099 Charlie Chaplin en het bed van water (zondag 14 mei 1916)

Het duurde lang eer de Britse koningin eraan toe was om Charlie Chaplin te ridderen. Zijn oeverloze liefdesleven was daar niet alleen debet aan. Patriotten namen het de komiek ook kwalijk dat hij in de Grote Oorlog niet in de loopgraven was gestapt. Maar Chaplin had, als altijd, zijn weerwoord klaar.

Het bed van water

In haar antioorlogsroman Regeneration, in het Nederlands verschenen als Niemandsland, laat Pat Barker patiënten met een oorlogstrauma in het Craiglockhart War Hospital naar films van Charlie Chaplin kijken. Slapstick versus shell shock: dat is het idee. Je vraagt je af hoe groot van een film als The Floorwalker het therapeutisch effect kan zijn geweest op oorlogsinvaliden met de meest horribele taferelen op het netvlies. Een half been, dat is het eerste wat we Charlie Chaplin in The Floorwalker zien vastpakken. Hij bevindt zich dan alleen niet op het slagveld, maar op de confectieafdeling van een warenhuis, waarin hij de film lang met de roltrap slag levert.

Hoe dicht naderden realiteit en film elkaar, luidt de vraag. ‘Het is opvallend hoe vaak er in de brieven, dagboeken en herinneringen van de soldaten over film gesproken wordt’, schrijft Modris Eksteins in Lenteriten. Hij haalt het voorbeeld aan van een lid van het 360e regiment van de Franse Infanterie, die in mei 1915 toekeek hoe een naburig bataljon bij Arras ten aanval trok. ‘Het leek wel alsof we in een bioscoop zaten’, herinnerde de infanterist zich. Mannen die als poppetjes neer gemaaid werden: als shot leek dat toch eerder op het witte doek dan op het leven zelf.

De documentairefilm The Battle of the Somme draaide al in augustus 1916, nog geen twee maanden na het begin van de slag. De film bleek goed voor 20 miljoen verkochte bioscoopkaartjes: het Britse thuisfront smachtte er kennelijk naar om de oorlog aan te kijken. Maar wat zagen die achterblijvers écht? De filmmakers Geoffrey Malins en John McDowell ensceneerden het moment waarop de jongens ‘over the top’ gingen; een beeld dat in tal van latere documentaires als een authentiek fragment voorgesteld zou worden. Maar in de film zit ook de radeloze blik van de Tommy die een stervende kameraad op zijn rug wegdraagt uit de loopgraaf. En tot zo’n blik is geen acteur in staat.

The Floorwalker was de eerste van twaalf comedy’s die Chaplin in 1916 ging maken voor de Mutual Film Corporation. Zijn typetje van de tramp was zo oud als de oorlog. In 1914 dook de zwerver met zijn bolhoed en bamboe wandelstokje voor het eerst op. Het grote publiek was meteen weg van Charlie. Als geboren Londenaar kwam Charles Spencer Chaplin in 1910 zijn geluk in de Verenigde Staten beproeven. Zijn beide ouders hadden in theatergezelschappen door Engeland gereisd. Maar vader dronk als een tempelier en moeder was een labiel type. Vlak nadat zij een kind van een ander had gekregen, viel het huwelijk uiteen. Met nog een andere halfbroer, Sydney, wist Charlie staande te blijven. De theatrale talenten die ze van hun ouders hadden meegekregen, stonden de broers daarbij ten dienste. In Aldershot, thuis van het Britse leger sinds de Krimoorlog, stond Charlie Chaplin op vijfjarige leeftijd voor het eerst op de planken. Toen de stem van zijn moeder Hannah het had begeven, nam hij in het legertheater haar rol over.

Zijn eerste jaren in de Verenigde Staten stonden nog in het teken van het muziektheater, dat in Amerika voor ‘vaudeville’ doorging en in Engeland ‘music hall’ werd genoemd. Maar het nieuwe medium trok aan Charles Chaplin: de film. Niet Amerika, maar Frankrijk was tot aan de oorlog het centrum van de filmindustrie . De Franse gebroeders Pathé distribueerden in de Verenigde Staten twee keer zoveel films als hun Amerikaanse collega’s. Het celluloid netwerk van Pathé overspande Europese hoofdsteden en koloniale wingewesten.

Groter nog dan de Pathé-Frères was die andere Franse producent, Léon Gaumont. Het maken van films én van camera’s ging bij beide bedrijven samen met het exploiteren van een keten aan bioscopen. In 1911 maakte Gaumont van een voormalige paardenrenbaan aan de Place de Clichy in Parijs zijn Gaumont Palace, het grootste filmtheater ter wereld. In Amerika was het publiek vertrouwd met kleine buurtbioscopen, nickelodeons genaamd. Bewegende beelden waren de fase van circusattractie allang voorbij. In een houterige, manische stijl bewogen de sterren van de stomme film zich over het doek, begeleid door de ragtimedeuntjes van een tingeltangelpiano. Bij de laatste voorstelling van de dag, als het personeel onderhand naar huis wou, werd het tempo doorgaans nog wat opgeschroefd .

Vermaak was wat de film het grote publiek bovenal bood. Maar al voor de oorlog tekende de veelzijdigheid van het nieuwe medium zich af. D.W. Griffith zet in 1915 met The Birth of a Nation de stap naar een grote speelfilm. Er is felle kritiek op de racistische ondertoon van het verhaal, dat zich ten tijde van de Amerikaanse Burgeroorlog afspeelt. Maar een kaskraker wordt de film wel. Zo’n 25 miljoen Amerikanen gaan hem bekijken. Nog ambitieuzer van opzet is een jaar later het historische vierluik Intolerance, waarvoor Griffith alle registers aan figuranten en decorstukken opentrekt. De film zal grote invloed uitoefenen op naoorlogse cineasten, de Rus Sergej Eisenstein vooral, maar commercieel gezien is Intolerance een flop. Griffith is niet bij de pakken neer gaan zitten. In 1919 richt hij, de regisseur, United Artists op samen met de filmsterren Mary Pickford, Douglas Fairbanks en Charlie Chaplin.

De eerste, echte filmster is een Fransman geweest: Gabriel-Maximilien Leuvielle, in de jaren voor de oorlog razend populair onder zijn pseudoniem Max Linder. Al is Max een elegante dandy, overduidelijk heeft Charlie Chaplin hem als voorbeeld genomen bij het uitwerken van zijn zwerverstypetje: datzelfde loopje, diezelfde onschuld. Linder speelt zijn eigen scripts. Alleen al in 1912 scheidt hij 34 films af. Overal ter wereld schateren bioscoopgangers om het rijke heerschap dat niet door heeft dat een hond in zijn hoge hoed plast. Linder gaat honderdduizenden goudfranken verdienen, tot de oorlog ook zijn leven overhoop zal halen.

De autoriteiten in Engeland en Frankrijk grijpen de gelegenheid aan om het platte amusement gelijk te schakelen aan de oorlogsinspanning. De cultus van glamour komt met een schok tot stilstand. Filmstudio’s worden tijdens de mobilisatie gevorderd voor de productie van munitie. Filmtheaters gaan op slot. Pas in 1915 gaan de geallieerden het belang van de film als propagandamiddel erkennen. Fotografen en cameramannen worden dan aan de strijd onttrokken. In Frankrijk gaan ze voor de Section Photographique et Cinématographique de l’Armée de gevechtshandelingen vastleggen. Die SPCA zal aan het eind van de oorlog 150.000 foto’s en 250.000 meter film nalaten .

Marcel L’Herbier, later een gevierd filmmaker, werkte ver achter het front, in Parijs, voor de SPCA. Zijn herinnering : ‘Ik stond oog in oog met de afschuwelijke werkelijkheid. Alles dat aan het front was gefilmd, ging door mijn handen. We knipten, we plakten, we kozen wat getoond kon worden. Ik keek naar horrorscènes. Ik zag opengescheurde soldaten, verdeeld over twee stukken, onthoofd. Die shock maakte me duidelijk dat ik een filmmaker moest worden.’

Ook de Duitse film is voor de oorlog al van de grond gekomen. De massa is verliefd op Henny Porten, wier carrière in de twintigste eeuw net zo lang door zal lopen als die van Charlie Chaplin. Maar ook voor diva’s geldt in de oorlog geen pardon. De man van Henny Porten, de regisseur Curt A. Stark, sneuvelt in 1916 aan het front. November van dat jaar nemen industriëlen het initiatief tot oprichting van de Deutsche Lichtbild-Gesellschaft (DLG), tot ongenoegen van generaal Erich Ludendorff die een eigen productiemaatschappij voorstaat. Zijn Universum Film Aktiengesellschaft (UFA) gaat vanaf november 1917 de strijd aan met geallieerde propagandafilms.

Ondanks zijn status als vedette is ook Linder naar het front vertrokken. Volgens de ene bron belandt hij in een wolk van gifgas, volgens de andere loopt hij een longontsteking op als hij zich uren lang zich in ijskoud water onder een brug voor de Duitsers moet verstoppen . Hoe dan ook, vechten kan hij niet meer. Linder vertrekt daarna wel naar de Verenigde Staten. Hij gaat werken voor Essanay, dat tot voor kort Charlie Chaplin onder contract heeft gehad. Verzwakt als hij is kan Linder de verwachtingen niet inlossen. Na de oorlog zal hij nog wel een aantal films maken, ook in de Verenigde Staten, maar het slot van zijn leven is dieptragisch. In 1925 vermoordt hij eerst zijn vrouw en daarna zichzelf. Anders dan Charlie Chaplin is Max Linder, ‘de man met de zijden hoed’, zo goed als vergeten. Maar een vijfde deel van zijn oeuvre ook is bewaard gebleven .

Chaplin heeft anders dan Linder de oorlog niet aan den lijve ondervonden, iets wat hem door Britse patriotten lang is nagedragen. De filmster heeft zich tegen die kritiek verweerd: hij had zich wel degelijk voor dienst in het leger aangemeld, maar hij was afgekeurd: te klein en te mager.

In elk geval heeft Chaplin zich wel ingespannen om de bevolking in zowel de Verenigde Staten als Groot-Brittannië achter de oorlog te krijgen door hun regeringen aan oorlogsleningen te helpen. In 1918 heeft hij voor dat doel op eigen kosten een propagandafilm gemaakt: The Bond. We zien Charlie een zak geld aan Uncle Sam geven. Die geeft dat op zijn beurt door aan een industrieel, waarna een soldaat langs komt om van diezelfde industrieel een wapen in ontvangst te nemen. Hetzelfde ritueel herhaalt zich, maar nu komt een matroos zijn wapen ophalen. Apotheose van de korte film: Charlie die eerst in zijn handen spuugt en dan een groot bord pakt waarop staat geschreven ‘Liberty Bonds’. Met vier welgemikte klappen slaat hij een op keizer Wilhelm II gelijkend personage knock-out. Dan blikt hij in de camera, terwijl zijn vingers wijzen naar de twee woorden op het bord: ‘liberty’ en ‘bonds’. Hij balt de vuisten. Omdat ook deze film stom is, weten we niet wat hij in een vlaag van hysterie de kijker toeschreeuwt.

De mimiek verschilt in elk geval niet veel van die van de sprekende hoofdrolspeler uit een van Chaplins beroemdste films: The Great Dictator. Op meesterlijke wijze neemt Chaplin in die film uit 1940 Adolf Hitler op de hak, spelend met de wereldbol als ballon. Of Hitler om zijn eigen karikatuur heeft moeten lachen, is twijfelachtig. De Führer heeft de film minstens twee keer gezien. De komiek en de tiran hadden meer gemeen dan een snorretje dat niet voorbij de neusvleugels kwam. Ze waren nagenoeg even oud. Chaplin werd vier dagen eerder dan Hitler geboren, op 16 april 1889.

Na de Tweede Wereldoorlog is Chaplin in opspraak geraakt. Als prominent doelwit van de communisten hatende senator Joseph McCarthy ziet Chaplin zich gedwongen om in 1952 de Verenigde Staten de rug toe te keren. Twintig jaar later pas zal hij terugkeren om een Oscar voor zijn oeuvre in ontvangst te nemen. Eerste kerstdag 1977 sterft hij in zijn slaap, thuis in Zwitserland.

Twee jaar voor zijn dood pas werd hij door koningin Elisabeth tot ridder van zijn geboorteland geslagen. De Britse aarzelingen waren niet alleen terug te voeren tot zijn vermeende afzijdigheid in de Eerste Wereldoorlog, zijn sympathie voor linkse politiek en zijn agnostische levenshouding, maar vooral ook tot zijn voorliefde voor jonge meisjes. Elf kinderen zijn uit vier huwelijken voortgekomen. Een veelvoud daarvan moet het aantal buitenechtelijke relaties van Chaplin zijn geweest.

***

In het laatste oorlogsjaar, 1918, brengt de Amerikaanse filmindustrie twee belangrijke propagandafilms voort. D.W. Griffith produceert Hearts of the World, dat zich afspeelt in een door Duitsers geteisterd Frans dorpje. De andere klassieker is Shoulder Arms, van Charlie Chaplin. Het is een waagstuk. Filmproducer Cecil. B. DeMille heeft hem gewaarschuwd om van de oorlog geen lolletje te maken. Maar Chaplin durft het aan om de misère van de frontsoldaat met humor aan te lengen. Zo zien we hoe Charlie als doughboy zijn nest in de loopgraaf opzoekt. Het regent pijpenstelen. Het water is zo hoog gestegen dat van een snurkende kameraad alleen het gelaat en zijn tenen aan de oppervlakte komen. Een dikke pad rust uit op zijn rechtervoet. Charlie vist dan zijn kussen uit het water en probeert een uiltje te knappen. Hij grijpt de toeter van een grammofoon om onder water slapend door te kunnen ademen.

Het was dus toch mogelijk: film die de bitterste werkelijkheid overtrof.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s