022 Paul von Hindenburg en het straatje om (zondag 22 november 1914)

 

 

Wat doet u in tijden van spanning?’, moet Paul von Hindenburg ooit zijn gevraagd. Zijn antwoord: ‘Dan fluit ik.’ Waarna de vragensteller opmerkte dat hij Hindenburg nog nooit had horen fluiten. ‘Dat heb ik ook nog nooit gedaan’, liet die daarop weer weten.

 

Voilà, de karikatuur van de Pruisische oorlogsheld uit de Eerste Wereldoorlog, Paul Ludwig Hans von Beneckendorff und von Hindenburg. Rots in de Duitse branding. Onverstoorbaar. Zelfbewust. Getuige de talloze straten en pleinen die in het hedendaagse Duitsland zijn naam nog dragen, is die reputatie behoorlijk slijtvast gebleken. Wat zijn curriculum vitae nadien nog te zien mag hebben gegeven, Hindenburg is de Held van Tannenberg gebleven – het icoon van Duitse waarden als Ordnung en Kampfgeist.

 

Ook bij iemand als David Lloyd George, Brits premier in de tweede helft van de Grote Oorlog, kon Hindenburg op respect rekenen. Als hij in het decennium na de Eerste Wereldoorlog gekozen wordt tot president van de Weimar Republiek, kan Lloyd George dat best begrijpen. Hindenburg is immers een ‘very sensible old man’. Voor de historicus en tijdgenoot Hans Delbrück was Hindenburg eerder een ‘grote oude nul’.

 

Delbrück velde dat vernietigend oordeel nog voor Hindenburg het als president in januari 1933 bestond om Adolf  Hitler tot rijkskanselier van de Weimar Republiek te benoemen. Aanvankelijk had hij weinig opgehad met de leider van de NSDAP. ‘Böhmischer Gefreite’ placht hij te midden van intimi Hitler te noemen: ‘Boheemse korporaal’. Historisch foutje van de veldmaarschalk. Hij verwarde het Oostenrijkse Braunau, geboorteplaats van Hitler, met het Boheemse Braunau.

 

Juni 1919 ziet Hindenburg er ook niet florissant uit. Het verslagen Duitsland krijgt zijn vredesvoorwaarden gedicteerd. President van de nieuwe republiek is de sociaal-democraat Friedrich Ebert. Die belt Hindenburg  om te vragen wat hij ervan vindt. Hindenburg laat het antwoord over aan zijn opvolger, Wilhelm Groener. ‘Jij kent het wel. Ik ga een eindje lopen’, zegt hij tegen hem. Groener vertelt Ebert dat er weinig anders op zit dan te tekenen, want het Duitse leger kan zich geen hervatting van de oorlog permitteren. Als Hindenburg terugkeert van zijn wandeling en hoort hoe Groener heeft gehandeld, legt hij een arm op diens schouder. ‘U hebt een grote verantwoordelijkheid op u genomen’, zegt hij erbij.

 

Oktober 1918. Wilhelm II ontvangt de legertop, Hindenburg en zijn rechterhand Erich Ludendorff . Het offensief aan het westelijke front is op een grote deceptie uitgelopen. De keizer geeft Ludendorff te verstaan dat zijn dagen geteld zijn. Maar tegen Hindenburg zegt hij: ‘Und Sie bleiben.’ Waarop Hindenburg beleefd het hoofd buigt, tot ontsteltenis van Ludendorff, die solidariteit van zijn oude kompaan in de strijd had verwacht. Hindenburg een rots in de branding? Mwah.

 

***

 

Hij wordt in 1847 geboren als telg van een Oost-Pruisisch, adellijk geslacht. Zijn vader is officier en voor de jonge Paul ligt geen andere toekomst dan een militaire open. ‘Een kwestie van overlevering’, zal hij in zijn memoires opmerken. In 1866 maakt hij actief de oorlog mee van de Pruisen tegen de Oostenrijkers. Hij komt er met een hoofdwond goed vanaf. In 1871 is hij er in de Spiegelzaal van Versailles bij als het Duitse keizerrijk wordt uitgeroepen. In 1888 wordt hij uitverkoren om als officier de wake te houden bij het opgebaarde lijk van keizer Wilhelm I. En in 1911 is hij 64 jaar, een mooie leeftijd om met pensioen te gaan.

 

Maar het historisch leven van Paul von Hindenburg moet dan nog beginnen. Als in 1914 de Duitsers in het eigen Oost-Pruisen onder Russische druk komen te staan, wordt een beroep op de oude generaal Von Hindenburg gedaan. Samen met zijn energieke adjudant Erich Ludendorff boekt hij een eclatante overwinning in de Slag bij Tannenberg, die door Hindenburg zelf zo is gedoopt. In 1410 heeft bij Tannenberg een Duits leger moeten buigen voor een Poolse koning. Die schande heeft Hindenburg nu uitgewist.

 

Als Hindenburg na de oorlog zijn memoires publiceert, verraadt een passage uit september 1914 ’s mans wereldbeeld. Hij beschrijft hoe tijdens een rit door Poolse landstreken verheven gedachten in hem opkomen. Dat Germaanse stammen hier de cultuur een dienst bewezen hebben. Dat men wel kan merken dat de mensen hier leven naar het categorisch imperatief van Immanuel Kant, Oost-Pruisisch filosoof. Dat hier eenvoudige, trouwe en bedachtzame mensen wonen. Verderop, in het Russisch deel van Polen, valt Hindenburg vooral de modder op. Maar ook de mensen zelf lopen er over van smerigheid, noteert hij. De beschaving valt, voor een man als Hindenburg, samen met Pruisen.

 

Hindenburg en Ludendorff zullen samen nog lang in het noordelijk deel van het oostelijk front vertoeven. Het zijn tegengestelde types, die elkaar de oorlog lang wonderlijk goed aanvullen. Hindenburg, de bedaarde aristocraat. Ludendorff, de onstuimige burgergeneraal. Hindenburg, de hoeder van oude Pruisische waarden. Ludendorff, de carrièrejager zonder scrupules. Samen hebben ze het daar in het oosten niet begrepen op opperbevelhebber Falkenhayn, die meer oog heeft voor het westelijk front en de meer zuidelijk gelegen slagvelden in het oosten, waar de Oostenrijkers steun van de Duitsers kunnen gebruiken.

 

In augustus 1916 grijpen Hindenburg en Ludendorff hun kans. De twee nemen de Oberste Heeresleitung over van Falkenhayn. In het westen komen ze tot een drastisch besluit: ze geven grondgebied op voor een beter te verdedigen frontlijn. Verschroeide aarde laten ze op de terugtocht in Noord-Frankrijk achter zich. Het Duitse leger hergroepeert zich in een nieuw stelsel van loopgraven en betonnen bunkers, die de Hindenburglinie genoemd gaat worden.

 

Maar het blijft niet bij een herschikking van het slagveld. In politiek opzicht trekt het leger praktisch alle macht naar zich toe. Duitsland gaat op een dictatoriaal geleide staat lijken met, in de woorden van de schrijver Sebastian Haffner, als wérkelijke keizer Paul von Hindenburg en als wérkelijke kanselier Erich Ludendorff. Die laatste heeft wel de meeste touwtjes in handen. De onverminderd populaire Hindenburg is vooral het boegbeeld.

 

In het jaar 1916 ziet het Hindenburg Programm ook het licht. Het is een duchtige poging om de Duitse economie naar de oorlog te modelleren. Mannen, maar ook vrouwen, worden verplicht in de oorlogsindustrie mee te draaien. Bedrijven die de oorlog niet dienen, gaan op slot. Via een in het leven geroepen Kriegsamt dicteert het leger voortaan de productie. Het is geen onverdeeld succes. De economische praktijk blijkt te weerbarstig voor sturing door generaals.

 

Het tweemanschap Hindenburg-Ludendorff heeft nog de hand in het heenzenden van kanselier Von Bethmann Hollweg, die veel te soft is naar hun zin. En in 1918, als het front in het oosten na de revolutie in Rusland is opgedoekt, gaat de Oberste Heeresleitung in het westen vol in de aanval. Winnen ze deze oorlog niet, dan is het in elk geval zaak om een goede basis voor een volgende te leggen. De Romeinen hadden immers ook meer dan één Punische oorlog nodig om Carthago eronder te krijgen.

 

Ze komen ver, maar 8 augustus 1918 wordt de ‘zwartste dag in Duitslands geschiedenis’, aldus Erich Ludendorff, die geestelijk ook instort onder de militaire tegenslag. Hindenburg zal noteren in zijn memoires: ‘De neerslachtigheid en de teleurstelling dat ondanks alle overwinningen de oorlog voor ons maar niet wil eindigen, hebben ook vele van onze dappere soldaten aangetast.’

 

In 1919 al is hij de prominentste verbreider van de Dolkstootlegende. Duitsland heeft niet verloren omdat de ander sterker was, maar omdat het thuis in de rug aangevallen is door linkse revolutionairen. De jaren twintig breken aan en de broze Weimar Republiek heeft dringend behoefte aan een grote verzoener; iemand die als een pater familias boven de partijen kan staan. De blik gaat uit naar Paul von Hindenburg. In 1925 wordt de oude krijger door het volk gekozen als zijn president. Gaandeweg zal hij meer en meer de oren naar zijn rechtse vrienden laten hangen. Het door sociaal-democraten gedomineerde parlement rangeert hij op een zijspoor. In 1932 wordt Hindenburg, in zijn 85e levensjaar, opnieuw gekozen voor een zevenjarige termijn. Maar dat blijkt al te optimistisch. Hindenburg sterft in 1934 in een Duitsland waarvan een ander inmiddels de Führer is. Hoe de held van Tannenberg eindigde als de ceremoniemeester van Adolf Hitler: het is hoe dan ook een treurig verhaal.

 

***

 

We schrijven 1927 als Time verslag doet van een glorieus evenement: ‘Rechtop en statig, arriveerde president generaal-veldmaarschalk Paul Ludwig Hans von Beneckendorff und von Hindenburg in Tannenberg, Oost-Pruisen, om een oorlogsmonument te onthullen voor de soldaten die vielen in de historische Slag bij Tannenberg. Meer dan honderdduizend mensen waren bijeen om getuige van de ceremonie te zijn. Veteranen stonden zes mijl lang opgesteld om hun oude militaire chef eer te betonen. Sommigen waren gekleed in het veldgrijs, anderen schitterden met hun gepluimde helmen en met goud afgezette uniformen uit keizerlijke tijden. Verzameld ook waren de hoogste autoriteiten, van kanselier Wilhelm Marx en verscheidene van zijn kabinetsleden tot maarschalk Von Mackensen en de generaals Von François en Von Ludendorff. Gekleed in het maarschalksuniform, met de staf in zijn linkerhand, schreed de oude Hindenburg, bijna tachtig, door de juichende massa, af en toe halt houdend om een paar woorden te zeggen tegen zijn voormalige wapenbroeders.’

 

Wat heeft Hindenburg die dag gezegd tegen de oude kameraden. Het volgende: ‘Het verwijt dat Duitsland schuldig is aan de grootste van alle oorlogen, verwerpen wij, het Duitse volk, in alle toonaarden. Niet na-ijver, haat, of lust in veroveringen noopten ons naar de wapens te grijpen. Oorlog was onze laatste toevlucht en het plengen van de grootste offers door ons hele volk het laatste middel om ons prestige hoog te houden tegenover een menigte aan vijanden. Met een rein hart marcheerden we om het Vaderland te verdedigen en met reine handen hanteerden we het zwaard. Duitsland is altijd bereid om dat voor onpartijdige rechters te bewijzen.’

 

Wie die woorden op zich laat inwerken, ziet het vervolg op zich afkomen. Het Duitsland van Paul von Hindenburg kon simpelweg niet tegen zijn verlies. Duitsland ging nieuwe rampspoed tegemoet. Het zou uiteindelijk vergaan als de zeppelin die de nazi’s naar Hindenburg hadden vernoemd en die in 1937 bij New Jersey brandend ter aarde stortte.

 

008 Alexander Samsonov en de stilte van het pijnbomenbos (16 augustus 1914)

 

Hij durfde zijn tsaar niet meer onder ogen te komen. Dus klonk er een eenzaam schot in het pijnbomenbos. Alexander Samsonov, door de Duitsers in de tang genomen, glipt stilletjes weg uit de oorlog. Het tij is gekeerd bij Tannenberg. De kozakken gaan Berlijn niet halen.

De stilte van het pijnbomenbos

In tijden van oorlog is het wel zo nuttig als de legeraanvoerders in het veld met elkaar op kunnen schieten. Welnu, de Russen hebben in de openingsweken van de Grote Oorlog een serieus probleem van onverenigbare karakters aan de top.

Twee van hun legers, opgebouwd uit vijf korpsen, richten langs verschillende routes hun pijlen op Oost-Pruisen, in de bedoeling later de krachten te bundelen. Het Eerste Leger staat onder leiding van Pawel von Rennenkampf, de Russische generaal met de Duitse naam. Het Tweede Leger kent als commandant Alexander Samsonov, een veteraan van de Russisch-Turkse oorlog uit 1877-78, de Boksers-opstand in China van 1900 en de Russisch-Japanse Oorlog van 1904-05.  Samsonov is een ouwe vechtjas, die het Slavische ras superieur acht aan dat van de Teutoonse Germanen.

De twee, Rennenkampf en Samsonov, delen een geschiedenis. Ze hebben beiden gevochten in die Russisch-Japanse Oorlog, die op zo’n onterende  nederlaag voor de tsaar is uitgelopen. Het gele ras dat het blanke ras klop gaf: daar had men in de westerse wereld aan het begin van de eeuw behoorlijk van opgekeken.

Na de beslissende Slag bij Mukden, in Mantsjoerije, had Samsonov Rennenkampf grote verwijten gemaakt. Hij voelde zich in de steek gelaten. Op het station van Mukden moet Samsonov Rennenkampf tegen de grond hebben geslagen. Althans, dat beweerde een militaire waarnemer die van de partij was. Het ging om een Duitser, die we op de slagvelden van Oost-Pruisen in 1914 weer tegen zullen komen.

Vast staat dat Samsonov en Rennenkampf hun ruzie nog altijd niet hebben bijgelegd als ze van de tsaar samen op moeten trekken in Oost-Pruisen. Ze vertrekken apart van elkaar. Eenmaal voorbij de Mazurische Meren moet de aansluiting, bij Allenstein, plaats vinden. Daarna wacht Berlijn.

Er liggen aan het oostelijk front volop kansen voor de Russen, want de Duitsers zetten bijna al hun kaarten op een overrompeling in het westen. Het Von Schlieffen-plan schrijft dat voor. Von Schlieffen zelf is al gehemeld, maar zijn strategie ligt al jaren bij de Duitsers op de plank. Eerst in het westen via een machtige zwaai door België  Frankrijk oprollen en daarna de traag mobiliserende Russen in het oosten aanpakken: zo heeft Von Schlieffen het tot in detail uitgewerkt.

De Duitsers beschikken in de openingsfase van de oorlog aan hun oostzijde dan ook over maar één enkel leger: het Achtste onder leiding van de 65-jarige Maximilian von Prittwitz und Gaffron. Die heeft ook nog eens te maken met lastige strijdmakkers. Generaal Hermann von François onttrekt zich graag aan de bevelen van Von Prittwitz. Hij gaat voor zijn eigen aanvalsplannetjes, tot wanhoop van zijn superieur.

Het ziet er direct na de Russische inval niet best voor de Duitsers uit. Ze lijken Oost-Pruisen op te moeten geven. En dat vooruitzicht begint de Oberste Heeresleitung, ver weg in Koblenz, toch wel te benauwen. Oost-Pruisen heeft voor het keizerrijk een historische betekenis. Heden ten dage is het verdeeld over Polen, Rusland en Litouwen, maar het verleden ervan behoort toe aan de Oude Pruisen en de ridders van de Duitse Orde. Als de bakermat van het keizerrijk valt, dan moet ook voor Berlijn zelf gevreesd worden. Paniek breekt her en der al uit: ‘De Kozakken komen!’

Von Prittwitz lijkt niet tegen zijn taak te zijn opgewassen. Hij wil zich na de verloren slag bij Gumbinnen terugtrekken achter de rivier de Weichsel. In Koblenz valt dan het besluit om het front in het oosten te versterken. Manschappen zullen per trein van het westen naar het oosten worden overgebracht: een afzwakking van het Von Schlieffen-plan dat de Duitsers volgens sommige militaire historici de oorlog heeft gekost.

Samen met zijn chef-staf wordt Von Prittwitz ontslagen. Drie jaar later zal hij aan de gevolgen van een hartaanval sterven. De één jaar oudere Paul von Hindenburg neemt in augustus 1914 als bevelvoerder Von Prittwitz’ plaats aan het oostelijk front in. Opmerkelijk, want in 1911 was Hindenburg, een leerling van Von Schlieffen, al met vroegpensioen gegaan. Hindenburg krijgt ‘de held van Luik’, Erich Ludendorff, aan zijn zijde. In de trein op weg naar het oosten klikt het al meteen tussen die twee. Dat zal de rest van de oorlog zo blijven.

Nu moet de naam vallen van die Duitse waarnemer in Mukden, negen jaar eerder: Max Hoffman. Van deze even pientere als cynische officier komt het plan dat Ludendorff en Hindenburg na hun aankomst dankbaar zullen aanvaarden. Hoffman beseft dat het de Duitsers fataal wordt als de twee Russische legers de aansluiting tot stand brengen. Maar als ze eerst Samsonov en daarna Rennenkampf aan kunnen pakken, dan zijn er kansen voor Duitsland. Een Von Schlieffen-plan in het klein, goed beschouwd.

In een enorme frontzwaai, mogelijk gemaakt door hun uitstekende spoorwegennet, richten de Duitsers al hun slagkracht tegen Samsonov in het zuiden. Ludendorff moet het daags van tevoren nog dun door de broek hebben gelopen. Hij beseft dat nu voor Rennenkampf het veld open ligt. Maar dat risico moeten we incalculeren, besluit Hindenburg, kalm als altijd.

Het pakt perfect uit voor de Duitsers. Met toestemming van hogerhand richt Rennenkampf zijn aandacht op verovering van Köningsberg, het huidige Kaliningrad. Rugdekking voor Samsonov blijft zo uit. De communicatie tussen beide Russische legers is sowieso uiterst belabberd. De Duitsers slagen er moeiteloos in berichten te onderscheppen en te ontcijferen, zo er al van codering sprake is. Het leger van Rennenkampf ligt bovendien ver voor op het schema van Samsonov, die met veel zwaardere terreinomstandigheden te kampen heeft gehad. Bevoorrading van de troepen in de voorhoede is een logistieke nachtmerrie gebleken.

Arme Samsonov. Omdat de weerbarstige Von François ook Ludendorffs instructies in de wind heeft geslagen door voor zijn eigen aanvalsroute te kiezen, heeft Samsonov in al zijn optimisme kans gezien zijn troepen in het midden op te laten stomen naar de Weichsel, daarmee de afstand tot zijn beide flanken vergrotend. De koppigheid van Von François komt hem duur te staan. Stilaan dringt het tot Samsonov door dat hij niet een zich terugtrekkend leger achterna zit, maar juist tegenover een samengebalde troepenmacht komt te staan.

Samsonov weifelt nu, wat voor lafheid wordt aangezien door de commandant van het front in Oost-Pruisen, Yakov Jilinski, zelf bepaald geen toonbeeld van daadkracht. Samsonov krijgt het bevel zijn offensief in Oost-Pruisen onverdroten voort te zetten. Dat is Rusland immers aan zijn bondgenoot Frankrijk verplicht, hoe slecht het ook met de aanvoerlijnen en de munitieproductie in het land van de tsaar gesteld is. Manschappen volop, maar vooral hun artillerie legt het af tegen die van de Duitsers. Het optimisme dat de Russische legerleiding in Oost-Pruisen uitstraalt, wordt weerspiegeld in dat van de Oostenrijkers in het zuiden van Polen. Ook die denken een verslagen vijand op de hielen te zitten, om van een koude kermis thuis te zullen komen.

Zoals de Romeinen lang geleden bij Cannae door Hannibal in de tang werden genomen, zo zal het ook Samsonovs leger in de Kesselschlacht bij Tannenberg vergaan. Een clash van honderdduizenden speelt zich in de laatste dagen van augustus af. Samsonov mengt zich zelf ook in de strijd. Aan beide zijden ziet hij zijn leger vleugellam geraken op een terrein dat hem onvoldoende bekend is om de zaken ten goede te kunnen keren. De val klapt dicht voor Samsonov. Rennenkampf zal nog wel een poging wagen om zijn vervloekte collega uit de brand te helpen, maar dichter dan 72 kilometer komt hij niet in de buurt van diens omsingelde Tweede Leger.

Samsonov geeft op 28 augustus het bevel tot een algehele terugtocht, afgedwongen door het moordend artillerievuur van de Duitsers. Hij stapt dan op zijn paard in een kennelijke poging om uit de val te ontsnappen. Aan doden en gewonden zijn de verliezen aan Russische zijde meer dan dertigduizend in aantal. Nog eens negentigduizend zijn krijgsgevangen gemaakt. Samsonov is verslagen. De Duitsers, versterkt met 400 buitgemaakte kanonnen, hebben hun handen vrij om Rennenkampf bij de Mazurische Meren vanaf 9 september slag te gaan leveren. Ook daar zullen de Russen het hoofd moeten buigen in een wanordelijke exodus uit Oost-Pruisen, al is het fiasco er niet zo catastrofaal als dat van Tannenberg. De ronduit spectaculaire overwinning daar heeft in Duitsland mythische proporties aangenomen. Hindenburg en Ludendorff ontlenen er hun status van tactische genieën aan. Max Hoffmann wist beter. ‘Hier heeft generaal-veldmaarschalk Hindenburg vóór de Slag bij Tannenberg, na de Slag bij Tannenberg en, onder ons gezegd, ook tíjdens de Slag bij Tannenberg geslapen’, zo heeft hij na de oorlog enkele vrienden in het toenmalige hoofdkwartier rondgeleid.

Het drama van Samsonov is door Alexander Solzjenitsyn in zijn roman Augustus 1914 beschreven. Ook Barbara Tuchman verhaalt in De Kanonnen van augustus hoe het Samsonov moet zijn vergaan, nadat hij ’s nachts het plaatsje Willenberg heeft bereikt, vlakbij de Russische grens: ‘De generaal en zijn groep hadden gewacht in het bos tot het donker werd. Het was onmogelijk in het duister te paard over de moerassige grond verder te gaan. Ze trokken dus te voet voort. Hun lucifers raakten op en ze konden niet langer hun kompas lezen. Ze struikelden verder, hand in hand, om elkaar in het donker niet kwijt te raken. Samsonov, die aan astma leed, werd duidelijk vermoeider en zwakker. Hij bleef maar tegen zijn stafchef Potovsky zeggen: ‘De tsaar vertrouwde me. Hoe kan ik hem na zo’n ramp nog onder ogen komen?’ Na een afstand van zes mijl te hebben afgelegd, hielden ze stil om te rusten. Het was een uur ’s nachts. Samsonov verdween een ogenblik later in het dichte pijnbomenbos. Weer even later hoorden ze een schot. Potovsky wist meteen wat dit betekende. Al eerder op de dag had Samsonov gezegd dat hij zelfmoord wilde plegen, maar Potovsky meende hem daarvan te hebben afgebracht. Hij wist nu zeker dat de generaal dood was. Tuchman schrijft nog dat de Duitsers het lijk van Samsonov hebben begraven. Zijn weduwe mocht het in 1916 met hulp van het Rode Kruis naar Rusland laten overbrengen.

Pawel  von Rennenkampf is zijn Eerste Leger nog voorgegaan in de onbeslist geëindigde Slag bij Lodz, november 1914, maar daarna is de generaal met de weelderigste snor van heel het oostelijk front de laan uitgestuurd. Als na de Februari Revolutie een Voorlopige Regering aantreedt, belandt Rennenkampf alsnog in het gevang wegens zijn ondermaatse leiding in de openingsfase van de oorlog. Onder de bolsjewieken komt hij vrij. Hij duikt onder langs de kust van de Zee van Azov, waar hij zich voor een Griek uitgeeft. De bolsjewieken weten hem echter te traceren. Ze willen dat hij als commandant in het Rode Leger de burgeroorlog in gaat. Dat weigert Rennenkampf echter. Daarvoor krijgt hij op 1 april 1918 een kogel die hij, anders dan Samsonov, niet uit heeft mogen kiezen.