024 Christiaan de Wet en de 26.000 vrouwen en kinderen (zondag 6 december 1914)

De Boeren Pimpernel was de Britten in de Boerenoorlog steeds te vlug afgeweest. Nu, in 1914, met een andere Boer als opponent, delft Christiaan de Wet binnen de kortste keren het onderspit. Boer en Brit zijn in Zuid-Afrika tot elkaar veroordeeld. Dat is de les die De Wet moet trekken uit zijn kortstondige rebellie.

De 26.000 vrouwen en kinderen

Het moet een bijzonder clubje mensen geweest zijn, die 7 oktober 2000 op de Hoge Veluwe bijeenkwamen aan de voet van het standbeeld van Generaal Christiaan de Wet. De Nederlands Zuid-Afrikaanse Werkgemeenschap had besloten om een eeuw na de Boerenoorlog nog eens eer te betonen aan deze ‘Boerestryder die zich van die ander stryders onderskei hat deur sy skerpsinnigheid, deursettingsvermoë en strategiese insig’, zoals te lezen in het verslag van de bijeenkomst op de Roepstem, de webstek van die Nederlands Zuid-Afrikaanse Werkgemeenschap.

 

Verschillende scoutinggroepen in Nederland dragen nog altijd de naam van Christiaan de Wet dragen: Dordrecht, Geleen, Ouderkerk. Meerdere straten ook zijn nog altijd naar hem vernoemd. En er is dus dat standbeeld op de Hoge Veluwe, vervaardigd door de beeldhouwer Mendes da Costa, in opdracht van het echtpaar Kröller-Müller, dat passie voor moderne kunst paarde aan sympathie voor de Boeren. Apartheidproof zijn ze gebleken, al die huldeblijken voor een voorvechter van de Nederlandse stam in het zuidelijkste deel van Afrika.

 

***

 

In de eerste week van december 1914 zit Christiaan de Wet achter slot en grendel; een rebel, gekooid door de eigen regering van Zuid-Afrika. Er wacht hem een vonnis van zes jaar wegens hoogverraad, maar over zes maanden zal hij weer vrij man zijn. De Wet moet daar in de cel tot het besef zijn gekomen dat hij als Boer nu eenmaal tot de Brit veroordeeld is. Driemaal heeft hij zich gewapenderhand verzet tegen de verengelsing van zijn land, strikte discipline eisend van de ‘burghers’ waarover hij het commando voerde. In de Eerste en de Tweede Boerenoorlog, die Afrikaners liever de Eerste en Tweede Vrijheidsstrijd noemen, en ten slotte in de eerste maanden van de Eerste Wereldoorlog, ging De Wet voor in de strijd. Vooral de laatste was tot mislukken gedoemd.

 

Wie waren die Boeren? Afstammelingen van de Nederlanders die in de zeventiende eeuw wortel schoten rondom Kaap de Goede Hoop, waar Jan Riebeeck zijn verversingspost voor de VOC-schepen op weg naar Indië had gevestigd. Toen de Britten zich eind achttiende eeuw meldden, zochten de Hollandse kolonisten het verderop. De Grote Trek voerde hen naar het noordoosten. Boerenrepublieken als Transvaal en Oranje Vrijstaat nestelden zich er vervolgens.

 

Maar in 1880 besluiten de Britten de gronden van de Boeren te annexeren. We zitten in het tijdperk van het modern imperialisme. Het gaat wereldmachten als die van de Britten en de Fransen niet langer om handel alleen, maar om rechtstreekse controle over gebieden. Her Majesty’s Africa moet zich tussen Kaap en Caïro uit gaan strekken. Boeren passen net zomin in dat schema als de Duitse kolonisten in het zuidwesten van Afrika.

 

De Eerste Boerenoorlog van 1880-1881 brengt de Britten niet het gewenste resultaat. Een tweede gewapend conflict zal nodig zijn om de Boerenrepublieken binnen de Unie van Zuid-Afrika te dwingen. Er zijn meer belangen dan louter imperialistische in het geding. De Britten hebben hun oog laten vallen op de goudmijnen van de Boeren. In de Britse pers zijn verhalen verschenen over de schandalige behandeling van Engelstalige arbeiders in de Boerenrepublieken. En er is een politiek motief om de Boeren aan te pakken: hun toenadering tot Duits Zuidwest-Afrika, het huidige Namibië.

 

In de Tweede Boerenoorlog, van 1899 tot 1902, nemen de Afrikaners het op tegen de Britse troepen van Lord Roberts, die hoogbejaard op 14 november 1914 zal komen te overlijden tijdens het inspecteren van de Indische troepen aan het westelijk front in Frankrijk. De strijd die Roberts rond de eeuwwisseling met de Boeren in Zuid-Afrika voert, is ongekend wreed. Boerderijen worden volgens de tactiek van de verschroeide aarde platgebrand, de veestapel uitgedund. Het fenomeen concentratiekamp duikt op. Het verbeten verzet van de Boeren brengt de Britten ertoe hun vrouwen en kinderen in kampen op te sluiten. Een vergelijking met de vernietigingskampen van de nazi’s gaat niet op, maar het aantal van 26.000 doden in het vijftigtal Britse concentratiekampen liegt er bepaald niet om.

 

De ervaringen die de Britse troepen hebben opgedaan tegen de Boeren zal hen in 1914 nog van pas komen bij het tegenhouden van de Duitsers in België en Noord-Frankrijk. Maar pr hebben ze met de Tweede Boerenoorlog niet bedreven. Wereldwijd, maar ook thuis in Engeland, klinkt afschuw over het genadeloze imperialisme dat de Britten ten koste van de Boeren tentoonspreiden. Navenant is de bewondering voor de onverzettelijke Boeren, vooral bij de bloedbroeders in Nederland.

 

Drie jaar doen de Britten erover om de Boeren te verpletteren, waarna in 1902 de Vrede van Vereeniging wordt getekend. Als waarnemend president van Oranje Vrijstaat – Marthinus Theunis Steyn, de eigenlijke voorman, is ziek geworden – zet Christiaan de Wet contre coeur er zijn handtekening onder. Veel liever had hij de strijd voortgezet. Aan boord van de boot die hem, samen met zijn companen Louis Botha en Koos de la Rey naar Europa voert om fondsen te werven voor de reconstructie van zijn land, stelt hij zijn oorlogservaringen te boek in ‘De strijd tusschen Boer en Brit’.

 

Lord Milner, de Britse Hoge Commissaris, probeert  in de jaren daarna met harde hand de verengelsing door te voeren, maar die storm gaat liggen als in Groot-Brittannië een liberale regering aantreedt. Verzoening is nu het streven. Om de Boeren tegemoet te komen, maakt Londen er ook geen punt van dat burgerrechten van niet-blanken op de lange baan worden geschoven. De Boerenrepublieken hadden ongelijkheid van rassen grondwettelijk verankerd, met de bijbel als onderliggend document. Die lijn van segregatie – apartheid, zeggen de Boeren – mogen ze ook in het nieuwe Zuid-Afrika gaan doortrekken.

 

Lang niet alle Boeren zijn aan verzoening met de Britten toe. Een man als Louis Botha is wel genegen een unie van Zuid-Afrika te maken. Hij gaat zelfs zover om in 1912 een standbeeld te onthullen van de Britse imperialist Cecil Rhodes, de naamgever van Rhodesië, het huidige Zimbabwe. In augustus 1914 heeft Botha als premier er ook geen moeite mee om Londen in de oorlog terzijde te staan, net als de leiders van de andere vier dominions Canada, Newfoundland, Australië en Nieuw-Zeeland. Botha zegt toe om de Duitsers in Zuidwest-Afrika aan te pakken. Vanuit het hele land worden mannen opgeroepen voor dat doel de wapens op te nemen.

 

Voor Christiaan de Wet, zijn oude strijdmakker, gaat dit allemaal veel te ver. De Duitsers hebben zich immers als vrienden van de Boeren opgesteld in de vrijheidsstrijd. De verwijdering tot het Botha-kamp neemt toe als de politie op 15 september een andere held uit de Tweede Boerenoorlog neerschiet. Generaal Koos de la Rey heeft een stopteken genegeerd van agenten die een gangsterbende op het spoor zijn. ‘Dit is raak’, zijn de laatste woorden van De la Rey. De politie houdt het op een ongeluk, maar voor De Wet en de zijnen is moord van staatswege de uitleg.

 

Meer nog dan De Wet wordt De la Rey vandaag de dag als een Boerenheld vereerd. Bok van Blerk, een Bruce Springsteen op z’n Boers, scoorde in 2007 een hit die ook controverse opriep. Van Blerk zegt tegen apartheid te zijn, maar ook trots op zijn identiteit als Afrikaner in de Regenboognatie. Vandaar dit refrein: ‘De la Rey, De la Rey, kom jij de Boeren leiden? Generaal, generaal, als één man zullen wij om jou vallen.’

 

De la Rey is dood, als een andere commandant van de Boeren, Manie Maritz, op 10 oktober overloopt naar de Duitsers in Zuidwest-Afrika. Hij stelt de regering van Zuid-Afrika een ultimatum. Als hij niet in contact mag treden met andere Boerenleiders, onder wie Christiaan de Wet, valt Maritz de Kaapprovincie binnen. De regering in Pretoria maakt dat ultimatum openbaar, wat voor De Wet het teken is om in actie te komen. In zijn achterland, Oranje Vrijstaat, formeert hij een leger van zevenduizend Boeren. In Transvaal en de Kaapprovincie wapenen nog eens vijfduizend Boeren zich.

 

Maar ook premier Louis Botha pakt zijn oude stiel op. Met grote overmacht rukt hij op tegen zijn voormalige strijdmakkers. Het zal snel gedaan zijn met De Wet. In de Tweede Boerenoorlog was hij de Britten steeds te vlug af geweest. Vijftigduizend man zaten hem achterna tijdens de ‘First De Wet Hunt’ van 1900. De Boeren Pimpernel, bedreven als geen ander in guerrilla-achtige tactieken, was uitgegroeid tot een legende, al moest hij die roem delen met zijn onafscheidelijke paard, de Arabier Fleur. Nu, in 1914, met een andere Boer als de vijand, delft hij binnen de kortste keren het onderspit.

 

Als De Wet al achter tralies zit, wordt ook de leider van de Boeren in Transvaal, Christiaan Beyers verslagen. Hij verdrinkt wanneer hij op de vlucht de Vaal wil oversteken. Weer een week later valt een andere kopman van de Boeren in regeringshanden. Jopie Fourie eindigt wegens hoogverraad voor het vuurpeloton, de enige die dat lot moet ondergaan. De rebellie van Boeren is neergeslagen door Boeren die de Britten trouw zijn gebleven. Het aantal slachtoffers is beperkt gebleven tot 192 rebellen, onder wie een bij Doornberg gesneuvelde zoon van Christiaan de Wet, en 132 regeringssoldaten. Bij de eerstvolgende verkiezingen zal blijken dat de verdeeldheid onder de Boeren voortduurt. De partij van Botha is maar net groter dan de Nasionale Partij van de onafhankelijke Boeren.

 

Als De Wet in 1915 vervroegd wordt vrijgelaten – een geldboete wordt door vrijwillige bijdragen van sympathisanten voldaan –, trekt hij zich voorgoed terug. In de laatste fase van zijn leven is een ‘geest van rust’ over hem gekomen, zo lezen we nog op de site van de Nederlands Zuid-Afrikaanse Werkgemeenschap. De krijger in hem moet in de gevangenis achter zijn gebleven.

 

***

 

Christiaan Rudolph de Wet sterft te Klipfontein op 3 februari 1922. Hij wordt begraven bij het Vrouwenmonument in Bloemfontein, waar zes jaar eerder zijn voorganger Steyn al te rusten is gelegd. De Engelse mensenrechtenactiviste Emily Hobhouse ontwierp de centrale beeldengroep van het monument, geïnspireerd door het bezoek dat zij in 1901 aan een concentratiekamp van de Britten bracht.

 

Een jaar voor de Grote Oorlog had De Wet bij de inzegening van het Nationaal Vrouwenmonument nog het woord gevoerd en de vinger op de zere plek van de Britse concentratiekampen gelegd: ’Wij staan vandaag opnieuw bij het graf van 26.000 vrouwen en kinderen. Gedurende de oorlog hebben wij dikwijls hun liederen uit het kamp gehoord. Dat was het bewijs op wie zij hun geloof gebouwd hebben. Laat dit het wachtwoord zijn van elke moeder en kind: wees trouw aan je natie en aan je godsdienst.’

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s