221 Louis Franchet d’Espèrey en Wenen, Boedapest, Berlijn…

Louis Franchet d'Esperey

‘Desperate Frankie’, zo verhaspelden de Tommies zijn naam. Maar Louis Franchet d’Espèrey was bepaald geen wanhopig type. Aan het westelijk front kon hij geen potten breken, maar de Bulgaren rolde hij resoluut op. Februari 1919 reed hij als een zegevierende kruisvaarder op een schimmel Constantinopel binnen.

  • Volgers van Veertien Achttien ontvangen deze aflevering (mp3 en doc) over de mail.
Advertisements

210 Basil Zaharoff en de geheimen van het haardvuur (zondag 30 juni 1918)

Sir Basil Zaharoff

Sir Basil Zaharoff

Aan oorlog valt geld te verdienen, heel veel geld. Dat bewijst het verhaal van wapenhandelaar Basil Zaharoff alias de koopman des doods, hogepriester van de oorlog, prins van bloed en staal, de kanonnenkoning, Mr. Zedzed, de mysterieuze man van Europa en de man in het donker.

De geheimen van het haardvuur

In Het Gebroken Oor, het zesde album in de Kuifje-reeks, duikt een zekere Basil Bazarov op. Als directeur van Vickings Arms Co. Ltd. ziet hij zaken in de oorlog die San Theodoros en Nuevo Rico met elkaar uitvechten. Koffertje in de ene en wandelstok in de andere hand. Keurig heerschap, voorzien van een bijgepunte knevel en sik – hagelwit. Zo zaait men dus de dood.

Striptekenaar Hergé entte zijn Basil Bazarov op het historisch personage van Basil Zaharoff, die tijdens zijn leven grossierde in bijnamen: ‘koopman des doods’, ‘hogepriester van de oorlog’, ‘prins van bloed en staal’, ‘de kanonnenkoning’, ‘Mr. Zedzed’, ‘de mysterieuze man van Europa’ en ‘de man in het donker’. Sir Basil Zaharoff, geridderd door de Engelse koning inderdaad, trad zijn leven lang niet op de voorgrond. Zaharoff sprak niet op conferenties en hij stuurde geen rapporten de wereld in. Fotografen ontliep hij. En na het verwerven van een kasteel in Frankrijk, poogde hij alle ansichtkaarten ervan op te kopen. Zijn afschuw van automobielen en typemachines getuigde verder van zijn excentriciteit.

De handel en wandel van Basil Zaharoff voltrok zich in ijle sferen, daar waar gieren boven aanstaande kadavers cirkelen. Een fenomenale talenknobbel en eindeloos geduld stonden hem bij zijn hoog spel ten dienste. Door listig naties tegen elkaar uit te spelen wist de intrigant hun vraag naar wapens op zijn rijkelijk aanbod af te stemmen. Het Zaharoff Systeem viel in drie bedrijven uiteen: lever wapens aan één partij, alarmeer de andere en bied die dan een minstens even groot arsenaal aan. ‘De lotsbestemmingen van naties vormen de sport van Zaharoff’, meende Lord Beaverbrook, als persbaron zelf overigens ook niet vies van manipulaties.

‘Een bloedige internationale’, zo karakteriseerde Otto Lehmann-Russbüldt de bewapeningsindustrie in het interbellum, toen Zaharoff nog altijd zijn wapentuig aan de man bracht. Een contemporain auteur, John T. Flynn, schetste aldus de niets of niemand ontziende lenigheid van de wapenfabrikanten: ‘Zij boden ons het spektakelstuk van Boeren die Engelse regimenten neer maaiden met pom-poms van Vickers; Pruisische chirurgen die uit Pruisische gewonden shrapnel plukten dat een kanon van Krupp had afgevuurd; Franse poilus die afgeslacht werden door geschut uit de fabrieken van Le Creusot; Engelse Tommies die sneuvelden door wapens van Armstrong en Vickers; en Amerikaanse schepen die naar de bodem van de zee werden gejaagd door onderzeeboten naar het model van Amerikaanse duikbootbouwers.’

Zaharoff was, jonglerend met smeergelden, de lenigste van al. Hij heeft daar geen standbeeld voor gekregen, al meent menig auteur dat de zerken van miljoenen soldaten zijn kolossaal monument vormen. Uit hun doodsreutels op het slagveld mag je dan ook zijn hoogsteigen requiem componeren.

Sommigen hielden hem voor een Rus of een Anatolische Jood of de zoon van een Albanese chef. Misschien was ie in Moskou geboren. Of toch in de achterbuurten van White Chapel in Londen? Aangenomen mag worden dat Zaharoff in Mugla, aan de Turkse westkust, is geboren uit Griekse ouders, die het verre van breed hadden. Vader handelde in rozenolie. De Russische familienaam hadden zijn ouders tijdens hun ballingschap in Rusland aangenomen. Zijn jonge jaren bracht Zaharoff door in Constantinopel, waar hij een bordeel van zeelieden voorzag. Het wordt tevens verteld dat hij voor brandweerlieden het vuur aanstak, zodat die commissiegeld voor het blussen op konden strijken. Vingeroefeningen voor later.

Als jongeman trad hij in dienst van de firma van zijn oom in Constantinopel. De twee raakten al snel met elkaar gebrouilleerd. Zaharoff nam de benen naar Engeland; gaf zich daar uit voor een Russische prins; sloeg de dochter van een welgestelde aannemer aan de haak; en liet deze arme Emily Burrows opdraaien voor de kosten van de rechtszaken die hij met zijn oom uit moest vechten. Hij ontsprong die juridische dans, maar zijn huwelijk zou op de klippen lopen.

Zaharoff verlegde daarop zijn toneel naar Athene. Op voorspraak van een Griekse diplomaat kreeg hij een aanstelling als agent van de Zweedse wapenfirma Nordenfelt, die in 1886 tekende voor de noviteit van een duikboot die onder water een torpedo af kon vuren. Samengesteld in de Noord-Engelse zeehaven van Barrow-in-Furness werd het vaartuig door de Ottomaanse marine in gebruik genomen als de Abdül Hamid. Eerder had Zaharoff aan de Griekse vloot een primitiever duikboottype weten te slijten. En ná de Turken wist Nordenfeldt ook de verontruste Russen aan een onderzeeër te helpen.

Het was kinderspel vergeleken bij de klapper die Zaharoff overhield aan een ontmoeting met Hiram Stevens Maxim, een Amerikaanse uitvinder die niet voor Thomas Alva Edison onder hoefde te doen. De twee hebben elkaar dan ook het patent op de gloeilamp betwist. Maxim pionierde met vliegtuigen nog voor de gebroeders Wright opstegen. Zijn Captive Flying Machine maakte op de kermis de geesten rijp voor de aviatiek. En passant fabriceerde Maxim ook nog een ingenieuze muizenval.

Toen hij in 1916 stierf, was Maxim echter het synoniem van het wapen dat halverwege de Grote Oorlog van het front één groot abattoir had gemaakt. Op zijn machinegeweer, als aanvalswapen op de oorlogsmarkt gebracht, liepen alle offensieven stuk. ‘In 1882 was ik in Wenen, waar ik een Amerikaan ontmoette die ik eerder in de States had leren kennen’, heeft Maxim de wording van het machinegeweer beschreven. ‘Hij zei me: ,,Kap toch met die chemie en elektriciteit! Als je een lading geld wilt verdienen, zorg dan voor een uitvinding die het de Europeanen in staat stelt om met groter gemak elkaars nek door te snijden.”’ Na een demonstratie van het machinegeweer door Maxim zelf in Wenen bijgewoond te hebben wist Zaharoff op sluwe wijze de Amerikaan aan zich te binden. De Maxim-Nordenfelt Company ging uiteindelijk op in Vickers, Sons & Maxim. Onder Basil Zaharoff betrad Vickers, tot dan enkel leverancier voor de Britse strijdkrachten, met groot succes de internationale wapenmarkt.

Zo had de Russische wapenindustrie na de onthutsende nederlaag tegen Japan in 1905 een injectie nodig. Zowel het Britse Vickers als het Franse Schneider, met Le Creusot in de Bourgogne als bakermat, hengelde in Sint Petersburg naar de contracten. De man die als geen ander daarbij garen spon was Basil Zaharoff. Via zijn krant Excelsior maakte hij de publieke opinie in Frankrijk rijp voor leningen aan Rusland, die vervolgens voor een aanzienlijk deel bij Vickers terecht kwamen. In de dans om de Russische roebels putten twee rivaliserende Franse banken zich ook uit. De Banque de l’Union Parisienne pompte voor Schneider geld in de Poetilov-munitiefabriek in Sint Petersburg; Vickers, dat in Tsaritsyn een eigen wapenfabriek op poten zette, had de Société Générale achter zich.

Onder al dat kuipen en konkelen wist Zaharoff prima relaties te onderhouden met de Franse regering. President Raymond Poincaré liet Basil Zaharoff zelfs opnemen als commandeur in de Légion d’honneur. Dat gebeurde nota bene op 31 juli 1914, de dag waarop de Franse socialistenleider Jean Jaurès werd vermoord. Voor Zaharoff, spin in het militair-industriële web, kon de big business van de oorlog nu aanvangen, al viel er voor een type als Zaharoff niet zoveel te ritselen: vraag genoeg. Een groot deel van de oorlog spande hij zich in om het Griekenland van Eleftherios Venizelos het geallieerde oorlogskamp in te trekken.

Sowieso ging Zaharoff zich tijdens de oorlog zo loyaal aan de geallieerde zaak als mogelijk gedragen. Dat zou dan ook gewaardeerd worden. In Frankrijk werd hij gepromoveerd tot grootofficier in de Légion d’Honneur, terwijl hij in Groot-Brittannië voortaan als ridder grootkruis in de Order of the Bath door het leven mocht gaan. Materieel is hij ook aan de mensheid ontstegen. In 1922 werd hij voor de rijkste man ter wereld gehouden. Zijn tentakels strekten zich ook over het internationale bankwezen uit.

***

In november 1927 voedt Basil Zaharoff in zijn Parijs’ appartement twee dagen lang een haardvuur met de paperassen uit 58 jaren van intrigeren en marchanderen, een archief waar historici de vingers bij af hadden kunnen likken. Zijn grote liefde, de Spaanse hertogin van Marchena, is het jaar ervoor gestorven. Aan het eind van de vorige eeuw heeft hij haar als getrouwde vrouw leren kennen in Spanje, waar hij heen was gereisd om een slaatje te slaan uit de oorlog die dat land met de Verenigde Staten had te voeren. Na een geheime romance van een kwarteeuw – opgeborgen in een krankzinnigengesticht moest de Spaanse hertog eerst doodgaan – kon Zaharoff op 75-jarige leeftijd alsnog de vrouw van zijn dromen trouwen. Anderhalf jaar later was hij een ontroostbare weduwnaar .

In de vlammen is het zicht verdwenen op de enorme invloed die een handige jongen uit Mugla op de loop van de wereldgeschiedenis moet hebben gehad.
Wat wisselde Basil Zaharoff zoal uit met al die koningen en staatslieden tijdens het schenken van thee dan wel wijn? Hoever strekten de belangen van de vertegenwoordiger van Vickers in de concurrerende firma’s van Krupp in Duitsland en Schneider-Creusot in Frankrijk? Hoe wist hij te schipperen tussen Turken en Russen? Hoe close was hij met David Lloyd George, de oorlogspremier van Groot-Brittannië? Even intiem wellicht als met Aristide Briand, diens collega in Frankrijk? En hoe kwam het dat de Groot-Griekse droom van Zaharoff en Venizelos in het Turkije van Atatürk uiteen spatte?

Waar lag zijn hart nu werkelijk? Hij financierde aan verschillende universiteiten onderzoek naar de aviatiek, hoewel hij zelf van vliegen niet wilde weten, en mocht in Oxford een eredoctoraat bekleden. Naar verluidt hield hij van bloemen, doneerde hij grote sommen geld aan kinderziekenhuizen en onthaalde hij de dierentuin in Parijs op een flinke cheque, nadat hij had gezien hoe hongerig de apen uit de Grote Oorlog waren gekomen.

Op het laatst van zijn leven kocht hij nog het casino van Monte Carlo, zonder daar zelf ooit een franc te vergokken. In Monte Carlo ook bezweek de steenrijke grijsaard van 87 jaar in 1936 aan een hartaanval. Een jaar later braken grafrovers de tombe van Zaharoff en zijn Spaanse hertogin open in de kapel van het kasteel van Balincourt. De kist van Zaharoff lieten ze dicht, maar de hertogin werd uit haar eeuwige slaap gerukt. Het gerucht ging dat Zaharoff haar beladen met juwelen ter aarde had besteld. Maar was dat wel zo? Zaharoff heeft er in elk geval geen notitie van achtergelaten.

201 Gavrilo Princip en de koude ketting in bed (zondag 28 april 1918)

Gavrilo Princip

Gavrilo Princip

Was Gavrilo Princip de moordenaar van twee mensen, aartshertog Franz Ferdinand en zijn vrouw, of van tien miljoen? Hij loste in Sarajevo de eerste schoten van de oorlog. Tweehonderd weken in een koude cel later bezweek Gavrilo Princip aan de tering.

De koude ketting in bed

Tweehonderd weken heeft Gavrilo Princip in de afzondering van een kille cel de consequenties van zijn ene daad kunnen overdenken. Maar de vraag is of hij wel weet heeft gehad van de Marne en de Drina, de Tigris en de Somme, de Isonzo en de San – al die stromen van bloed die zijn gaan vloeien nadat híj op 28 juni 1914 in Sarajevo de trekker overhaalde en het leven nam van de troonopvolger van Oostenrijk-Hongarije en, zij het per ongeluk, diens vrouw. Schuilt achter causaliteit een morele dimensie? Is Gavrilo Princip de moordenaar van twee mensen of, zij het per ongeluk, van tien miljoen?

De Nederlands-Amerikaanse schrijver Hans Koning heeft in zijn roman ‘Death of a schoolboy’ een poging gewaagd de ziel van Gavrilo Princip bloot te leggen. Koning laat hem dit zeggen: ‘Het is van essentieel belang voor me niet in de verleiding te komen een persoonlijk drama te maken van wat er gebeurd is. Als ik dat deed, zou ik ellendig en eenzaam zijn. En dat ben ik geen van beide.’ Waarna de cipier de cel betreedt en de ketting van Gavrilo losmaakt van de ring in de stenen wand, zodat hij naar zijn brits kan lopen voor de nacht. ‘Ik leg de ketting onder de deken tegen me aan. Het koude metaal tegen mijn lichaam geeft me even een schok, maar dat gaat voorbij. Eerst liet ik de ketting altijd buiten mijn deken hangen, maar ik ontdekte dat het ding op die manier als een soort afvoerbuis werkte waardoor al mijn lichaamswarmte wegvloeide, zodat ik tegen de ochtend versteend was.’

***

Het verzet zit in de genen. De grootvader van Gavrilo Princip neemt in 1875 deel aan de opstand tegen de Ottomaanse heersers, die in Herzegovina aanvangt en op Bosnië overslaat. Gavrilo Princip wordt in 1894 geboren in een land waaruit de Turk is verdreven. Oostenrijk-Hongarije voert er nu het bewind. Er wordt flink geïnvesteerd in het nieuwe wingewest. De hoofdstad Sarajevo krijgt in 1885 de primeur van Europa’s eerste elektrische tram, die van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat over de boulevard rijdt. De nieuwe eeuw kan beginnen.

Gavrilo komt uit een Bosnisch dorp, niet ver van Kroatië. Zijn vader is een arme boer die ook de post bezorgt. Van de negen kinderen uit het gezin halen er zes de volwassenheid niet. Ook Gavrilo is zieltogend ter wereld gekomen en hij zal een iel ventje blijven. Op de dorpsschool legt hij echter een grote ijver aan de dag. Dertien jaar oud reist hij naar Sarajevo, om er onder de hoede van een oudere broer een studie aan te vangen. Het wordt alleen geen militaire opleiding, zoals hij zich had voorgenomen, maar de handelsschool. Hij verslindt de avonturenromans van Sir Walter Scott en Alexandre Dumas; zwelgt in heroïsche sagen uit het Servisch verleden; maakt zich het socialisme en het anarchisme eigen; en neemt zich voor de straatarme boeren op het platteland te gaan wreken.

In 1911 voegt hij zich bij een revolutionaire studentenbeweging die zich Jong Bosnië noemt. De leden nemen een ascetische levensstijl aan. Alcohol, seks en tabak mogen niet in de weg staan van hun patriottische ideaal. Dat is de vereniging van alle Zuid-Slaven, vrij van vreemde overheersing. Niet alleen orthodoxe Serviërs, ook katholieke Kroaten en islamitische Bosniakken maken deel van dat Jong Bosnië uit.

Na aan een demonstratie tegen het bewind deelgenomen te hebben, wordt hij van school verwijderd. Hij trekt naar Belgrado. Eenmaal voorbij de grens met Servië kust hij eerst de grond. Het kleine koninkrijk moet zijn vrijheid gaan verdedigen in een Balkanoorlog. Gavrilo wil zijn aandeel in die strijd leveren, maar hij komt niet door de selectie: te fragiel voor de troepen. Gekrenkt neemt hij zich voor zijn volk dan maar te gaan dienen door zichzelf te offeren, zoals zijn held Bogdan Zerajic dat heeft gedaan. Na een mislukte aanslag op de gouverneur van Bosnië, heeft die in 1911 de hand aan zichzelf geslagen.

Gavrilo Princip en zes andere samenzweerders staan op 28 juni 1914 in Sarajevo langs de kant van de weg. Ze komen Franz Ferdinand, de gehate satraap uit het Habsburgse huis, vermoorden. Nedeljko Cabrinovic gooit een bom. Die mist zijn doel. Snel drinkt Cabrinovic zijn flesje gif leeg en springt in de rivier. Levend wordt hij op het droge getrokken. Later op de middag schiet Gavrilo Princip met zijn Browning revolver, van Belgische makelij, twee keer raak. Voor ze hem wegsleuren van de locus delicti, neemt hij nog zijn slok cyanide. Maar ook Gavrilo Princip blijft in leven.

Als opgeschoten knullen gaan ze met gekruiste armen op een bankje in de rechtszaal hun straf afwachten. Drie van de zeven zullen de doodstraf krijgen. Princip en Cabrinovic, de twee die daadwerkelijk in actie zijn gekomen, zijn daar te jong voor: net geen twintig. Ze gaan beiden voor twintig jaar de cel in, maar Cabrinovic komt al in 1916 aan tuberculose te overlijden. Van Princip moet een arm geamputeerd worden, voordat ook hij aan de tering bezwijkt. Als hij op zondag de 28e april 1918 overlijdt, weegt hij nog maar 40 kilo.

Toen Gavrilo eens in de nacht wakker werd gemaakt om naar een andere cel overgebracht te worden, beet hij dit zijn gevangenisdirecteur toe: ‘Het is niet nodig me naar een gevangenis af te voeren. Mijn leven is al aan het afnemen. Ik stel voor dat jullie me aan een kruis nagelen en me levend verbranden. Mijn vlammend lijf zal als een toorts mijn volk verlichten op zijn weg naar vrijheid.’

Algemeen wordt aangenomen dat Princip en de zijnen geen fanatieke eenzaten waren. Dat ze vanuit Servië werden aangestuurd, lijdt geen twijfel. Maar daarmee is nog niet gezegd dat hun missie door Servië op touw was gezet. Centraal in het schimmenspel, waarin de Servische verantwoordelijkheid voor de Grote Oorlog lastig te ontwaren valt, staat de persoon van Dragutin Dimitrijevic – ‘een man die niet wist waar de grenzen van macht en verantwoordelijkheid lagen’. In de geheime kringen waarin hij zich bewoog, bediende Dimitrijevic zich van de codenaam Apis. Die had hij ontleend aan de heilige stier waarin de oude Egyptenaren zowel een vruchtbaarheidssymbool als een dodengod zagen. De droom van Apis was die van een Groot-Servië.

Deze Dimitrijevic had in 1903 met een groep getrouwen het koninklijk paleis van Servië bestormd. Ze leegden hun revolvers op koning Alexander en zijn vrouw Draga; takelden hun lichamen met sabels toe; en smeten het vorstenpaar uit het raam. De drie kogels waar Dimitrijevic tijdens de coup zelf tegenaan liep, zou hij de rest van zijn leven met zich meedragen. Door het parlement gekroond als ‘redder van het vaderland’ ging Dimitrijevic in de Balkanoorlogen een volgende heldenrol spelen. En hij smeedde een geheim genootschap onder een naam die van bravoure getuigde: Zwarte Hand. Jonge mannen die tuberculose onder de leden en dus weinig toekomst voor zich hadden, lieten zich het makkelijkst werven.

Van de Zwarte Hand – niet van Dimitrijevic zelf maar van een van zijn trawanten, majoor Voja Tankosic – kregen de aanslagplegers van Sarajevo in Servië hun moordtuig en hun zelfmoorddrankje, dat zo weinig probaat zou blijken. Moeiteloos konden ze de grens met Bosnië passeren. Werd daarbij van hogerhand een oogje dichtgeknepen? Wist premier Nikola Pasic van de hoed en de rand? Het relaas dat onderwijsminister Ljuba Jovanovitch tien jaar na dato liet optekenen, getuigt daarvan. ‘Ik herinner mij dat op een dag, ergens eind mei of begin juni, meneer Pasic ons mededeelde dat bepaalde personen op weg waren naar Sarajevo om Franz Ferdinand te vermoorden.’ Zijn angstige voorgevoelens liet Jovanovitch door een majoor wegnemen. Het was misschien een ongunstig moment, maar als er oorlog van kwam, dan konden ze zich van Russische ruggensteun verzekerd weten.

Is dat ook Pasic z’n afweging geweest? Laat maar, het zij zo, komt goed? Zat daar dan soms het idee achter van de Servische journalist die al in 1898 een Engelse minister had toevertrouwd dat ‘wij Serviërs leven in de hoop iets voor onszelf te krijgen uit de wereldbrand, wanneer die plaatsvindt.’ Of heeft Pasic wel degelijk geprobeerd Apis tot de orde te roepen? Volgens een theorie heeft de Zwarte Hand te elfde ure geprobeerd de aanslag af te blazen, maar lieten Princip en de zijnen, ongebonden als ze waren, zich door niets of niemand commanderen. Hoe dan ook, voor Oostenrijk-Hongarije was in de julidagen van 1914 een diepgaand onderzoek niet nodig. Wenen was het klip en klaar dat Belgrado de volledige schuld aan de moord op Franz Ferdinand en zijn Sophie droeg. De volledige bekentenis die drie van de moordenaars op 2 juli hadden afgelegd, sterkte Wenen in die overtuiging.

Bekend is dat Pasic erin was geslaagd een medewerker te laten infiltreren in de Zwarte Hand, dat zich als een gevaarlijke concurrent van de regering had opgeworpen. Als hoofd van de inlichtingendienst had Dimitrijevic al een voet tussen de deur van de macht. Binnen zou hij niet weten te komen. In juni 1917 speelde Pasic het klaar om kolonel Dimitrijevic voor een executiepeloton te leiden. De dubieuze aanklacht luidde dat Dimitrijevic plannen had gehad om kroonprins Alexander om zeep te brengen.

***

Gavrilo Princip zag zichzelf eerst als Joegoslaaf en dan pas als Serviër. De nationalisten die, honderd jaar na zijn geboorte, op de ruïnes van Joegoslavië elkaar naar het leven gingen staan, konden met zijn herinnering daarom moeilijk uit de voeten. De oorlog van Gavrilo Princip, een zelfverklaard atheïst, kon bovendien onmogelijk heilig zijn.

In het Joegoslavië van Tito was Gavrilo Princip bij menig patriot nog voor een held doorgegaan, of ten minste voor een ‘primitieve rebel’. Het was op het trottoir van de Appelkade in Sarajevo mogelijk om letterlijk in zijn voetstappen te gaan staan. Machtig gevoel moet dat zijn geweest: voor even bezit te nemen van hét kruispunt in de contemporaine geschiedenis. Maar in de jaren negentig kwamen vanuit de heuvels rondom Servische snipers de Bosnische hoofdstad gijzelen en wist Sarajevo niet hoe snel het zijn stoep schoon moest vegen van Gavrilo Princip, de zelfmoordterrorist.

Op de Balkan wordt de geschiedenis om de zoveel jaar herschreven. Vergevingsgezindheid is bepaald niet het leidend criterium. De oudste zoon van Franz Ferdinand moet daar wel toe in staat zijn geweest. Mede namens zijn broer en zus schreef hij Gavrilo Princip dat zij hem vergaven. Maar heeft Gavrilo in zijn cel die brief wel gekregen? En zou hij het zichzelf überhaupt hebben kunnen vergeven: de dood van die twee, laat staan van al die miljoenen?

192 Nikola Pasic en de oude volksliedjes (zondag 24 februari 1918)

Nikola Pasic

Aangespoeld op het eiland Korfoe ziet de Servische premier in ballingschap, Nikola Pasic, kans om met Kroaten en Slovenen gemene zaak te maken. De sluwe vos weet waar de macht van de Joegoslaven hoort te liggen: in Belgrado.

  • Volgers van Veertien Achttien krijgen zowel het Word-bestand als de mp3 van deze aflevering over de mail.

136 Wilhelm von Habsburg en het geborduurde hemd (zondag 28 januari 1917)

Wilhelm von Habsburg (Vasyl Vyshyvanyi)

Zijn vader ging er met Polen vandoor, dus liet Wilhelm von Habsburg zijn oog op de Oekraïners vallen. Hij had hun Rode Prins moeten worden, maar zou roemloos sterven in een Sovjet-gevangenis te Kiev.

Het geborduurde hemd

In de Oekraïense stad die Lviv heet, maar onder Pools en Russisch juk als Lwów bekend stond, terwijl de Habsburgers het weer wat eerder in de tijd als Lemberg op lieten bloeien te midden van Duitsers, Polen, Armeniërs, Joden en Oekraïners – in een stille hoek van díe oude stad met zijn vele gedaanten ligt een speelpleintje met wat wippen en schommels: het Vasyl Vyshyvanyiplein.

Ook deze Vasyl Vyshyvanyi heeft tijdens zijn leven een naamsverandering ondergaan. Meer dan dat: geboren als een Habsburgse aartshertog, met Wilhelm als voornaam, mat hij zichzelf een nieuwe, nationale identiteit aan. Het was als puber dat Wilhelm von Habsburg het plan opvatte om koning te worden van een volk zonder land. Hij ging de eerste onder de Oekraïners worden – en zelfs die naam moest nog veroverd worden op de heersers van het ogenblik. De Russen hielden de Oekraïners immers voor Klein-Russen, terwijl de Oostenrijkers ze als Roethenen adresseerden.

De Amerikaanse historicus Timothy Snyder greep in 2008 het vergeten personage van Wilhelm von Habsburg aan om het verhaal van het ontluikende nationalisme in Oost-Europa te vertellen. Zijn fascinerend boek, ‘De Rode Prins’, eindigt op een zomerse middag op het Vasyl Vyshyvanyiplein. Geen van de grootmoeders op het bankje heeft ooit gehoord van de man op wiens pleintje hun kleinkinderen spelen. Snyder praat ze dus maar even bij over Wilhelm, die hun prins Vasyl had moeten worden.

Het is een lang verhaal, dat in 1948 eindigt in een gevangenis in Kiev. Sovjetagenten hebben Wilhelm erin gestopt na hem uit Wenen ontvoerd te hebben. Voor Franse en Britse inlichtingendiensten zou hij gespioneerd hebben. Wilhelm sterft in zijn cel aan tuberculose, zes dagen na zijn veroordeling tot 25 jaar. De oma’s mogen ook nog weten dat Wilhelm in de Tweede Wereldoorlog een rol heeft gespeeld in het verzet tegen de nazi’s, maar dat hij daarvóór in Hitler juist een bondgenoot had gezien om samen zijn Oekraïne van bolsjewieken te zuiveren. Opportunistisch, impulsief, samenzweerderig: het is allemaal op Wilhelm van toepassing. En dan omvat zijn levensloop nog heel wat Parijse braspartijen. Hij hield het met tal van mannen en mocht graag in vrouwenkleren door rosse buurten zwerven. Mooie playboy om een speelplek naar te vernoemen, moeten de grootmoeders van het Vasyl Vyshyvanyiplein gedacht hebben.

***

Honderd jaar geleden nog een fata morgana, is Oekraïne vandaag de dag met zijn 46 miljoen inwoners het grootste van alle landen die geheel binnen de grenzen van Europa liggen. Het ontworstelde zich in 1991 aan de Sovjet-Unie en ging na de Oranjerevolutie van 2004 zijn blik nadrukkelijk op het westen richten. De droom van Wilhelm von Habsburg mocht dan in een nachtmerrie zijn uitgemond, zijn uitverkoren volk leek zichzelf een toekomst verworven te hebben. Het moest daarvoor wel eerst aan de keizerrijken van Oostenrijk en Rusland ontstijgen om vervolgens de totalitaire stormen van fascisme en communisme te doorstaan.

‘Stalin heerste een kwarteeuw. Hitler maar een achtste. De Habsburgers heersten al honderden jaren.’ Ziedaar het perspectief waarin Snyder zijn verhaal plaatst. In het rijk van de onsterfelijk lijkende keizer Franz Joseph was de status quo tot norm verheven. Wat hadden de Habsburgers eigenlijk te duchten? De tijd stond aan hun kant. Her en der in hun uitgestrekte rijk tamboereerden nationalisten sinds het midden van de negentiende eeuw op hun eigen taal en cultuur, die ook bestuurlijk vertaald zouden moeten worden. Maar met dergelijke nieuwlichterij ging de keizer wel komaf maken; niet door keiharde repressie, maar door de oude adel her en der in de ‘kroonlanden’ in het bestuursapparaat op te nemen. Dat weloverwogen beleid van nationale concessies kan ook voor tolerantie worden gehouden.

Had men in de Weense Hofburg niet voor hetere vuren gestaan? De Renaissance en de Reformatie, de Franse Revolutie en Napoleon, de ontbinding van het Heilige Roomse Rijk – dat alles had de Habsburgse dynastie niet wezenlijk kunnen raken. Akkoord, voorbij was de tijd van Karel V, in wiens wereldrijk de zon nooit onderging. De Habsburgers keken allang niet meer uit op de Atlantische Oceaan. Koloniën had de Dubbelmonarchie van Oostenrijk-Hongarije niet. In 1866 had een voorheen ondergeschikt koninkrijk, Pruisen, op het slagveld duidelijk gemaakt dat niet langer Wenen, maar Berlijn het centrum van de Duitstalige wereld vormde. En ook in het zuiden had zo’n nieuwkomer onder de naties, Italië, het oude keizerrijk durven belagen.

Maar in het hart van Europa bood het Huis van Habsburg nog altijd onderdak aan een schare volkeren. Sommige konden zich het eigen, roemruchte verleden amper nog herinneren. Andere hadden sowieso niets aan nationale trots om op terug te kijken. Tot de eerste groep behoorden de Polen, tot de tweede de Oekraïners. In het kroonland Galicië, dat een grote mate van autonomie bezat, overlapten de twee bevolkingsgroepen elkaar. Het waren echter de Polen die er van de Oostenrijkers de boventoon mochten voeren. Hoewel in Oost-Galicië de Oekraïners in de meerderheid waren, werd op 25 van de 31 gymnasia in het Pools onderwezen tegen 4 met het Oekraïens als voertaal.

Naar een landgoed in dit Poolse Galicië verhuist de Habsburgse aartshertog Karl Stephan met zijn kroostrijk gezin in het eerste decennium van de nieuwe eeuw. Hij is getrouwd met Maria Theresia, óók een Habsburgse, verdreven uit de Italiaanse erflanden van haar grootvaders. Hun jongste kind is Wilhelm en volgens Timothy Snyder moet de verhuizing de jongen tegengestaan hebben. Zijn jeugdjaren bracht hij door op een paradijselijk eiland, Losinj, dat nu onder Kroatië valt. Zijn vader gaf er als admiraal leiding aan de marine van Oostenrijk-Hongarije – een betrekking met weinig perspectief. In het besef dat de keizerlijke en koninklijke vloot het met slechts één vaargeul moet doen, de Adriatische Zee, heeft Karl Stephan besloten het over een andere boeg te gooien. Vanuit een ander landgoed van hem, Zywiec in Galicië, gaat hij bouwen aan een toekomst als koning van Polen, loyaal aan de Habsburgse keizer welteverstaan.

Terwijl op de Balkan twee oorlogen woeden tussen druistige naties die nog maar net op hun eigen benen staan, gaat Karl Stephan in naam van Habsburg pogen het Poolse nationalisme in goede banen te leiden. Hij verklaart zich één met de Polen en voegt de daad bij het woord door twee van zijn dochters – beneden hun stand – uit te huwelijk aan Poolse edellieden. De dochters verspelen daarmee voor hun nageslacht de ‘keizerlijke en koninklijke’ rechten om ooit nog over het Habsburgse rijk te heersen, maar dat deert Karl Stephan niet. De keizer zelf is ook niet ongelukkig met de Poolse vrijages van zijn verre neef. De Poolse onderdanen van de tsaar van Rusland en de keizer van Duitsland mogen weten dat het in Oostenrijk-Hongarije tenminste goed toeven is.

De jonge Wilhelm, toch al onderaan de ladder geboren, ziet ondertussen met lede ogen aan hoe twee vreemde zwagers zijn kansen op een vooraanstaande positie in het Polen van zijn vader nóg kleiner maken. Hij besluit zijn eigen plan te gaan trekken. Incognito reist de adolescent naar de Karpaten, op zoek naar het Oekraïense roversvolk. Ze blijken niet als wilden in dierenhuiden rond te lopen. De meeste Oekraïners zijn ongeletterde boeren en landarbeiders. Als hij naar Zywiec terugkeert, is het met een paar van hun liederen en hun woorden in zijn ransel. Wilhelm is op weg om ‘de Habsburgse Oekraïner’ te worden. Mocht dat zo uitkomen, dan zal hij zich ook dienstbaar aan de tientallen miljoenen Oekraïners voorbij de rijksgrens in Rusland opstellen.

***

De Eerste Wereldoorlog rolt in de eerste maand over Galicië heen. Op 3 september 1914 trekken de Russen Lemberg binnen. Wat volgt in Lwów is een politiek van onverholen russificatie, die de Grieks-katholieke Oekraïners harder treft dan de rooms-katholieke Polen. Verhaal apart vormen de Joden, die met pogroms te maken krijgen als het Russische leger in 1915 de terugtocht weer moet aanvaarden.

Wilhelm von Habsburg is pas in februari 1915 meerderjarig en gereed om aan de oorlog deel te nemen. In juni vraagt en krijgt hij het commando over een peloton in een voornamelijk Oekraïens regiment. Hij laat zich ‘Vasyl’ noemen, terwijl Poolse officieren hem voor ‘de Rode Prins’ uitmaken. Beïnvloed door het austromarxisme heeft Wilhelm, gemakkelijk in de omgang met gewone soldaten, een gevoel voor sociale rechtvaardigheid ontwikkeld. Hij behoedt zijn Oekraïners ook zoveel mogelijk voor de grillen van Poolse bureaucraten.

Als keizer Wilhelm II en keizer Franz Joseph in november 1916 het Koninkrijk Polen uitroepen, met zijn vader Karl Stephan als kandidaat voor de troon, gaat Wilhelm voor een ‘prinsdom Oekraïne’ ijveren, ondertussen ook slag leverend met tuberculose. Aan een onderhoud met de nieuwe keizer Karel I houdt Wilhelm een goed gevoel over: een Oekraïens kroonland lijkt in de maak.

Op 10 september 1917 krijgt Wilhelm in een met bloemen versierde auto een warm onthaal in Lemberg. De menigte in zijn Lviv roept enthousiast ‘Vyshyvanyi’ (‘borduursel’) als ze het Oekraïens geborduurde hemd zien dat Wilhelm onder zijn uniform draagt. Hij maakt ook kennis met Andrii Sjeptytsky, die aan het hoofd staat van de Grieks-katholieke kerk. Sjeptytsky, voorvechter van Oekraïense nationalisten, ziet het wel zitten in de jonge aartshertog en werpt zich op als zijn mentor.

De bolsjewistische revolutie in Rusland leidt er ook toe dat in januari 1918 in Kiev een onafhankelijk Oekraïne in het leven wordt geroepen. Wilhelm moet nu op zijn zaak passen. Hij krijgt het gedaan dat de hongerende Habsburgers in ruil voor graan een Oekraïense provincie gaan erkennen, terwijl de nieuwe Oekraïense Volksrepubliek door de Centrale machten tegen de bolsjewieken in bescherming wordt genomen. Eens, zo hoopt Wilhelm, zullen provincie en republiek samensmelten in één vorstendom met hem, de Rode Prins, aan het hoofd. Voorlopig voert hij een Oekraïens Legioen aan, samen met zijn mannen zwelgend in legendes over dappere kozakken die in vervlogen dagen de Poolse landadel hebben getart. Aan een rijke fantasie ontbreekt het Wilhelm in elk geval niet.

Maar zijn kansen zullen in de loop van 1918 keren. Habsburgse troepen branden Oekraïense dorpen plat omdat hun bij de ‘Broodvrede’ beloofde leveranties van graan uitblijven. Oekraïense partizanen drijven een wig tussen de aartshertog en zijn keizer. En de Duitsers, die inmiddels hun eigen stroman in de Oekraïense Volksrepubliek hebben geplaatst, hetman Pavlo Skoropadsky, beginnen in Wilhelm ook een bedreiging te zien.

Tijdens de Parijse vredesonderhandelingen komt, anders dan Polen, een zelfstandig Oekraïne niet op de agenda. De geallieerde machten zien het als een verzinsel van de verslagen vijand. Wilhelm von Habsburg is er ook niet bij in Parijs. Hij is in Oost-Galicië in een klooster ondergedoken, nadat Poolse troepen Lviv zijn binnengetrokken. Met zijn familie, de Habsburgers, is het gedaan. ‘Een eeuwigheid was voorbij’, maakt Timothy Snyder de tussenbalans in 1919 op. ‘Wilhelm was drieëntwintig jaar.’