028 Kardinaal Mercier en de luis in de Duitse pels (zondag 3 januari 1915)

De Belgen beschikken over een boegbeeld van onverzettelijkheid. Kardinaal Mercier waagt het zijn stem te verheffen tegen de Duitse bezetter, die het niet aandurft om van de prelaat een krijgsgevangene te maken. Maar in een Vlaams perspectief is die koene kardinaal juist het symbool van onderdrukking.

De luis in de Duitse pels

Dé verzetsheld in het bezette België was een kardinaal met de luisterrijke naam Désiré-Joseph Mercier. Versteend ligt hij heden ten dage languit op zijn praalgraf in de Mechelse kathedraal. Op een affiche uit 1916 staat monseigneur nog rechtop, in vol ornaat. Van die propagandaprent moet Mercier zelf genoten hebben, dat kan niet anders. Zijn rol van onverschrokken beschermheer mat ie zichzelf de oorlog lang met verve aan.

 

Achter Mercier zien we de Belgen creperen. Grijs en grauw zijn ze getekend. Maar de kardinaal – gehuld in een fel rood gewaad – staat pal vóór hen. Nors kijkt hij voor zich uit. De boodschap aan hen die al dit lijden veroorzaakt hebben, is duidelijk. ‘Genoeg!’, beveelt de kardinaal. De rechterhand strekt hij uit naar zijn arme Belgen. Links omklemt Mercier de bisschopsstaf alsof het een Lee Enfield is. ‘Kardinaal Mercier beschermt België’, staat onder het affiche. Nou ja, in het Frans dan: ‘Le cardinal Mercier protège la Belgique’.

 

Zijn faam heeft zich wereldwijd verspreid. In dat dappere, kleine België beschikken ze over een zielenherder die het Duitse gezag durft te trotseren. Zo nemen in de eerste week van het nieuwe jaar 1915 de Belgische parochianen kennis van een herderlijk schrijven van hun kardinaal. ‘Vaderlandsliefde en Standvastigheid’ heeft hij het als titel meegegeven. Hij vaart in de brief uit tegen de vernielingen die Duitse troepen hebben aangericht en tegen het terechtstellen van onschuldige burgers.

 

Het is nu voor de Belgen zaak om te volharden in patriottisme, een christelijke deugd volgens Thomas van Aquino, de kerkvader die kardinaal Mercier als neothomist in de vooroorlogse jaren tot onderwerp van studie heeft gemaakt. Mercier staat er zo hoog door aangeschreven dat sommigen hem als de nieuwe paus zijn gaan tippen. Enkele weken na het uitbreken van de oorlog moet Mercier ook de reis naar Rome ondernemen om samen met zijn collega’s een opvolger voor de gestorven Pius X te kiezen. Hij reist via Londen, waar Belgische vluchtelingen hem hartstochtelijk toejuichen. In Rome krijgt – het kan geen verrassing zijn – een andere Italiaan de Heilige Stoel toegewezen.

 

Wat moet die nieuwe paus, Benedictus XV, met zijn opstandige kardinaal in Mechelen? Het Vaticaan is er alles aan gelegen om een neutrale positie tussen de oorlogvoerende partijen te bewaren. Een kerkvorst die politiek bedrijft, past niet in dat streven. Dat vindt ook de Duitse kardinaal Felix von Hartmann, die de curie in Rome met de nodige omhaal van woorden oproept om Mercier koest te laten houden.

 

Tot ergernis van de Duitse autoriteiten kiest Benedictus XV ervoor de hete aardappel door te schuiven. Hij snoert de mond van Mercier niet. Januari 1916 hebben de twee elkaar wel een uur lang in Rome gesproken. Mercier zal zeker gepoogd hebben de Heilige Vader te overtuigen van de noodzaak zich tegen het Duitse kwaad uit te spreken. Benedictus zal de kardinaal zeker gemaand hebben zaken niet op de spits te drijven. Maar geen van beiden gaat zijn koers wezenlijk wijzigen.

 

‘Mercier heeft de paus er altijd van verdacht Duitse sympathieën te hebben’, schrijft Robrecht Boudens in zijn studie ‘Kardinaal Mercier en de Vlaamse Beweging’. ‘Wat Benedictus XV als neutraliteitsplicht aanzag, beschouwde Mercier als een tekort aan moed om onverschrokken stelling te nemen voor een rechtvaardige zaak.’

 

Mercier blijft de luis in de Duitse pels. Hoe had die man de Duitsers ook ooit de barbarij kunnen vergeven waarmee zij eind augustus 1914 zijn Leuven hadden overladen? Meer dan tweehonderd burgers vermoord, het oude centrum in brand gestoken. De universiteitsbibliotheek ging met bijna duizend handschriften, achthonderd wiegendrukken en driehonderdduizend boeken in vlammen op.  Half verbrande bladzijden dwarrelden de stad uit. Een nachtmerrie moet het zijn geweest voor een man van de wetenschap als kardinaal Mercier, die in Leuven nog een Hoger Instituut voor Wijsbegeerte had gesticht.

 

Uit angst van hem een katholieke martelaar te maken, durven de Duitsers Mercier niet aan te pakken. In de eerste week van 1915 circuleerde wel het gerucht dat Mercier was gearresteerd. Koning Albert, dat andere boegbeeld van Belgische onverzettelijkheid, sprak er aan de andere kant van het front al schande van, maar het gerucht bleek vals. Wel zijn de Duitsers verscheidene pastorieën binnengevallen en hebben ze bij de drukker van het aartsbisdom ook 40.000 exemplaren van Merciers herderlijk schrijven in beslag genomen. Maar de kardinaal een krijgsgevangene? Zover durven de Duitsers niet te gaan.

 

***

 

De bezetting zal een steeds grimmiger gezicht aannemen. Wie tot in detail wil lezen hoe het de Belgen onder Duits bewind is vergaan, leest ‘De Groote Oorlog’ van Sophie de Schaepdrijver. Het is een ontluisterend relaas over het verval van een land, dat in 1914 het dichtstbevolkte ter wereld was. België telde 7,6 miljoen inwoners, meer dan Nederland er had. België was de vijfde economische macht ter wereld, tot de oorlog de bevolking ging degraderen tot een stelletje armoedzaaiers, geknecht bovendien.

 

Met liefdadigheid moest de honger bestreden worden. Hun vrijheid waren de Belgen ook kwijt. Reizen met de trein werd te duur en omslachtig. Brieven moesten open verzonden worden. Kranten hadden zichzelf opgeheven: liever niet verschijnen dan onder censuur. Automobielen, karren, koetsen, fietsen: het werd allemaal gevorderd, wat ook gold voor postduiven en boerenpaarden. De Duitsers zetten de Belgische klok een uur vooruit, om in de pas te lopen met de Heimat, en ook de Duitse mark werd aan het Belgisch volk opgedrongen. ‘Tot wanhoop stemde de alomtegenwoordigheid van schildwachten, van Passierscheine, Personalausweise en Verboten’, schrijft De Schaepdrijver.

 

Maar de gifbeker moet nog leger. Naarmate de oorlog vordert en het steeds duidelijker wordt dat Duitsland dit gigantische karwei niet gaat klaren, blikt Berlijn begeriger in de richting van de Belgische vleespotten. De Belgen moeten ook maar hun bijdrage gaan leveren aan de gerechtvaardigde strijd, vindt het duo Hindenburg-Ludendorff. Het gaat niet voor niets om veroverd gebied.

 

Gouverneur-generaal Von Bissing ziet in Brussel die gretigheid van het hoofdkwartier met lede ogen aan. Hij is er vooral opuit de rust onder zijn Belgen te bewaren. Impopulaire maatregelen zijn koren op de molen van een man als kardinaal Mercier. Maar Von Bissing moet overstag gaan. Jonge mannen worden als arbeidskrachten weggevoerd naar Duitse fabrieken of naar het front in Noord-Frankrijk of aan de IJzer, om loopgraven en schuilplaatsen te graven. Het ronselen gaat er niet zelden bruut aan toe. Zonder afscheid te kunnen nemen van vrouw en kinderen wordt werkvolk op de trein naar Duitsland gezet.

 

Bij het station van Vorst, bij Brussel, is nog een uit de trein gegooid briefje gevonden: ‘Wij zijn allen van Aalst en gaan naar Duitsland. Wij zijn moedige Belgen en zullen niet tekenen of werken. Leve Vaderland!’ Ruim 120.000 Belgen zijn als dwangarbeiders ingezet, veel minder dan Hindenburg gepland had, dat wel. Van hen hebben 2614 mannen het niet overleefd. Een veelvoud kwam voor het leven geknakt thuis.

 

De oorlogsbuit omvat meer dan werklieden alleen. België wordt vakkundig leeggeroofd door de Duitse bezetter, die in tal van verordeningen allerhande grondstoffen opeist. Vanaf 1916 dringen de Duitsers ook de huizen van de Belgen binnen. Koper en wol vooral kan het leger goed gebruiken. Van deurklink tot beddenmatras, niets is meer veilig. In 1918 verlekkeren de Duitsers zich zelfs aan de kerkorgels en kerkklokken. Andermaal verheft Mercier zijn stem en deze keer krijgt hij steun van zijn Duitse collega Von Hartmann. De Duitse kardinaal dringt er bij de keizer met succes op aan de Belgische godshuizen te ontzien. Niet veel later is de wapenstilstand daar.

 

***

 

Tijd nu om de heldenstatus van kardinaal Mercier in een Belgisch perspectief te plaatsen. Dat wil zeggen: in een Vlaams-Waals perspectief. Voor Franstaligen mag de koene kardinaal een toonbeeld van verzet wezen, voor veel Nederlandstaligen is hij juist het symbool van onderdrukking. Voor hen is Mercier een franskiljon, die het Vlaams ongeschikt achtte voor het publieke domein. En de taal is in het Vlaanderen van Guido Gezelle ‘gansch het volk’.

 

De Duitse bezetter heeft behendig ingespeeld op de gespletenheid van de Belgische natie. Met zijn Flamenpolitik probeerde het collaboratie onder de Vlamingen uit te lokken – en niet zelden is dat ook gelukt. Mercier wilde België unitair houden, met de Franse cultuur als beste waarborg tegen Germaanse overheersing. De vernederlandsing van de Gentse universiteit, die de Duitsers mogelijk maakten, was hem bijvoorbeeld een gruwel. Voor hoger onderwijs is het Nederlands niet geschikt, meende Mercier.

 

Zo maakte monseigneur zich ook gehaat bij iemand als Paul van Ostaijen, de onstuimige dichter. Als Mercier in 1917 een bezoek brengt aan Antwerpen, maakt Van Ostaijen deel uit van het veertigtal activisten dat een tegenbetoging op poten heeft gezet. Hij wordt opgepakt en krijgt drie maanden cel. Als de oorlog ten einde is, moet hij die nog uitzitten. Van Ostaijen besluit de wijk te nemen naar Berlijn, samen met zijn vriendin, die in het Antwerpse nachtleven met Duitse officieren de straten heeft afgeschuimd. Ook Van Ostaijen zelf is door menigeen Deutschfreundlichkeit verweten.

 

Het naoorlogse België is niet de plek voor Vlaamse hemelbestormers als Paul van Ostaijen, de poëet. Désiré-Joseph Mercier, de prelaat, voelt zich er wel weer helemaal thuis. Hij herpakt zijn oude leven en zal zich tot aan zijn dood in 1926 vooral inzetten voor een hereniging van zijn rooms-katholieke kerk en de anglicaanse. De Mechelse Gesprekken, zo worden die pogingen geboekstaafd.

Maar voor die oecumene zal het nog te vroeg blijken, zoals Vlamingen en Walen hun getroebleerde relatie zullen voortzetten tot ver na de dood van de kardinaal.

 

***

 

Er is nog een oorlogsaffiche van kardinaal Mercier, eentje die hij minder geapprecieerd zal hebben. Een Franse haan rust uit op zijn mijter, terwijl een lange stoet van makke priesters langs de zegenende kardinaal trekt. ‘Ik ben van een ras dat voorbestemd is om te heersen en u van een ras dat voorbestemd is om te dienen’, zegt Mercier in het Frans, terwijl in het Nederlands daaraan deze slotsom wordt verbonden: ‘Nooit was de verdrukking der Vlaamschgezinde priesters zoo geweldig als onder de dwingelandij van dezen Waalschen politieker.’

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s