258 John Maynard Keynes en het doodvonnis voor miljoenen Duitsers (zondag 1 juni 1919)

John Maynard Keynes

John Maynard Keynes

Zijn advieswerk voor de Britse oorlogsinspanning hield de econoom John Maynard Keynes ondanks zijn weerzin tegen het bloedbad tot het eind toe vol. Maar met de vrede die zijn regering de Duitsers ging opleggen, kon hij niet leven. Keynes stapte in Parijs uit de Britse delegatie.

  • Volgers van Veertien Achttien ontvangen deze aflevering per mail (doc + mp3).
Advertisements

251 Reginald E.H. Dyer en de lijken bij de waterput (zondag 13 april 1919)

Reginald E.H. Dyer

Reginald E.H. Dyer

Het bloedbad van Jallianwala Bagh zet in april 1919 de koloniale verhoudingen in Brits-Indië op scherp. Op commando van Reginald E.H. Dyer schieten Gurkha en Beloetsjen op een menigte Sikhs in hun heilige stad Amritsar. Officiële dodental: 379. ‘Ik beschouwde het als mijn plicht om te vuren, en wel om goed te vuren’, ging Dyer zichzelf later verdedigen.

  • Volgers van Veertien Achttien ontvangen deze aflevering per mail (doc + mp3)

240 Sir Edwin Lutyens en een lege tombe van Portland-steen (zondag 26 januari 1919)

Sir Edwin Lutyens

Sir Edwin Lutyens

De architectonische drijfveer van Sir Edwin Lutyens, wel degelijk een patriot, bestond eruit om waardigheid aan al het jonge sterven te verlenen. Maar wie wil, kan in het verdwijnpunt van de gestapelde triomfbogen van zijn Thiepval Memorial ‘de belichaming van het niets’ herkennen, zoals Lutyens’ Cenotaaf in Londen voor altijd leeg zal blijven.

  • Volgers van Veertien Achttien ontvangen deze aflevering per mail (Word-bestand en mp3-bestand)

188 John McCrae en het graf dat een bed moet worden (zondag 27 januari 1918)

John McCrae

John McCrae, Canadees legerarts, dichtte In Flanders Fields – een oproep om de strijd voort te zetten opdat de doden kunnen slapen onder klaproos en leeuwerik.

Het graf dat een bed moet worden

In Flanders fields the poppies blow
Between the crosses, row on row
That mark our place; and in the sky
The larks, still bravely singing, fly
Scarce heard amid the guns below.

We are the dead. Short days ago
We lived, felt dawn, saw sunset glow
Loved, and were loved, and now we lie
In Flanders fields.

Take up our quarrel with the foe:
To you from failing hands we throw
The torch; be yours to hold it high.
If ye break faith with us who die
We shall not sleep, though poppies grow
In Flanders fields.

Het is een bedrieglijk gedicht, dat ‘In Flanders Fields‘. Het beeld dat blijft hangen, in tal van bloemlezingen en bij tal van herdenkingsplechtigheden, is van een pastorale pracht. De klaprozen die bloeien tussen de kruizen, netjes in een rij. En de leeuweriken die met hun dapper gezang nog net boven de kanonnen beneden uit komen. We mogen berusten in la condition humaine.

Maar dan, in de eerste regel van het tweede couplet, verspringen toon en perspectief: ‘We are the dead’. Weg is het leven, weg de natuur. Liggend in Vlaamse velden hebben zij, die wij zijn, niets meer aan al het moois dat boven hen te beleven valt. En toch kunnen ze nog spreken, de doden, die niet daadwerkelijk dood blijken te zijn. Stervende zijn ze en nog altijd bij machte om een toorts te werpen. Wij, die ooit zij zullen zijn, moeten hem opvangen opdat de stervenden aan slapen toe kunnen komen. Zolang het graf geen bed is, knaagt het besef dat ze gefaald hebben in hun twist met de vijand. ‘Our quarrel with the foe’: dat geurt dan weer meer naar klaprozen dan naar kruit.

***

In Flanders Fields is geschreven door John McCrae, een Canadese legerarts. Hij werd in 1872 geboren in het plaatsje Guelph, Ontario. Zijn voorouders kwamen uit Schotland. Het Eilean Donan Castle, inmiddels een toeristische trekpleister op een eiland in de Schotse Hooglanden, is het thuis van de clan Macrae, de familienaam die zich laat vertalen als ‘zoon van genade’. John McCrae kon in Canada ook op genade aanspraak maken. Zijn jeugd speelde zich af in de Edwardian Summer, een gouden tijd die voorafging aan de Eerste Wereldoorlog. Hij groeide op met de presbyteriaanse deugden van zijn ouders: discipline en een sterk gevoel voor rechtvaardigheid. Op school haalde hij prima cijfers. Ook het krijgsbedrijf sprak de avontuurlijk ingestelde jongeling wel aan. Hij trad onder de hoede van zijn vader als adolescent toe tot een militie, waarvoor hij ook op de bugel ging blazen – hét instrument voor de Last Post aan het graf van een gesneuvelde soldaat.

De dood van het meisje waarop hij verliefd was geworden, dompelde hem onder in een peilloos verdriet. Maar toen al bood de poëzie hem troost. Een preoccupatie met de dood zou zijn kleine oeuvre van 29 gedichten gaan kleuren. ‘The Unconquered Dead, ‘The Dying of Pere Pierre, ‘The Dead Master ‘ en ‘The Anxious Dead – het funeraire gehalte is aan de hoge kant. En steeds lag vrede in de dood besloten.

In Toronto doorliep hij vlotjes een studie medicijnen. Maar een specialisatie in de pathologie stelde hij in 1899 uit om als vrijwilliger namens het Gemenebest te gaan vechten in Zuid-Afrika. ‘De jongens mogen hem wel – de populairste officier van het hele stel’, heeft een van zijn manschappen op laten tekenen. Aan de strijd tegen de Boeren hield McCrae een militaire medaille en een Toronto Welcome Home-medaillon over. In 1904 nam hij in Canada afscheid van de 1st Brigade of Artillery.

Tien jaar zou het duren eer hij dat legeronderdeel weer zijn diensten aan ging bieden. Hij was in 1914 al een gerenommeerd patholoog, die herhaaldelijk voor lezingen werd uitgenodigd en diverse publicaties in medische tijdschriften achter zijn naam had staan. Maar toen Canada enthousiast het moederland te hulp schoot in de strijd tegen Duitsland, wist ook McCrae wat hem te doen stond. ‘Het is een ellendige toestand en ik ga omdat ik denk dat iedere vrijgezel, vooral die met oorlogservaring, behoort te gaan’, schreef hij vlak voor vertrek een vriend. ‘Ik ben best wel bang hoor, maar nog banger ben ik om thuis te blijven met mijn geweten.’ John McCrae werd benoemd tot legerarts in de rang van majoor.

Een eerste kennismaking met Europa was de oorlog niet. Zijn vader had hem al eens meegenomen naar de bakermat van de familie in Schotland en een deel van zijn opleiding had McCrae in Engeland genoten. Door zich als scheepsarts aan te bieden wist hij later ook menige vakantie op het Europese vasteland te regelen. De oorlog werd geen holiday. Op 24 april 1915 werden Canadezen in West-Vlaanderen geconfronteerd met het onbekende fenomeen van een gasaanval. McCrae maakte het van nabij mee. Als een nachtmerrie heeft hij die Tweede Slag om Ieper beschreven: ‘Zeventien dagen en zeventien nachten lang heeft niemand van ons zijn kleren uit kunnen doen, zelfs niet zijn laarzen, op enkele keren na dan. Al die tijd dat ik wakker was zweeg het vuur van kanonnen en geweren nooit langer dan zestig seconden. En op de achtergrond was er constant de aanblik van de doden, de gewonden, de verminkten en hadden we het vreselijk angstige gevoel dat de linie het niet ging houden.’

***

Sinds 2005 herinnert een John McCrae Monument langs het Ieperleekanaal aan de tijd dat de dokter in een reeks van holen in de dijk zijn Advanced Dressing Station had ondergebracht. In zijn ‘eekhoornholen’, zoals de omschrijving van McCrae zelf luidde, stroomde het menselijk wrakhout van de oorlog binnen – aangeschoten of vergast.

Vlakbij verliet luitenant Alexis Helmer, een goede vriend van McCrae, op de zondagochtend van 2 mei 1915 zijn dugout. Ter plekke maakte een Duitse granaat, halverwege Ieper en Boezinge, een eind aan het leven van de 22-jarige officier, zoon van een brigadegeneraal. De lichaamsdelen werden in zandzakken verzameld en op een legerdeken gelegd voor de teraardebestelling, nog diezelfde avond. Bij afwezigheid van een geestelijke leidde John McCrae in het pikkedonker de plechtigheid. Hij haalde in een brief aan zijn moeder de laatste woorden aan die Helmer in zijn dagboek had genoteerd: ‘Het is wat rustiger geworden en ik ga proberen eens goed te slapen.’

‘Eens goed te slapen’ – het leidmotief van In Flanders Fields.

Is Helmer de muze geweest die onder het slapen gaan McCrae de woorden van In Flanders Fields influisterde? Bronnen beweren dat McCrae daags na de begrafenis zijn gedicht heeft neergekrabbeld, zittend op het opstapje van een ambulance met uitzicht op het vers gedolven graf van zijn vriend. Zo concreet is de getuigenis van zijn overste, Edward Morrison, echter niet. Volgens Morrison is In Flanders Fields wel ontstaan ‘uit letterlijk vuur en bloed tijdens de heetste fase van de Tweede Slag om Ieper’. Samen zouden ze herhaaldelijk toegekeken hebben hoe een regiment zijn doden begroef, rij na rij. In een brief aan Morrison moet McCrae ook aangeven hebben dat hij wachtend op een nieuwe lading gewonden zijn gedicht schreef. Met het metrum probeerde hij ondertussen wat te spelen.

De oorlog, die nog lang zou duren, heeft het graf van Alexis Helmer met zijn houten kruis erboven uitgewist. Alexis Helmer is een de 54.896 vermisten van wie de namen staan gegraveerd in de Menenpoort in Ieper. McCrae zou na de dood van Helmer niet lang meer in de Vlaamse velden blijven. Hij werd bevorderd tot luitenant-kolonel en kreeg de leiding over een Canadees hospitaal bij Boulogne, dat bestond uit een verzameling tenten die herhaaldelijk niet tegen sterke wind bestand bleken. McCrae, meer militair dan geneesheer, was ongelukkig met zijn benoeming. ‘Alle verdomde dokters in de wereld kunnen deze rotoorlog niet winnen’, heeft hij verzucht. ‘We hebben veel meer echte vechtjassen nodig.’

En toen werd hij zelf ziek. Is de astma uit zijn jeugd weer op gaan spelen? Hebben de chloordampen van Ieper zijn longen aangevreten? Zijn aanstelling als arts voor het Eerste Leger van de Britten heeft hij hoe dan ook nooit kunnen verzilveren. Hij is door longontsteking geveld en heeft er meningitis bovenop gekregen. Op 28 januari 1918 stierf John McCrae, 45 jaar oud. De Canadese bevelvoerder Sir Arthur Currie woonde de uitvaart bij. Als eerbetoon ging McCrae’s eigen paard Bonfire, die hij uit Canada had meegenomen, voorop in de rouwstoet; zijn rijlaarzen stonden volgens traditie omgekeerd in de stijgbeugels. John McCrae rust nog altijd op de begraafplaats van Wimereux, bij Boulogne, waar de grafstenen platliggen omdat ze in de duinen niet rechtop blijven staan.

***

Nog in 1915 heeft McCrae In Flanders Fields aangeboden aan de London Spectator, die er niks in zag. Zijn overste Morrison zou McCrae vervolgens overgehaald hebben om het naar Punch te sturen. Dat magazine publiceerde het gedicht wel, op 8 december 1915, overigens zonder de naam van de auteur erbij te vermelden. Een onstuitbare opmars volgde. McCrae heeft een stem aan de doden gegeven, zo heette het. Rekruteringsofficieren zagen in het gedicht eerder een handig instrument om soldaten voor de quarrel te ronselen.

Uit het gedicht is de klaproos, de poppy, als symbool van herinnering voortgekomen. Het meest prominente Eerste-Wereldoorlogmuseum in Ieper draagt de naam In Flanders Fields. Het gigantisch monument van de Canadezen bij Vimy herbergt een figuur die vol overgave een brandende toorts de lucht in steekt. En ter hoogte van Essex Farm Cemetery, in de Vlaamse Westhoek, staat het eenieder vrij om zich op de Site John McCrae door klaprozen in slaap te laten wiegen – poëzie als opium voor nabestaanden.

Wie zich niet wil laten bedwelmen, denkt aan Hill 60, Loos, de Somme, Beaumont Hamel, Courcelette, High Wood, Hill 62, Vimy, Mesen en Passchendaele – allemaal slagen die hun gewonden afgeleverd hebben in de bedden van John McCrae. Allemaal jongens die de toorts hoog hebben gehouden opdat de doden konden slapen onder klaproos en leeuwerik.

En opdat wij niet vergeten.