251 Reginald E.H. Dyer en de lijken bij de waterput (zondag 13 april 1919)

Reginald E.H. Dyer

Reginald E.H. Dyer

Het bloedbad van Jallianwala Bagh zet in april 1919 de koloniale verhoudingen in Brits-Indië op scherp. Op commando van Reginald E.H. Dyer schieten Gurkha en Beloetsjen op een menigte Sikhs in hun heilige stad Amritsar. Officiële dodental: 379. ‘Ik beschouwde het als mijn plicht om te vuren, en wel om goed te vuren’, ging Dyer zichzelf later verdedigen.

  • Volgers van Veertien Achttien ontvangen deze aflevering per mail (doc + mp3)
Advertisements

116 Annie Besant en de unie van harten (zondag 10 september 1916)

Annie Besant

Annie Besant

Met een geschiedenis als stakingsleidster en een overtuiging als theosofe stort de Britse Annie Besant zich in de Grote Oorlog op het India’s nationalisme. Het imperiale gezag van de Raj gaat Besant interneren, maar moet haar na demonstraties al snel weer vrijlaten. In de jaren daarna mist ze de aansluiting met Gandhi.

018 Khudadad Khan en de schijndood van Hollebeke (25 oktober 1914)

 

De feiten zijn ronduit heldhaftig. Niet voor niets heeft Khudadad Khan voor zijn heldendaad als eerste Indiër het Victoria Cross gekregen, de hoogste militaire onderscheiding bij de Britten voor betoonde dapperheid in het aangezicht van de vijand.

 

We zien hem op 31 oktober 1914 liggen in Hollebeke, een dorp van een paar honderd zielen dat aangeschurkt ligt tegen Ieper. Als de oorlog voorbij is, lijkt Hollebeke van de aardbodem te zijn verdwenen. Maar nu is de strijd nog vers en kan de greppel waarin Khudadad Khan zich verschuilt moeilijk een loopgraaf worden genoemd. Het front is volop in beweging. De verdedigingslinies zitten vol met gaten.

 

De Duitsers komen eraan, die laatste dag van oktober, en ze zijn met velen. Khudadad en zijn maten besluiten echter niet te zwichten. Ze bemannen een nest met twee machinegeweren. Als de officier van hun eenheid gewond is uitgeschakeld en het andere machinegeweer door een granaat buiten werking gesteld, gaat Khudadad achter zijn mitrailleur onverdroten door met vuren op de aanstormende Duitsers.

 

Van zijn eenheid, een onderdeel van de 129th Duke of Connaught’s Own Baluchis, is niemand meer in leven als ook Khudadad uiteindelijk wordt overlopen. Zwaargewond houdt hij zich voor dood. De Duitsers laten hem ook als lijk achter, waarna het Khudadad zal lukken om terug te kruipen naar de eigen linies. Zijn mitrailleur laat hij achter na het eerst onklaar te hebben gemaakt.

 

Op de Victoria Cross voor Khudadad Khan, hem persoonlijk uitgereikt door koning George V, lijkt weinig af te dingen, net zomin als op de Indian Order of Merit voor de Sikh die vijf Duitsers dood prikte met zijn bajonet. Toen die afbrak, had hij een sabel opgeraapt om verder te kunnen met zijn taak. Het duurde een jaar voordat de held in kwestie voldoende hersteld was van zijn verwondingen om terug naar India te kunnen. Maar ook postuum viel er heel wat koloniale eer te betonen. Kapur Singh, een andere Sikh, vocht eind oktober 1914 bij Mesen, onder Ieper, net zolang door totdat ook zijn laatste kameraad gesneuveld was. Hij wilde zich niet overgeven en bewaarde daarom de laatste kogel in de Vlaamse modder voor zichzelf.

 

Sepoys werden de soldaten in het Brits-Indisch leger met zijn geheel eigen terminologie en hiërarchie genoemd. Het hield er ook een eigen militair wetboek op na. In Marseille was het Indian Corps aan Europees land gekomen. Engelse dubbeldekkers hadden voor het laatste ritje naar het front gezorgd. Khudadad, een moslim, was een Rajput uit de huidige Pakistaanse provincie Punjab. Maar onder de Indiërs bevonden zich ook Pathanen, ofwel Pashtun, Dogras, Gurkha’s uit Nepal en Sikhs.

 

Brits-Indië – waartoe behalve het huidige India ook Pakistan, Bangladesh, Sri Lanka en delen van Birma behoorden – heeft in de Eerste Wereldoorlog zo’n anderhalf miljoen soldaten geleverd aan de Britse legers. Om en nabij 72.000 van hen hebben de oorlog niet overleefd. Indiërs hebben voor het Britse rijk gevochten in het Midden-Oosten, in Mesopotamië, in Oost- en West-Afrika en zelfs in China. Het viel ze zwaar om in Vlaanderen en in Noord-Frankrijk te acclimatiseren. Groot was de cultuurschok. Er is het verhaal van een groep Sikhs, die in een klooster bij St. Omer door monniken werden opgevangen. De Sikhs lieten zich vertellen dat de beelden van de twaalf apostelen een soort goeroes voor de christenen waren. Het is een merkwaardige vorm van oecumene die een oorlog weet te produceren.

 

Binnen een maand na het uitbreken van de oorlog stonden Indiërs aan het westelijk front. Spreekt voor zich dat al in India het commando over hen bij Britse officieren was gelegd. Die poogden zich over het algemeen als een goede huisvader te gedragen, begripvol voor de hoogsteigen zeden en gewoonten van hun strijders. Sikhs, bijvoorbeeld, mochten hun vijf k’s in ere houden: de metalen armband (kara), de dolk (kirpan), de onderbroek voor strijders (kaccha), de kleine kam (kangha) en het lange haar (kesh).

 

Het sterftecijfer onder de blanke commandanten was hoog in de Eerste Slag om Ieper, waarin ook Khudadad Khan verzeild was geraakt. Verweesd bleven de Indiërs achter, in een land dat ze niet kenden, in een oorlog die ze niet begrepen. De verliezen onder de Indiërs waren groot, niet alleen door het oorlogsgeweld, maar ook door ziekte. Nieuwe troepen moesten vanuit India aangevoerd worden. Op 10 maart 1915 raakten Indische soldaten verstrikt in de Slag bij Neuve-Chapelle. Aan dat bloedbad in Noord-Frankrijk herinnert het Neuve Chapelle Indian Memorial, een eerbetoon aan 4742 vermiste Indische soldaten.

 

April 1915 maakten Brits-Indische troepen tijdens de Tweede Slag om Ieper kennis met het gas als oorlogswapen. Zwaar waren hun beproevingen. Oktober 1915 werden de Indische infanteristen van het westelijk front naar Egypte overgebracht, nog voor hun moreel in de blubber van een nieuwe winter ging verdwijnen. Indische cavalerie-eenheden zouden pas in 1918 naar Egypte overgebracht worden.

 

***

 

Zonder gêne mobiliseerden de Fransen en Britten hun koloniale reserves. De Duitsers deden daar niet aan mee. In Afrika zetten ze wel ‘hun’ zwarten in, askari’s genaamd, maar om hen naar Europa over te brengen, was ongehoord voor de Duitsers. Dat zou overigens logistiek ook een bijna onmogelijke kluszijn geweest.

 

Als Afrikanen na de oorlog door de Fransen worden ingezet om het Rijnland te bewaken, wekt dat onder Duitsers enorme verontwaardiging. Schwarze Schande, schamperden ze in navolging van de kunstenaar Karl Götz, die een naakte, blanke vrouw ketende aan een zwarte penis met een helm op.

 

Wat is racisme? Zwarte en gele rassen in jouw oorlog storten? Of hen ongeschikt achten voor het blanke krijgsbedrijf? De Britten deelden hun volkeren als onderdeel van een verdeel- en heerspolitiek op in krijgshaftige en niet-krijgshaftige rassen. De Sikhs uit de Punjab zagen ze als hun meest koene onderdanen, die ook in etnisch homogene bataljons als de 47th Sikhs werden ondergebracht. De simpele boeren van de Indiase vlakten konden maar beter thuis blijven. Zo maakten Maori’s deel uit van het Nieuw-Zeelands expeditieleger, zij het als pioniers voor de ware soldaten, maar peinsden de Australiërs er niet over om hun Aboriginals, net zomin als de halfbloeden, van een uniform te voorzien.

 

De Eerste Wereldoorlog was in essentie een Europees conflict. De oude wereld had het zelf uit kunnen knokken, maar de Europeanen sleepten alle andere continenten mee in hun strijd. In 2008 wijdde het In Flanders Fields Museum in Ieper een expositie aan ‘de multiculturele aspecten van de Eerste Wereldoorlog’. De samenstellers telden vijftig culturen die op Vlaamse bodem aan de strijd meededen. Zoeloes, Corsicanen, Indianen, Eskimo’s, Catalanen, Maori’s, Chinezen, Spahi’s…..

 

Spahi’s? Woestijnruiters uit Noord-Afrika. Hun rol bleef beperkt tot het begeleiden van konvooien of krijsgevangenen, maar omdat ze er zo kleurrijk uitzagen, werden ze talloze malen op de foto gezet. Ook een plaatje waren de Zoeaven, Noord-Afrikanen van Franse origine, die in de eerste twee slagen om Ieper hun mannetje hebben gestaan.

 

Het New Zealand Maori Pioneer Battalion, dat naar Gallipoli werd gestuurd, was nog het verst van huis. Niet alleen Maori’s, de inheemse bevolking van Nieuw-Zeeland, maakten er deel van uit. Plukjes land in de Grote Oceaan als Niue, de Cook Eilanden, Fiji en Tonga vaardigden ook enkele honderden manschappen af. Maar de commandant van het Samoan Expeditionary Force stond erop dat de Maori’s, met hun alcoholische uitspattingen, uit de buurt van zijn jongens werden gehouden. De Maori’s werden er bovendien van verdacht tuberculose en andere ziekten onder de rangen te verspreiden. Er waren ook interculturele fricties van het eerder triviale soort. Zo klaagden Maori’s tijdens hun training over laarzen die niet voor ‘Native wear’ geschikt waren.

 

Van een eiland in de Stille Zuidzee naar een loopgraaf in West-Vlaanderen:  groter kon een stap op de aardbol niet zijn. Een enkeling heeft stilgestaan bij deze tragedie binnen de tragedie: mijlenver van huis te moeten sterven. Van de Vlaamse priester Cyriel Buysse is deze overpeinzing uit de zomer van 1917: ‘Later, als alles zal voorbij zijn, zullen Belgische en Franse vrouwen op de met frisse bloemen getooide grafsteden van hun gevallen mannen en zonen komen bidden; maar wie zal er wel ooit neerknielen bij het verlaten graf van Mohammed of van Ibrahim in Vlaamse aarde?’

 

Helemaal gelijk heeft Buysse niet gehad. Canadese Indianen hielden in het eerste decennium van de eenentwintigste eeuw te Ieper een calling home ceremony voor hun gesneuvelde voorouders. Familie van een in Vlaanderen geëxecuteerde Maori bracht in 2007 een bezoek aan zijn graf. Ze hadden een wakahuia meegenomen, een houten doos waarin Maori’s ceremoniële voorwerpen bewaren. De laatste jaren zijn Sikhs op 11 november opvallend aanwezig tijdens de herdenkingsplechtigheden, folders uitdelend met daarop teksten als ‘Vergeet nooit de Sikh opoffering voor Europa’s vrijheid’.  En Nepalese Gurkha’s die in het begin van dit millennium op vredesmissie in Kosovo waren, kwamen in Vlaanderen de graven van hun landgenoten op de oorlogsmissie van ‘14-‘18 bezoeken.

 

Een gevoel van droefheid kan je overvallen aan de voet van een graf met Chinese karakters in een hoekje van een Britse begraafplaats, op een verlaten Vlaamse akker. De Chinezen werden niet geacht mee te vechten. Ze moesten arbeid verrichten achter het front. Als zo’n Chinese rekruut nog een staart droeg, was dat het eerste wat hij thuis moest laten.

 

***

 

Khudadad Khan is na zijn heldendaad opgeklommen van sepoy tot subadar, een rang die te vergelijken is met die van kapitein in het Britse leger. In een Engels ziekenhuis herstelde hij van zijn bij Hollebeke opgelopen verwondingen, waarna hij de reis terug naar huis en een lang leven mocht aanvaarden.  Toen in 1956 de pas opgerichte Victoria Cross Association een tea party hield in Westminster Hall, kwam Khudadad Khan over om als een van de 24 leden aan te schuiven, met het eremetaal op de borst. Hij stierf in 1971 op 84-jarige leeftijd.  Thuis. Heel ver weg van Hollebeke, waar in 1999 nog wel een monumentje is opgericht voor die vreemde mannen met tulbanden, die grote pannenkoeken bakten en samen vreemde liedjes zongen als het donker werd.