156 George M. Cohan en de gebiedende wijs van een liedje (zondag 17 juni 1917)

‘And we won’t come back till it’s over, over there’: George M. Cohan tekende voor hét victorieliedje van de Amerikanen, Over There. Kwestie van: ‘Johnny get your gun’.

De gebiedende wijs van een liedje

Kort, kort, kort, lang. Op 78 toeren vond de Vijfde Symfonie van Beethoven haar weg naar huiskamers met een grammofoon, wereldwijd. Het was de eerste symfonie die in haar geheel op een langspeelplaat was gevangen. De Berliner Philharmoniker onder leiding van de Hongaarse dirigent Arthur Nikisch voerde het uit, Deutsche Grammophon bracht het uit. De maand was … augustus 1914. Ta, ta, ta, tááá.

De grammofoon riep de tijd een halt toe, zoals de film dat ook kon. Wie vandaag net als gisteren in katzwijm wilde vallen bij de tenor Enrico Caruso, liet simpelweg de naald nog maar eens in de groef van zijn langspeelplaat vallen. Een exclusieve ervaring was dat niet. Caruso’s uitvoering van de aria ‘Vesti la giubba‘ was al in 1904 de eerste langspeelplaat die meer dan een miljoen keer werd verkocht. Dankzij de nieuwe media werden de massa’s collectief ontroerd.

Patriottische sentimenten konden er in de eerste maanden van de oorlog nog hoger door opgezweept worden. Geen groter feest dan een grammofoon in de loopgraaf, al konden de jongens natuurlijk ook prima zelf hun keel opzetten om de sleur zowel als het gevaar van het frontleven te verdrijven. Rijk was hun repertoire. Een lied als ‘It’s a long way to Tipperary‘ had in feite niets met oorlog van doen. Een Ierse Paddy denkt in Londen aan Tipperary, waar zijn Molly woont: simpel liefdesliedje, versneden met heimwee. Het werd al in 1912 geschreven door een Engelsman, Jack Judge. Hij had Ierse voorouders maar was zelf nog nooit in Ierland geweest, laat staan in het graafschap Tipperary. In de vooroorlogse music halls, vol met volks vermaak, was Tipperary al tot een hit uitgegroeid, nog voor de British Expeditionary Force het ging omhelzen als ‘the song they sing as they march along’.

Een andere Britse klassieker werd een meer ingetogen nummer dat wél speciaal voor de oorlog geschreven was: ‘Keep the home fires burning‘. Het werd in 1914 al razend populair onder de troepen, ook al was de tekst gericht aan de families thuis, die hun haard warm moesten houden voor als de jongens thuiskwamen van de oorlog. Even kolderiek als vilein was een kraker als ‘Belgium put the khibosh on the Kaiser‘, waarin Wilhelm door John Bull zo’n ongenadig pak slaag wordt verkocht dat de keizer niet meer op zijn troon kan zitten.

In 1917 publiceerde tweede luitenant F.T. Nettleingham de bundel ‘Tommy’s Tunes‘, gevuld met hier en daar gekuiste soldatenliedjes. Ze weerspiegelen volgens Nettleingham de Britse neiging om de spot met zichzelf te drijven ‘tot op een alarmerend niveau’. Uit het overzicht blijkt dat de soldaten voor hun eigen liedjes uit steeds weer een ander vaatje tapten: music hall-deuntjes, kerkelijke gezangen en het schunnige repertoire van het staande leger.

De Duitse soldaten, vooral die uit de zuidelijke staten, troostten zich met Die Wacht am Rhein. Uit het patriottisch oeuvre kon vrijelijk worden geput: ‘Vaterlandslied‘, ‘Der freie deutsche Rhein‘, ‘Der gute Kamerad‘ en ‘Reiters Morgenlied‘. Het ‘Engelandlied‘, van de journalist en schrijver Hermann Löns, stamt uit de openingsfase van de Eerste Wereldoorlog, maar zou pas op toon worden gezet aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. Het begint opgewekt: ‘Heute wollen wir ein Liedlein singen, trinken wollen wir den kühlen Wein’. Maar in het refrein gaat het er al een stuk serieuzer aan toe: ‘Wir fahren gegen Engeland’. Om wie in de zee achter blijft, moet men niet wenen, zo rondt het laatste couplet af, want de betreurde heeft zijn bloed voor het vaderland laten vloeien. Löns zelf sterft overigens al op 26 september 1914 te land, in de buurt van Reims, drie weken nadat hij zich als 48-jarige vrijwilliger voor het front heeft gemeld. Zijn Engelandlied krijgt in de Tweede Wereldoorlog een tweede kans, galmend uit talloze kelen van Wehrmacht-soldaten.

Ook in de Duitse Soldatenlieder, net als in de Tommy’s Tunes, kruipt gaandeweg de satire. Mijnenwerpers worden door de Frontschweine omgedoopt in Marmaladeneimer (blikjes jam), terwijl ze hun veldkeuken Gulaschkanone gaan noemen. Niet zelden krijgen de liedjes een ronduit vijandige ondertoon in de richting van het eigen officierenkorps. Het cynisme druipt ervanaf in ‘Hanging on the old barbed wire‘. Couplet na couplet wordt fijntjes uit de doeken gedaan waar de hoge heren zoal uithangen: in de kantine, aan de bar, in de dug-out. In het laatste couplet wordt duidelijk waar het ouwe bataljon is gesignaleerd. Dat hangt in het prikkeldraad.

Zo zijn ‘de liedjes van dakloze mannen, opgeroepen onder uitzonderlijke en verwarrende omstandigheden; de liedjes van een reizend gezelschap, die voortdurend veranderen onder het toeval van dood en verminking’. Ze nemen het militair apparaat op de hak, de mannen die marcheren en zingen tegelijk.

Als de Tommy’s ‘We are Fred Karno’s Army’ aanheffen, op de melodie van een kerkelijke hymne nog wel, maken ze zich welbeschouwd aan desertie schuldig. Fred Karno is een beroemd komiek en impresario van de music halls, waar de voornaamste gevechtshandeling een taart in het gezicht is. Zo’n oorlog zouden zij ook wel willen.

Voor het zuivere, vaderlandslievende oorlogslied, vrij van alle twijfels nog, kun je in het vierde oorlogsjaar, 1917, nog het best bij de Amerikanen terecht. Die blijken er als nieuwkomers nog wel ontvankelijk voor. Vol overtuiging reizen de Yankees vanuit Amerika naar de oorlog in Europa af. En ze zingen …

Over there, over there,
Send the word, send the word over there
That the Yanks are coming, the Yanks are coming
The drums rum-tumming everywhere.
So prepare, say a prayer,
Send the word, send the word to beware –
We’ll be over, we’re coming over,
And we won’t come back till it’s over, over there.

Subtiele woordspeling: de Yanks komen pas terug ‘till it’s over, over there’. Door met dat ene woordje over zowel tijd als ruimte te definiëren toont George M. Cohan, tekstschrijver en componist, zijn vakmanschap. De Nederlandstalige versie van de variétékomiek Albert Bol mist dat raffinement: ‘Laat maar gaan‘. Cohans liedje groeit uit tot de victory hymn van de American Expeditionary Force. Amerika’s morele superioriteit uitdragend is het talloze malen over de toonbank gegaan, in uitvoeringen van uiteenlopende wereldsterren als Enrico Caruso, Nora Bayes en Al Jolson.

Cohan is geboren op de derde juli van 1878, maar in navolging van zijn ouders zal hij gaan rondbazuinen net als zijn vaderland op de ‘fourth of July’ te zijn geboren. George is een kindsterretje, dat samen met zijn zus en ouders als één van The Four Cohans schittert in de vaudeville, het Amerikaanse evenbeeld van de music halls. Al in zijn tienerjaren gaat hij zelf, vanuit zijn Amerikaans-Ierse achtergrond, sketches en catchy songs schrijven. In 1904 tekent hij voor de show Little Johnny Jones, een doorslaand succes op Broadway. Voor hij de aansluiting gaat missen met nieuwlichterij als rag en jazz, houdt Cohan Broadway in zijn broekzak. In 1968, een kwarteeuw na zijn dood, gaat op Broadway nog een musical over zijn leven in première: George M.! En op Times Square staat heden ten dage een standbeeld van Cohan.

Tijdens zijn leven, in 1936, heeft Cohan voor Over There de Congressional Gold Medal gekregen uit handen van president Franklin D. Roosevelt. Een jaar later ging Cohan op zijn oude dag, zingend en dansend, de rol van Roosevelt spelen in de politieke Broadway-musical ‘I’d rather be right‘. Dat Cohan met de progressieve idealen van Roosevelt en zijn New Deal weinig op had, deerde hem niet. In 1913 al had hij zich bij veel collega-acteurs onmogelijk gemaakt door zich tegen hun vakbond uit te spreken. Cohan was nu eenmaal als producent van shows aan de kant van het kapitaal komen staan.

In 1942 stierf Cohan op 64-jarige leeftijd aan kanker, te vroeg om mee te maken dat Amerikaanse jongens opnieuw de boot gingen pakken naar Europa: Over There. Hij heeft in zijn sterfjaar nog wel een privévertoning gekregen van de biopic die over zijn leven was gemaakt. James Cagney speelt er de rol in van Cohan als ‘Yankee Doodle Dandy‘, zoals de film ook heet.

In een scène uit de film zie we hoe Cagney als Cohan een militaire kapel op straat tegenkomt. Hij fluit wat mee en met die paar noten op zijn lippen gaat hij vervolgens achter de piano zitten: de wording van ‘Over There‘. Met Cohan zelf achter de piano zingt een sweetheart of the forces het opwekkende lied een met doughboys volgepakt kamp toe. Als het licht uitvalt, springt Cohan van zijn pianokruk op en geeft het bevel om van alle wagens en trucks de koplampen te ontsteken. ‘Everybody sing!, schreeuwt hij. En dat doen ze – nogal wiedes – uit volle borst.

Na wat shots van soldaten die eerst in een Amerikaanse haven de loopplank op stappen en daarna in een Europees landschap de loopgraaf in springen, maakt Cohan als voice-over de balans op: ‘We wonnen de oorlog. Manhattan ging uit zijn dak met naoorlogse hysterie. Maar ik bouwde mijn shows op met vooroorlogs spul, het sentiment en de humor die in een ouder Amerika tot rijpdom waren gekomen.’

***

In 1988 zet de Amerikaanse metalband Metallica ‘One‘ op de plaat. Het nummer verhaalt over een man die wil sterven door zijn adem in te houden, maar zelfs daartoe niet in staat is. Samen met de machines waar hij aan vastzit, houdt een buis in zijn keel hem in leven, Het is een landmijn die hem in dit bed heeft geworpen; die zijn spraak heeft genomen, zijn gehoor heeft genomen, zijn armen heeft genomen, zijn benen heeft genomen, zijn ziel heeft genomen.

Metallica baseerde One op een boek dat de jonge Amerikaanse schrijver Dalton Trumbo in 1939 schreef vanuit het perspectief van een oorlogsinvalide die werkelijk niets meer kan dan zijn troosteloze bestaan overpeinzen. Op zijn beurt was Trumbo op dat idee gekomen door een krantenartikel, waarin journalisten beschreven hoe de Prins van Wales met betraande ogen uit een ziekenhuiskamer was gekomen. De prins had er kennis gemaakt met een Canadese veteraan van de Grote Oorlog die alle vier zijn ledematen en nagenoeg alle zintuigen miste.

Als ‘Stiltewoorden’ verscheen Trumbo’s boek in 2008 in een Nederlandse vertaling bij Uitgeverij Dulce et Decorum. ‘Johnny got his gun‘ is de originele titel. Trumbo maakte – heel subtiel – de verleden tijd van de gebiedende wijs waarmee George M. Cohan zijn liedje ‘Over There’ opende: Johnny get your gun, get your gun, get your gun…

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s