025 Sir Alfred Ewing en het principe van de hysterese (zondag 13 december 1914)

De oorlog lang luistervinken de Engelsen in de boezem van het Duitse oorlogsapparaat. Room 40, waar de onderschepte radioberichten worden ontcijferd, is het geheimste kamertje van de Grote Oorlog. De bezielende leiding ligt bij Sir Alfred Ewing, die er als kind al lol in had gehad om de huiskat aan elektrificatie te onderwerpen.

Het principe van hysterese

De erecode is gebroken. Zo voelen de Britten dat na de aanval op Scarborough, een Noord-Engels plaatsje dat zonder enige bescherming tegen de Noordzee-kust aan ligt gevlijd. Om die reden is een aanval vanaf de zee ongepermitteerd, althans volgens de Tweede Haagse Vredesconferentie van 1907. Toch hebben de Duitsers Scarborough onder vuur genomen. Wellicht meenden dat ze dat het stadje wél over artillerie beschikte, maar dat doet aan de verontwaardiging in Groot-Brittannië niets af. De Duitser speelt het spel van de oorlog zonder zich aan de regels te houden. Dan moet Groot-Brittannië maar met gelijke munt terug gaan betalen.

 

Het bombardement van de Yorkshire-kust heeft tientallen doden gevergd. Het is voor het eerst sinds Michiel de Ruyter de Thames opvoer, dat een vijand ‘Britten op Britse bodem’ heeft gedood. En dat ook nog eens straffeloos, want de vloot van admiraal Franz von Hipper heeft veilig de eigen haven weer weten te bereiken.

 

Extra bitter is het voor de Britten omdat ze van tevoren op de hoogte waren van de stoutmoedige aanvallen op 15 en 16 december 1914. De code van de Duitsers was namelijk ook gebroken. Room 40, de uiterst geheime decodeerafdeling van de marine, had op 14 december al Duitse berichten over het aanvalsplan onderschept. Maar de vloot die admiraal Jellicoe inderhaast op Von Hipper had afgestuurd, faalde door het slechte weer en miskleunen van de commandanten. In Kamer nr. 40 zullen ze daar wel het hardst om gevloekt hebben.

***

De leiding over de cryptografische whiz kids van Room 40, in werkelijkheid niet één kamer maar een reeks van vertrekken, lag bij Sir James Alfred Ewing, een Schotse domineeszoon met een zachte stem en ferme wenkbrauwen die zijn edel voorhoofd onderstreepten. Zijn blauwe ogen sprankelden als hij stuitte op een pittig probleem dat om een heldere oplossing schreeuwde. Het had er al van jongsaf aan in gezeten. ‘In een familie met vooral klerikale en literaire belangstelling, had ik vooral lol in machines en experimenten’, zijn Ewings eigen woorden. ‘Mijn schaarse zakgeld spendeerde ik aan gereedschappen en chemicaliën. De zolder thuis stond tot mijn beschikking. Het werd het toneel van huiveringwekkende explosies. De huiskat vond zichzelf er ook terug als een onwillig instrument van elektrificatie en een partner bij verschillende, schokkende ervaringen.’

 

In Japan had hij zich vooral bekwaamd in seismologie en magnetisme, als onderdeel van het grote project van de Meiji-dynastie: het land van de Rijzende Zon het moderne tijdperk binnen loodsen. En passant zette hij voor de wetenschap ook het principe van hysterese uiteen: een gevolg hangt niet alleen af van de grootte van de oorzaak, maar ook van de richting waarin die oorzaak zich beweegt. Dat is een natuurkundig principe, maar wie weet kan een historicus van de Eerste Wereldoorlog er ook wat mee.

 

Terug in Schotland trok Ewing zich vooral de leefomstandigheden van de allerarmsten aan. Hij stortte zich onder andere op het verbeteren van rioolsystemen, maar over een fenomeen als metaalmoeheid wist hij ook het een en ander te melden. Een nieuwe stap in zijn loopbaan was het dienstverband bij de Admiralty, het gezag over de Royal Navy. Hij ging er omkijken naar de opleidingen.

 

Na de dood van zijn eerste vrouw hertrouwde Ewing in 1912. Zijn bruid Ellen was een dochter van zijn vriend en collega-professor John Hopkinson, een alpinist die ook Ewing warm voor de bergsport had gemaakt. Op vakantie in Zwitserland sloeg Ewing in 1898 een uitnodiging van Hopkinson af om de bergen in te trekken. Hij voelde zich wat stijfjes van de klim een dag tevoren. Hopkinson, zijn zoon Jack en twee van zijn drie dochters zouden niet terugkeren. Hun lichamen werden bungelend aan touwen onder een bergtop teruggevonden.

 

Nog voor de oorlog verheven tot sir, klopte de inlichtingendienst van de marine al snel na aanvang van de vijandelijkheden in 1914 op de deur van Ewing. Men wist zich geen raad met onderschepte berichten die het Duitse radiostation Nauen bij Berlijn had uitgezonden. Kon Ewing er misschien chocola van bakken? Wel ja, in raadselen had Ewing altijd al schik gehad. Had hij daar als kleine jongen al niet eens een prijs bij de krant mee gewonnen?

 

Ewing ging een uiterst succesvolle samenwerking aan met de Director of Naval Intelligence, Reginald William Hall, bijgenaamd ‘Blinker’ vanwege de tic waardoor één van zijn ogen knipperden als een marinelamp. Hall was de perfecte man voor de job. Hij paarde genialiteit aan meedogenloosheid. Toen een Britse rechter mild bleek voor een Duitse spion, zo gaat het verhaal, zorgde Hall ervoor dat het huis van de rechter als de locatie van een fabriek naar de Duitsers werd doorgekabeld, waarna die de plek onderdeel van een bommenvlucht maakten.

 

***

 

Zelfs een Willie Wortel als Ewing kan niet zonder hulp van buiten. Die kwam eerst van ene Alexander Szek, geboren in Engeland, maar van Oostenrijks-Hongaarse komaf. Hij werkte bij een radiozender in het bezette Brussel en was daarom voor de Britse inlichtingendienst een interessant doelwit. Of Szek wilde spioneren voor de Britten, luidde de vraag. In dat geval hoefde zijn familie in Londen niet het cachot in, was de toevoeging. Ethiek in oorlogstijd, je moet je er niet al te veel van voorstellen. Doodnerveus ging de geïntimideerde Szek voor de Britten foto’s maken van een Duits codeboek, waarmee Room 40 zijn voordeel kon doen. Hoe het met Szek af is gelopen, is nooit echt helder geworden. Misschien dat de Duitsers hem als spion hebben gesnapt. Misschien dat de Britten hem als risicofactor uit de weg hebben geruimd.

 

In oktober 1914 lacht het geluk Ewing toe. Op de Russische ambassade hebben ze iets dat de Britten misschien wel zal interesseren. Het is een Duits vlootcodeboek, verzwaard met lood, zodat het bij gevaar direct naar de bodem van de zee kon worden verzonden. Maar de Russen hebben het boek op het lichaam van een Duitse telegrafist aangetroffen. Hij dreef dood in het water, nadat zijn kruiser Magdeburg in de Baltische Zee door de Russen was uitgeschakeld. De arme man moet geen kans hebben gezien het geheime boek te lozen.

 

Een ander Duits codeboek hebben de Britten te danken aan Wilhelm Wassmuss, de Duitse uitvoering van Lawrence of Arabia. De avonturier Wassmuss probeerde in Perzië een opstand tegen de Britten op touw te zetten, maar bij een vluchtpoging zou hij geen kans hebben gezien zijn bagage mee te nemen. In die bagage: het diplomatieke codeboek nr. 13040.

 

Met ook het Handelsschiffsverkehrsbuch in handen, buitgemaakt door de Australiërs, en nog een Verkehrsbuch, van de Kanaalbodem opgeraapt door een Britse vissersboot, kan Ewing de Duitse codes en cijferconstructies gaan ontrafelen. Hebben de Duitsers daar weet van? Nee, ze zijn zo ingenomen met hun ingenieus coderingssysteem dat ze het voor niet te kraken houden.

 

Jaar in jaar uit kan Room 40 in de boezem van het Duitse oorlogsapparaat luistervinken. De Duitsers moeten het van hun krachtige radiostation bij Berlijn hebben, want de allereerste oorlogsdaad van de Britten was het vernielen van de transatlantische kabels van de Duitsers geweest. In de nacht van 4 augustus 1914, vlak na het verstrijken van het Brits ultimatum aan Duitsland, was het Engelse schip Telconia al de Noordzee opgevaren. Waar de Nederlandse kust in de Duitse kust overging, had de Telconia-bemanning vijf Duitse kabels een voor een van de zeebodem opgepikt en doorgekapt. Duitsland was zodoende tot het uitzenden van draadloze berichten veroordeeld, met name om zijn talrijke U-boten van instructies te voorzien. De Royal Navy maakte lang niet zo vaak gebruik van radioberichten.

 

Gretig spitsen de Britten hun oren in de ether. Ze beschikken over vier ontvangststations langs de Engelse kust, maar ook radioamateurs voorzien  Ewings mannen van Duitse tekenen van leven. Het grootste probleem van Room 40 is niet het opvangen en ontcijferen van de Duitse berichten, maar voorkomen dat de Duitsers daar weet van krijgen.

 

De vetste vangst van Room 40 is het Zimmermann Telegram, verzonden op 17 januari 1917 aan de Duitse ambassadeur in Amerika. Zimmermann was op dat moment de minister van Buitenlandse Zaken van Duitsland. Hij koppelde aan het besluit om de onbeperkte duikbootoorlog te hervatten een stoutmoedig plannetje: de Mexicanen opzetten tegen de Amerikanen. De regering in Mexico kon op keizerlijke steun rekenen als het proberen zou het verloren Texas, Arizona en Nieuw-Mexico te heroveren, dat zette hij in zijn telegram.

 

Zimmermann voorzag dat president Wilson zich door de onbeperkte duikbootoorlog alsnog aan geallieerde  zijde in de oorlog zou storten. Het was dan zaak om Amerika thuis aan het werk te houden. In die strategie was ook nog het voornemen vervat om Japan over te laten lopen. Of Mexico daar ook contacten voor kon leggen, zo luidde het voorstel. Het Zimmermann-telegram was het dynamiet waarmee de Verenigde Staten de Grote Oorlog in werden geknald. Voor Wilson was er nu geen ontkomen meer aan. Hij kon zich niet langer neutraal opstellen tegenover een Duitsland dat achter zijn rug om bij Amerika’s buren aan het stoken was.

 

Historica Barbara Tuchman heeft van het Zimmermann Telegram een magistrale reconstructie gemaakt. Hoofdstuk één begint met de beschrijving van dit tafereeltje uit Room 40: ‘Het eerste bericht in de ochtendwacht viel met hetzelfde nietszeggende geluidje als gewoonlijk uit de pneumatische buis in het metaaldraadmandje. De ambtenaar van de Britse Marine-Inlichtingendienst opende het kokertje en haalde er het onderschepte Duitse radiobericht uit.’ In dat bericht, zo ontrafelt Tuchman stap voor stap, zat het einde van de Grote Oorlog verscholen.

 

De ontcijfering van het Zimmermann-telegram komt op het conto van twee toegewijde codebrekers van Ewing. De een is dominee William Montgomery, die zich voor de oorlog heeft doen kennen als een kenner van het werk van de heilige Augustinus en als een begaafd vertaler van theologische werken in het Duitser. De ander is Nigel de Grey, een verlegen jongen uit het uitgeversvak, die ook  in de Tweede Wereldoorlog zal meedraaien in de opvolger van Room 40: Bletchley Park.

 

***

 

Sir Alfred Ewing, de ‘Sherlock Holmes van Whitehall’, zal er niet meer bij zijn in ’40-’45. Hij is gestorven in 1935, na zes jaar eerder te zijn afgezwaaid aan de universiteit van Edinburgh, die hij halverwege de Grote Oorlog al had ingeruild voor Room 40, een kamertje dat zo geheim was dat het niet eens bestond.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s