij op 5 augustus. ‘Maar we vechten voor ons leven en wie ons voor de voeten loopt, moet de consequenties aanvaarden.’ Een maand lang probeert hij op afstand –  zijn legers te dirigeren. Zijn meest omstreden besluit: het overbrengen van troepen van het westen naar het oosten. Zo had Von Schlieffen het dus niet bedoeld.

 

Op 14 september breekt een nieuwe dag voor Von Moltke aan: de dag van zijn zenuwinzinking. Von Moltke bezwijkt onder de zware verantwoordelijkheid die de eerste maand van de oorlog op hem is gaan rusten. Helmuth von Moltke was een weifelend, doemdenkend type. In zijn eigen woorden: ‘Voor de taak van veldheer in een oorlog ben ik te zwaarmoedig, te bedachtzaam, te gewetensvol, zo u wilt.’

 

Op het hoofdkwartier duwen ze hem nog een tweede viool in de hand om de schijn op te houden. Het Duitse volk wordt, net als het opperbevel bij de Oostenrijks-Hongaarse bondgenoot, tot in november onwetend gehouden van de wisseling van de wacht. De verlieslijsten van de Marne worden ook niet gepubliceerd. Von Moltke ervaart zijn degradatie, verpakt als een periode van verlof, ondertussen als een groot onrecht. ‘Majesteit, niemand vertelt mij nog wat!’, heeft hij de keizer toegeroepen. Waarop die antwoordde dat voor hem precies hetzelfde gold.

 

***

 

Twee jaar zijn hem nog gegeven om het hem aangedane onrecht te herstellen, maar voor Von Moltke zal geen rol meer weggelegd zijn op het hoofdtoneel van de Eerste Wereldoorlog. Op 18 juni 1916 begeeft hij zich in Berlijn naar de kerk om een herdenkingsdienst voor veldmaarschalk Colmar Freiherr Von der Goltz luister bij te zetten. Von Moltke houdt een rede waarin hij de overledene alle lof toezwaait. De geschiedenis, zegt hij, heeft herhaaldelijk laten zien dat heldendom en tragedie dicht bij elkaar liggen. Het kerkvolk moet aangevoeld hebben dat de spreker niet enkel op de gehemelde doelde, maar ook op zichzelf. Als de Turkse ambassadeur aan zijn eulogie voor Von der Goltz bezig is, zakt Von Moltke, een gekend hartpatiënt, in elkaar. Hij sterft, 68 jaar oud.

 

Dat was hoe dan ook te vroeg voor de geschiedschrijving, want Von Moltke had na de oorlog nog wel een en ander uit kunnen leggen over het pad dat hij samen met Duitsland richting oorlog bewandelde. Zijn vrouw geeft in 1922 nog wel brieven en memoires van Von Moltke uit, maar het lijkt erop dat ze met de inhoud ervan behoorlijk heeft zitten knoeien. De dagboeken die Von Moltke bijhield, heeft zijn zoon Wilhelm in 1945 verbrand, vlak voor de Russen Berlijn innamen.

 

Wat heeft Helmuth von Moltke bezield? Hoe kon de zwevende generaal zijn spirituele zoektocht naar de allesomvattende liefde rijmen met het achteloos schuiven van kanonnenvlees op zijn stafkaarten? Rudolf Steiner moet er enig zicht op hebben gehad. Na de dood van Von Moltke hebben de twee aan gene zijde immers contact onderhouden. Een verslag van die esoterische uitwisseling is terug te lezen in een uitgave van de Rudolf Steiner Press, met als titel ‘Light for the New Millennium’.

 

Deze boodschap, bijvoorbeeld, heeft Helmuth von Moltke in december 1921 naar de aarde gezonden: ‘De gebeurtenissen aan de Marne! Het was allemaal anders afgelopen als ik niet vergezeld was geweest door het wantrouwen van hen die mij omringden. Ik reisde af naar het front in een wolk van wantrouwen.’ Het was uiteindelijk allemaal het werk geweest van Ahriman, de ‘Vorst van de duisternis’. Wat Wilhelm II betrof, heeft Von Moltke van boven ons deze uitleg nog nagelaten: ‘De Kaiser was feitelijk nogal zwak door toedoen van krachten die vanuit zijn vorige leven in hem doorwerkten.’

 

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s