203 Edwin Samuel Montagu en het bedrog van Venetia (zondag 12 mei 1918)

De enige Joodse minister in het Britse kabinet verliest zijn strijd tegen het zionisme. Edwin Samuel Montagu zal ook India door de vingers glippen, om over zijn vrouw Venetia Stanley nog maar te zwijgen.

Advertisements

096 Sir Mark Sykes en de scheuren in het lood (zondag 23 april 1916)

Britten en Fransen verdelen in de Grote Oorlog alvast het Midden-Oosten. François Georges-Picot voor de Fransen, Sir Mark Sykes voor de Britten. Tot op de dag van vandaag werkt ‘Sykes-Picot’ door in de verhoudingen tussen oost en west. Het stoffelijk overschot van Sir Mark Sykes zelf, slachtoffer van de Spaanse Griep, dook in 2008 op in het nieuws.

De scheuren in het lood

Vóór de oorlog mag de ‘zieke man van Europa’ dan opgegeven zijn, terminaal is het Ottomaanse Rijk in het voorjaar van 1916 nog altijd niet. Door de Turken verjaagd hebben de geallieerden met de staart tussen de benen het schiereiland Gallipoli verlaten. En ook in Mesopotamië zijn Ottomaanse troepen erin geslaagd de Britten bij Koet-Al-Imara tot op het bot te vernederen.

Toch zien Fransen en Britten begin 1916 volop aanleiding om zich alvast over het lijk van de Ottomanen te buigen. Voor hun anatomische les maken zij gebruik van klassieke gebiedsnamen als Syrië, Libanon en Palestina. Het Midden-Oosten, waarvoor ook poëtischer toponiemen als ‘de Levant’ en de ‘Vruchtbare Sikkel’ in omloop zijn, is het begeren waard. Twee diplomaten met parate kennis van het Midden-Oosten worden – achter gesloten deuren – aan het werk gezet. De Fransen vaardigen François Georges-Picot af, die voor het uitbreken van de Grote Oorlog consul in de Libanon is geweest. Picot is een statig en consciëntieus heerschap, afkomstig uit het milieu dat diplomaten, kolonialen en ambtenaren voor de hogere echelons levert. Zijn broer heeft zich ontfermd over de kas van het Comité van Frans-Azië, dat zich ook nadrukkelijk bekommert om het Midden-Oosten.

Picot is net als zijn Britse tegenvoeter van katholieke komaf, maar de levenswandel van de negen jaar jongere Sir Mark Sykes is een compleet andere. Met de adellijke titel van zesde baronet in het vooruitzicht groeide de jonge Sykes op onder de hoede van een dronken, overspelige moeder en een veel oudere, kille, zenuwzieke vader. Zijn grillige onderwijscarrière heeft het eindstation gemist, maar dat compenseert Sykes dan weer met een flinke portie enthousiasme en creativiteit. In 1913 komt hij op het idee om het Britse leger te verrijken met het specifieke talent van de plattelandsjongens uit zijn Yorkshire. Als The Wolds Waggoners zullen zij in 1916 hun met het paard getrokken karren over het slagveld van de Somme leiden.

Sykes brengt het ook tot conservatief parlementslid en adviseur van Lord Kitchener inzake het Midden-Oosten. Hij koestert een romantisch beeld van dat nog ongerepte gebied. Zijn reiservaringen heeft Sykes in boekvorm gegoten. Uit 1915 stamt De kaliefs laatste erfenis: een korte geschiedenis van het Turkse rijk. Hij poogt zijn lezers in te peperen dat de westerse samenleving ten diepste ook door de Ottomanen gevormd is. Thuis, in Sledmere House op het familielandgoed in Yorkshire, is voor Sykes dan ook een Turkse Kamer ingericht. De Armeense kunstenaar van dienst heeft een moskeevertrek van een sultan als voorbeeld genomen.

Franse invloeden vormen wat Sykes betreft een bedreiging van de oriëntaalse cultuur. ‘Fransen zijn niet in staat om respect af te dwingen’, is zijn mening ook na een bezoek aan Frans Noord-Afrika. ‘Het zijn geen sahibs, ze kennen geen gentlemen, de officieren hebben er paarden noch geweren noch honden.’

Ondanks al die ressentimenten weet Sykes met Picot tot zaken te komen. De afspraken die ze in april 1916 beklinken, worden in mei door de beide regeringen overgenomen. Bij het verdelen van de Ottomaanse inboedel hebben de twee ook rekening moeten houden met het bevriende Rusland, voor wie Constantinopel en de Dardanellen klaar liggen naast Armeense en Koerdische gebieden. Frankrijk zelf graait ook diep in het Anatolische binnenland. De Libanon en de Syrische kuststreek zijn tevens voor de Fransen gereserveerd. Door investeringen in spoorwegen en havens en de inspanningen van missionarissen zijn de Fransen immers al nadrukkelijk aanwezig in dit deel van de Levant.

Ten zuiden van Mosul eigent Groot-Brittannië zich grote delen van Mesopotamië toe, inclusief Bagdad en een flinke uitloper langs de Perzische Golf tot aan Basra. Voor toegang tot de Middellandse Zee stelt Sykes bovendien de havensteden Haifa en Akko veilig. Op het Heilige Land, ofwel Palestina, kan geen enkele christelijke natie haar exclusieve recht laten gelden. Het wordt bij wijze van Salomonsoordeel door Sykes en Picot daarom onder internationaal toezicht geplaatst. Een vrije havenstad mag aan de Turkse zuidkust ook Alexandretta blijven, het huidige Iskenderun.

Tussen hun domeinen in creëren Britten en Fransen ruimte voor een Arabische staat dan wel een Arabische confederatie. Let wel, die zone is verdeeld in twee helften, waarbinnen Fransen respectievelijk Britten voorrang hebben om ondernemingen te stichten en leningen te verstrekken. Het Franse deel bestaat uit grofweg Syrië en Mosul. De Britse invloedssfeer strekt zich uit over Trans-Jordanië en het deel van Irak tussen Mosul en Bagdad.

De Frans-Britse privileges gaan na het uitlekken van het akkoord kwaad bloed zetten onder Arabieren. Hoessein ibn Ali, de sjarief van Mekka, voelt zich bedrogen: de Britten hadden hem immers beloofd om samen een onafhankelijke, Arabische staat op de Ottomanen te veroveren. De gespannen verhoudingen tussen oost en west, hoogst actueel in onze tijd, worden in politieke analyses dan ook vaak teruggevoerd tot het Sykes-Picotverdrag uit het voorjaar van 1916.

Ook Rome gaat in 1916 nattigheid voelen. Om Italië het geallieerde kamp binnen te lokken, zijn april 1915 de Italianen Ottomaanse gebieden in het vooruitzicht gesteld. Sykes en Picot hebben daar geen aandacht aan besteed, maar uiteindelijk ontkomen de Fransen en Britten er in april 1917 niet aan om hun toezeggingen van twee jaar eerder gestand te doen. Het Akkoord van Saint-Jean-de-Maurienne voorziet in een Italiaanse toekomst voor zuidwestelijk Anatolië – een claim die de Grieken na de oorlog terzijde zullen schuiven door het bestuur over Smyrna naar zich toe te trekken. Het Akkoord van Saint-Jean-de-Maurienne is dan ook niet erkend door de Russen, die het al snel veel te druk met de revolutie in eigen land zullen krijgen. Volgens de memoires van David Lloyd George heeft het Italiaanse supplement ook nooit de goedkeuring van sir Mark Sykes kunnen wegdragen. Het zou hem door Buitenlandse Zaken zijn opgedrongen.

In 1917 valt het tsaristische Rusland weg uit het raamwerk van Sykes en Picot, die dat jaar samen nog een Politieke Missie ten tijde van de veldtocht in Palestina hebben aangevoerd. De bolsjewieken zetten de schijnwerpers op het onderonsje van Sykes en Picot. November 1917 publiceren de sovjetkranten Izvestia en Pravda de inhoud.  Drie dagen later volgt de Manchester Guardian. Fijntjes kunnen de Ottomanen hun Arabische geloofsgenoten nu voor gaan houden dat met hun medewerking moslims onder christelijk regime geplaatst gaan worden. Gemor stijgt eveneens op in kringen van zionisten. Die hebben net iets eerder van de Britten de belofte gekregen om een Joodse staat van Palestina te mogen maken: de befaamde Balfour Declaratie van 2 november 1917. De internationale regeling die Sykes en Picot eerder voor Palestina bekonkeld hebben, maakt de zionisten nu argwanend.

Zo erodeert al tijdens de oorlog het fundament onder het Sykes-Picotverdag, waarmee de Britse premier David Lloyd George ook allesbehalve gelukkig is. ‘Fatuous arrangement’, kenschetst hij in zijn memoires: ‘stompzinnige afspraak’. Lloyd George vindt dat de Fransen meer hebben gekregen dan wat hun toekwam.  Oktober 1918 vechten hij en zijn Franse collega Georges Clemenceau als ‘viswijven’ over het Midden-Oosten. Die vergelijking komt van Edward M. House, de voornaamste buitenlandadviseur van de Amerikaanse president Woodrow Wilson.

Zonder de Franse verliezen aan het westelijk front mee te laten wegen, rekent Lloyd George voor dat de Britten het meeste bloed vergoten hebben in het Midden-Oosten. Hij behoudt zich daarom het recht voor om op eigen houtje met de Ottomanen over een wapenstilstand te onderhandelen. De Fransen nemen daar uiteindelijk ook genoegen mee. Drie weken na de Wapenstilstand in het westen geven ze bovendien hun door Picot bevochten aanspraak op Mosul prijs. Opmerkelijk, want die regio is rijk aan olie en de Fransen hebben de vorige winter een diepe energiecrisis doorgemaakt. Het is in een persoonlijk onderhoud met Lloyd George te Londen dat Clemenceau – om hem moverende redenen -besluit ook het noorden van Mesopotamië aan de Britten te laten.

Het landjepik van Sykes-Picot staat anno 1919 op gespannen voet met het zelfbeschikkingsrecht voor naties, waarop de Amerikaanse president Woodrow Wilson hamert. Het moet van Wilson sowieso gedaan zijn met geheime verdragen, zoals dat van Sykes-Picot. Om de wensen van het Midden-Oosten in kaart te brengen, besluit Wilson een geallieerde commissie op rondreis door Syrië en Palestina te sturen. Als de Britten en de Fransen zich voor die missie afmelden, trekken twee Amerikanen eropuit. De King-Crane Commissie gaat zich uitspreken vóór Arabische onafhankelijkheid, gewaarborgd weliswaar door Amerikanen en Britten, maar tégen Franse en Joodse gebiedsclaims. Het rapport van King en Crane zal echter terzijde worden geschoven aan de onderhandelingstafel in Parijs. De Fransen weten in 1920 tijdens de Conferentie van San Remo hun aanspraken op Syrië overeind te houden, terwijl de Britten het toezicht op Palestina en Irak op zich nemen. ‘Mandaatsgebied’ is de term die bij dergelijke bevoogding hoort.

Sir Mark Sykes heeft al die ontwikkelingen niet meer mee mogen maken. Door het noodlot is hij februari 1919 van het toneel verdwenen. Sykes is een slachtoffer van de Spaanse Griep, die wereldwijd vele doden meer op zijn geweten heeft dan de Grote Oorlog. De schattingen lopen op tot boven de 50 miljoen.

‘Het is een enorm verlies’, schrijft de Engelse diplomaat Harold Nicholson in zijn dagboek over de dood van zijn vriend, sir Mark Sykes. ‘Het is te danken aan zijn tomeloze drang en doorzettingsvermogen, zijn enthousiasme en geloof, dat Arabisch nationalisme en zionisme twee van onze succesvolste oorlogsdoelen zijn geworden… Hij heeft natuurlijk fouten gemaakt, zoals het Sykes-Picotverdrag, maar hij hield vast aan zijn ideeën met de hartstocht van een genie.’

Sykes is gestorven in een bed van Hotel Lotti te Parijs, waar hij verbleef om deel te nemen aan de vredesonderhandelingen. Ook de Amerikaanse president Woodrow Wilson liep in Parijs tegen het griepvirus aan. Dat hij het overleefde en de veel jongere Sykes niet, hoeft geen verwondering te wekken. De Spaanse Griep bleek vooral fataal voor mannen en vrouwen die in de kracht van hun leven verkeerden. Sykes is niet ouder dan 39 jaar geworden. François Georges-Picot was ruim twee keer zo oud, toen hij in 1951 overleed.

***

In 2008 proberen virologen zich te wapenen tegen het vogelgriepvirus, dat al in Azië heeft rondgewaard. De genetische structuur ervan komt overeen met die van het virus achter de Spaanse Griep. Het plan is nu om een slachtoffer van toen op te graven. Het gaat om een man die destijds in een loden doodskist ter aarde is besteld. De hoop bestaat dat daardoor het griepvirus nog aan te treffen is. Het gaat om een aristocraat en diplomaat; een man die negen decennia geleden de kaart van het Midden-Oosten overhoop heeft gehaald, grenzen achterlatend die tot op de dag van vandaag omstreden zijn. Zijn naam: Sir Mark Sykes.

Op 8 september 2008 gaat het graf open van Sykes en zijn vrouw, die hem zes kinderen heeft geschonken. Als de kist zich toont, blijkt het lood het niet gehouden te hebben. Ook het lijk is verre van intact. Door de scheuren in het lood heen kan nog wel wat weefsel worden weggenomen. Maar ook het stoffelijk overschot van sir Mark Sykes heeft de griep de wereld niet uit kunnen krijgen.

092 Erich von Falkenhayn en vijf Fransen voor twee Duitsers (zondag 26 maart 1916)

De Fransen bij Verdun ‘weissbluten’: die kille strategie komt in 1916 uit de koker van de Duitse chef-staf Erich von Falkenhayn. Lang geniet hij het vertrouwen van de keizer, maar als Einzelgaenger moet Falkenhayn uiteindelijk het veld ruimen voor Hindenburg. Op een succesvolle campagne in Roemenie volgen nederlagen in Palestina en de spreekwoordelijke nachtkaars in Wit-Rusland.