021 Oskar Potiorek en het ziekenhuis als bestemming (zondag 15 november 1914)

Hoe anders was de twintigste eeuw verlopen als het korporaaltje Adolf Hitler in de Grote Oorlog tegen een scherpe kogel aan was gelopen? Intrigerende maar onzinnige vraag. Het is een grillige lijn die de historie volgt, maar ervan afwijken met terugwerkende kracht, dat weigert ze ten enenmale.

 

Nog zo’n dwaze ‘what if?’-vraag: wat als Oskar Potiorek op 28 juni 1914 te Sarajevo zijn chauffeur de juiste weg had gewezen? Die had dan zijn auto met daarin de troonopvolger van Oostenrijk-Hongarije niet om hoeven te draaien. En dan had Gavrilo Princip de tijd niet gekregen om met een kogel voor Franz Ferdinand de Eerste Wereldoorlog los te schieten. En dan had Adolf Hitler in de jaren daarna zijn kogel niet eens tegen hoeven komen.

 

Zijn het subtiele, maar onvermijdelijke processen die de geschiedenis sturen of geven minkukels en toevallige passanten er een draai aan? Als volgens de chaostheorie de vleugelslag van een vlinder aan de andere kant van de wereld tot een orkaan kan leiden, dan had Oskar Potiorek de Eerste Wereldoorlog best wel eens voorkomen kunnen hebben. Als hij niet had geroepen ‘Stop! Verkeerd! We moeten verder over de Appel Kai’, was de twintigste eeuw zonder wereldoorlog gebleven, overeenkomstig Pascals overpeinzing dat het gezicht van de wereld er heel anders uit had gezien als de neus van Cleopatra niet zo groot was geweest.

 

Een beetje historicus zal het al gauw voor Potiorek opnemen. Dat startschot waar hij de voorwaarden voor schiep, vormde slechts de aanleiding tot de Eerste Wereldoorlog. De oorzakelijkheid achter de oorlog is veel complexer dan de willekeur van een notabele.

 

***

 

We treffen Oskar Potiorek in 1914 aan als de militair-gouverneur van het Reichsland Bosnië-Herzegovina. In 1878 is dat onder het bewind van Oostenrijk-Hongarije gekomen, tot groot ongenoegen van de Serviërs. De Habsburgers gaan 1878 volgens het Verdrag van Berlijn toezicht uitoefenen op de voormalige provincies van het Ottomaanse Rijk. Na de Bosnische crisis van 1908 komt het tot een regelrechte annexatie door Oostenrijk-Hongarije.

 

Wenen heeft al die jaren zijn best gedaan om de moslims, Serviërs en Kroaten tot Bosniërs om te vormen, geheel in lijn van de multiculturele Donau-monarchie, maar het nationalisme onder de drie groepen krijgt meer en meer de overhand. Ook de politieke partijen worden in Bosnië langs etnische lijnen gevormd.

 

Die middelpuntvliedende krachten werken op de zenuwen van Oskar Potiorek, zelf afkomstig uit Karinthië, met het Sloveens als zijn moedertaal. Net als zijn voorganger als militair-gouverneur is Potiorek zelf al het doelwit van Servische terroristen geweest. Vastbesloten wil hij door een militair regime de orde herstellen. Als hardliner vindt hij Leon von Bilinski op z’n weg. Von Bilinski is als vertegenwoordiger van het burgerlijk gezag in Bosnië-Herzegovina een man van het harmoniemodel. Hij kan echter niet voorkomen dat Potiorek, geruggensteund door het leger, de macht naar zich toetrekt om het Servisch nationalisme de kop in te kunnen drukken. De repressie van Potiorek blaast echter juist wind in de zeilen van terroristische groeperingen als De Zwarte Hand, waar Gavrilo Princip deel van uitmaakt.

 

Nog een pijnlijke vraag: waarom heeft juist deze man van orde en gezag op die 28e juni de teugels in Sarajevo laten vieren? De beveiliging van de troonopvolger en zijn vrouw, uitgenodigd door Potiorek, was ronduit abominabel. Eerst wordt een bom naar hun auto gegooid. Als Franz Ferdinand, zelf ongedeerd, de gewonden van die aanslag wil opzoeken, vindt Potiorek dat best. Het advies de straten van Sarajevo de rest van de dag liever te mijden, ware ook te overwegen geweest. ‘Denk jij soms dat heel Sarajevo vol zit met moordenaars?’, blafte Potiorek als reactie op die suggestie vanuit zijn entourage. Potiorek besluit nog wel in de auto van de troonopvolger en zijn geliefde Sophie plaats te nemen. Hij staat voor beiden met zijn eigen lijf in. Kennelijk heeft hij het zo druk met zijn taak als lijfwacht dat hij vergeet de chauffeur de nieuwe bestemming mede te delen: het ziekenhuis.

 

Men kan ook een vervolgvraag stellen: het zal toch niet zijn dat Potiorek en de zijnen doelbewust Franz Ferdinand aan gevaar bloot hebben gesteld? Voor zo’n samenzweringstheorie spreekt dat Franz Ferdinand in Oostenrijk-Hongarije tot het kamp behoorde dat een oorlog met Servië uit de weg ging, vrezend dat daar ook een conflict met Rusland uit voort zou vloeien. Franz Ferdinand wilde binnen het Habsburgse rijk ook zo ver gaan om de Slaven een positie te geven naast de Oostenrijkers en de Hongaren.

 

Haaks daarop stond het vurig verlangen binnen legerkringen om Servië op de Balkan terug het hok in te krijgen, te beginnen met de Serviërs binnen de eigen rijksgrenzen. Het was een innige wens die ook Potiorek koesterde. En dan wordt de aspirant-keizer, met zijn slappe knieën, vermoord door een Servische terrorist: dat zijn dus welbeschouwd twee vliegen in één klap. Een belangrijke opponent van de oorlog met Servië is uit de weg geruimd en de manier waarop vormt een prachtige aanleiding om met die oorlog te kunnen beginnen.

 

Kritiek op zijn onverantwoordelijk gastheerschap in Sarajevo overstemt Potiorek in de maand na de dubbele moord met een luide roep om wraak. In Bosnië-Herzegovina haalt hij de teugels bovendien nog strakker aan. Als de oorlog eenmaal daar is, krijgt Potiorek nog meer armslag. Hij mag de Oostenrijkse troepenmacht op de Balkan gaan aanvoeren, de Servische ‘varkensboeren’ achterna. Potiorek stelt het vizier scherp op Belgrado.

 

De Oostenrijkers zien de Serviërs als moordlustige barbaren. ‘De oorlog voert ons naar een land met een bevolking die een fanatieke haat tegen ons koestert’, laat Potiorek optekenen. ‘Naar een land waar het moorden, zoals de catastrofe in Sarajevo heeft bewezen, zelfs door de hogere klassen voor een heldendaad wordt gehouden. Ten opzichte van zulk een volk zijn alle menselijkheid en vriendelijkheid niet op zijn plaats. Ze zijn zelfs schadelijk, want iedere overweging, die soms mogelijk is in een oorlog, zou in dit geval onze troepen in gevaar brengen.’ Het is een redeneertrant die leidt tot Oostenrijkse oorlogsmisdaden in Servië, die zich laten vergelijken met de Duitse in België.

 

Barbaren in de ogen van Potiorek zijn de Serviërs toch vooral uiterst gemotiveerde vechtjassen. Radomir Putnik is hun zeer ervaren chef-staf. Dat hij opnieuw aan het hoofd van de troepen staat, hebben de Serviërs nota bene te danken aan de Oostenrijkse keizer Franz Joseph. De bejaarde Putnik was aan het aansterken in een Oostenrijks kuuroord toen de oorlog uitbrak. De keizer beschouwde het als een erezaak de oude maarschalk de vrije loop te laten. Waarna Putnik zijn ruime kennis van oorlogvoering op de Balkan in een nieuw conflict te gelde ging maken. Oostenrijk-Hongarije: het is toch een beetje de schlemiel van de Grote Oorlog.

 

Putniks evenknie aan Oostenrijkse zijde is Conrad von Hötzendorf, net als Potiorek een havik waar het op Servië aankomt. Maar de twee zijn ook elkaars rivalen. Het is Potioreks plan om via een zegetocht in Servië het opperbevel over te nemen van de één jaar oudere Conrad, zijn langjarige rivaal. Niet verwonderlijk dus dat de twee grote moeite hebben hun plannen te communiceren en coördineren.

 

Conrad moet zich in de beginfase van de oorlog ook uit een spagaat zien te bevrijden. Servië is niet het enige strijdtoneel voor de Oostenrijkers, hoezeer hun hart daar ook naar uit gaat. De Russen melden zich al snel in Galicië. Dat Poolse front trekt een zware wissel op de actieradius van Potiorek in Servië. Het wordt een uiterst bloedige strijd, die heen en weer golft. De Oostenrijkers starten in augustus met een vlotte opmars, voorbij de rivieren de Drina en de Sava. Maar als de Serviërs hun verdediging opvoeren, moet Potiorek rap terug naar Bosnië. De zon die op 24 augustus opkomt, ziet geen enkele Habsburgse soldaat meer op Servische boden. Potiorek is 28.000 man kwijt, waarvan 4500 als krijgsgevangenen in Servische handen, en moet zijn hand voor extra troepen op gaan houden bij Conrad.

 

Begin september trekken de Serviërs Hongarije binnen. Later die maand zien ze ook nog kans om Bosnië zelf binnen te vallen. Voor de zekerheid wordt Gavrilo Princip van Sarajevo overgebracht naar het fort van Theresienstadt in Bohemen. Dan is de eerste week van november de beurt weer aan Potiorek, die de rang van Feldzeugmeister voert. Zijn volgend offensief leidt tot de vurig verlangde val van Belgrado op 2 december. Maar ook die victorie is van korte duur. Putnik weet de volgende dag al een succesvol tegenoffensief te lanceren. Op 16 december is Belgrado weer in Servische handen. De prijs die Putnik betaalt blijkt echter even hoog als die van Pyrrhus voor zijn overwinningen op de Romeinen. Het Servische leger heeft zichzelf moeten offeren om het grondgebied te kunnen verdedigen. Het volgende jaar zal Servië alsnog overlopen worden.

 

Maar eerst daalt de winter neer over de smeulende ruïnes van Servië. Tyfus teistert burgers en soldaten. En dan moet ook Oskar Potiorek het hoofd buigen. Aartshertog Eugen krijgt het bevel over de troepen aan het zuidelijke front, waar het tot september 1915 rustig zal blijven. Ook als militair-gouverneur van Bosnië-Herzegovina moet Potiorek het veld ruimen. Hoewel hij het voor de oorlog gebracht had tot tweede man binnen de generale staf, Conrad aldus voorbijstrevend, kon Potiorek in militaire kringen op weinig krediet rekenen. Niet minder temperamentvol dan de hooggeachte Conrad, wekten de ambities van Oskar Potiorek vooral irritaties. Dat hij te paard amper uit de voeten kon en zijn besluit om niet te trouwen leek te wijzen op een homoseksuele geaardheid, kwam zijn reputatie ook niet ten goede.

 

Zijn demasqué moet Oskar Potiorek aan de rand van zelfmoord hebben gebracht. Maar de dood had geen haast met hem. Gavrilo Princip verklaarde in zijn proces dat de kogel die Sophie trof, voor Oskar Potiorek was bestemd. ‘Ik ben gespaard in Sarajevo’, moet Potiorek in de maanden daarna herhaaldelijk hebben geroepen, ‘zodat ik wrekend sterven kan.’ Ook die woorden heeft Oskar Potiorek niet waar weten te maken. Hij sterft pas in 1933, als een verbitterde grijsaard van 80 jaar.

 

***

 

‘Stop! Verkeerd! We moeten verder over de Appel Kai.’ Het was misschien toch beter geweest als Oskar Potiorek van de grote geschiedschrijver op 28 juni 1914 een paar andere tekstregels had gekregen.

 

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s