191 Lionel Dunsterville en de stad van de Grote Alexander (zondag 17 februari 1918)

Lionel Dunsterville

Lionel Dunsterville moet in Perzië een dam gaan opwerpen tegen oprukkende Turken en Duitsers. Of was het de Britten alvast te doen om de olievelden van de Kaukasus? Hoe dan ook, Tiflis haalt Dunsterville niet en Bakoe houdt hij niet.

  • Volgers van Veertien Achttien krijgen zowel het Word-bestand als de mp3 van deze aflevering over de mail.
Advertisements

066 Rudyard Kipling en de leugen van de vaders (zondag 26 september 1915)

‘If any question why we died / Tell them because our fathers lied’. Groot moet de wroeging van Rudyard Kipling, de grote schrijver van het Brits imperium, zijn geweest over de dood van zijn enige zoon. Aan het graf van ‘my boy Jack’, slachtoffer in de Slag bij Loos, heeft hij zelfs niet mogen staan. De zerk die inmiddels op St. Mary’s Cemetery wel de naam van John Kipling vermeldt, is onderwerp van controverse.

 

054 Lord Kitchener en de sok zonder naad (zondag 4 juli 1915)

De oorlog kon jaren gaan duren. Lord Kitchener had ervoor gewaarschuwd, in augustus 1914, maar hij was weggehoond. De koloniale ijzervreter bleek ook geen man voor de politiek te zijn. Het zou niet Kitcheners oorlog worden. Het jaar 1916 bracht behalve Kitcheners dood ook de dienstplicht en de Somme.

029 Paul von Lettow-Vorbeck en carnaval in de jungle (zondag 10 januari 1915)

Een dag na de wapenstilstand geeft een Duitser zich nog altijd niet gewonnen. Generaal Paul von Lettow-Vorbeck trekt 12 november 1918 nog maar eens ten strijde. Met zijn Afrikaans legertje heeft hij vier jaar lang kat en muis in de jungle gespeeld. Het respect voor hem houdt ook na de oorlog aan, zelfs als hij berooid achterblijft te midden van de puinhopen van nazi-Duitsland.

Carnaval in de jungle

Als op 11 november 1918 de wapenstilstand wordt uitgeroepen, is het nog niet met Duitsland gedaan. Een dag later levert een Duitse commandant nog slag met de vijand. Het is een Duitser van wie je moeilijk kan beweren dat hij de oorlog verloren heeft. Paul Emil von Lettow-Vorbeck is vier jaar lang fier overeind gebleven in de rimboe van Oost-Afrika.

Een thriller in al te veel delen was de oorlog op het Europese vasteland, maar het oorlogje dat Von Lettow  in Afrika voerde, laat zich lezen als een spannend jongensboek. Niet voor niets duikt de generaal in 1993 op in een aflevering van The Young Indiana Jones Chronicle, de tv-variant van de bioscoophits met Harrison Ford. Op enig moment heeft Indiana Jones de kans om Von Lettow  neer te schieten, maar hij laat ‘m de vrijheid. De Duitser beantwoordt dat even grootmoedig. Hij geeft zijn kompas aan Indiana Jones en de twee gaan als vrienden uiteen.

Pure fantasie, uiteraard. Von Lettow liet zich niet kooien. Maar toch, die verbroedering met Indy verwijst wel naar de werkelijkheid. Von Lettow kon tijdens, maar ook lang na de oorlog rekenen op groot respect van zijn tegenstanders. Neem de Zuid-Afrikaanse generaal Jan Smuts, die in 1916 vruchteloos achter Von Lettow aan zat. Tot rancune heeft dat bij Smuts niet geleid. In de jaren na de Tweede Wereldoorlog leed Von Lettow een deerniswekkend bestaan tussen de ruïnes van nazi-Duitsland. De bejaarde generaal moest als tuinman zijn kostje bij elkaar zien te scharrelen. Toen Smuts hoorde van dat trieste lot, schoot hij zijn oude plaaggeest financieel te hulp.

***

We pikken Von Lettow op in 1907, als de Duitsers er in het westen van Afrika eindelijk in zijn geslaagd een opstand van de Herero en de Nama de kop in te drukken. Voor dat laatste volk is ook de denigrerende benaming Hottentotten in zwang. Von Lettow heeft als commandant actief deelgenomen – hij raakte ook gewond – aan wat wel beschouwd wordt als de eerste genocide van de twintigste eeuw.

Alleszeggend was het Vernichtungsbefehl dat generaal Von Trotha de Herero voor had gehouden. Vernichtungsbefehl, het woord werpt zijn schaduw vooruit in het Duitsland van de twintigste eeuw: ‘Binnen de Duitse grenzen zal iedere Herero met of zonder geweer, met of zonder vee, worden neergeschoten’, zo beveelt Von Trotha. ‘Ik neem geen vrouwen en kinderen meer op, ze worden naar hun volk teruggedreven of ik laat op ze schieten.’ Honderd jaar na dato  heeft Duitsland zich verontschuldigd voor de gewelddadige dood van tienduizenden Herero en Nama tussen 1904 en 1908. Maar verzoeken om financiële genoegdoening vanuit Namibië, voormalig Duits Zuidwest-Afrika, is het af blijven wijzen.

Net als Von Lettow had ook Von Trotha ervaring opgedaan tijdens het beteugelen van de Bokseropstand in China. Duitsland mocht dan een laatkomer zijn in koloniaal Afrika en ook grote moeite hebben om winst uit zijn overzeese gebieden te persen, het duldde geen tegenstand van inferieure rassen. Koloniaal bewind ging bij de Duitsers met de zweep gepaard. De Afrikaanse bezittingen van de Duitsers vielen in vier aparte delen uiteen.

In de eerste oorlogsmaand, augustus 1914, valt Togo al, maar pas nadat bevelhebber Von Doering er de zendmast van het belangrijkste overzeese radiostation van Duitsland omver heeft gehaald. Het Duitse verzet in Kameroen is taaier. Pas in februari 1916 weten de Engelsen en Fransen er definitief hun heerschappij te vestigen. Regenbuien teisterden de troepen, terwijl er meer doden door tropische ziekten vielen dan in de strijd.

Nog dieper in het continent mag Duits Zuidwest-Afrika worden opgerold door Zuid-Afrikanen, aangevuld met Rhodesiërs. Alvorens naar Windhoek op te kunnen trekken heeft generaal Botha wel eerst in Zuid-Afrika een opstand onder zijn eigen Boeren in de kiem moeten smoren. Windhoek, hoofdstad van Duits Zuidwest-Afrika, valt in mei 1915.

Blijft Duits Oost-Afrika over, het gebied dat grofweg overeenkomt met Burundi, Rwanda en Tanganyika (het vasteland van Tanzania). Dit wordt het speelterrein van het legertje van Von Lettow, al zal hij op zijn lange tochten ook de grens met Rhodesië en Portugees Oost-Afrika over gaan steken. Von Lettow weet dat hij een confrontatie met de veel grotere troepenmacht aan geallieerde zijde moet voorkomen. Hij beperkt zich daarom tot kleinschalige operaties; een guerrilla, maar dan zonder revolutionaire pretenties in het koloniale achterland van Groot-Brittannië, België en Portugal.

De auteur Strachan nuanceert het succes van Von Lettow afgezet tegen het doel dat hij nastreeft: door speldenprikken van zijn Schutztruppen zoveel mogelijk geallieerde troepen bij het front in Europa weghouden. Volgens Strachan kwamen van de 160.000 manschappen die achter Von Lettow aan hebben gezeten, maar weinigen voor het westelijk front in aanmerking. Het was een bont gezelschap van Indiërs en Afrikanen onder Brits bevel, terwijl in 1917 ook de Belgen, vanuit de Congo, en Portugezen, vanuit hun deel van Oost-Afrika, de achtervolging op Von Lettow in waren gaan zetten – zonder succes dus.

Von Lettow moest het met een man of 15.000 doen. Ook bij hem waren de Duitsers zelf in de minderheid. In de rimboe van Afrika, waar van de tseetseevlieg meer gevaar uitging dan van de eigenlijke vijand, stonden blanke soldaten gelijk aan ‘wandelende ziekenhuizen’. Askari, wat zoveel als ‘soldaten’ betekent, vormden de bulk van Von Lettows armee. Ze waren  gründlich gedisciplineerd en ook beter betaald dan de inheemse troepen bij de Britten. Als in de jaren zestig de Bondsrepubliek besluit de nog in leven zijnde askari uit ‘14-‘18 financieel te ondersteunen, kunnen er maar weinig op papier bewijzen dat ze Duitsland gediend hebben. Een Duitse bankier weet een list. Wie een bezem kan presenteren als een geweer, krijgt zijn geld. Van het driehonderdtal askari dat zich voor de achterstallige soldij heeft gemeld, slaagt iedereen voor de test.

De zegepraal van Von Lettow neemt november 1914 een aanvang. Een schamel Indisch expeditieleger lanceert een amfibische aanval op de havenplaats Tanga. Ondanks een overmacht van 8 staat tot 1, moeten de Indiërs terug hun boten in. Voor de manschappen van Von Lettow laten ze bovendien een karrenvracht aan munitie en wapentuig achter.

Toch besluit Von Lettow wijselijk de zee de rug toe te keren en het binnenland in te trekken. Op 12 januari 1915 had een handjevol Duitsers en hun askari ook het eiland Mafia voor de kust op moeten geven. En in juli van dit jaar ging de Duitse kruiser Köningsberg ten onder in de Rufiji-delta. De kanons van het schip werden nog wel ontmanteld en toegevoegd aan de schaarse artillerie waarover Von Lettow beschikte. Daarna was het kat en muis in de jungle.

Tot tweemaal toe probeerden in 1917 de Duitsers met een luchtschip vanuit Europa de ingesloten troepen van Von Lettow te bevoorraden. Het mislukte beide keren, maar echt nodig was de reddingsactie ook niet. Von Lettow slaagde er zelf wel in om zijn leeftocht aan te vullen.

‘De leeuw van Afrika’ was niet te temmen. Na een bliksemaanval dook hij met zijn mannen snel weer onder tussen bos en berg. In 1926 publiceerde Von Lettow ‘Mijn herinneringen aan Oost-Afrika’. Een fragment: ‘Velen liepen barrevoets en dikwijls trapten ze in dorens. Menigmaal trok een van hen tijdens de mars resoluut zijn mes en sneed een heel stuk vlees uit zijn gewonde voet. Dan marcheerde hij weer verder. Na de dragers, kwamen de vrouwen, de ‘Bibi’. Vele askari hadden hun vrouwen en kinderen meegenomen op de tocht en tijdens de marsen bracht de ooievaar menig kind.’ Iets verderop vervolgt Von Lettow: ‘Ze hielden allemaal van bonte kleuren en wanneer er een groot aantal bontgekleurde doeken was buitgemaakt, zag de kilometerslange stoer eruit als een carnavalsoptocht.’

Op 12 november 1918, een dag na de wapenstilstand aan het westelijk front,  nemen de askari het nog op tegen de King’s African Rifles. Weer een dag later hoort Von Lettow dat de oorlog in Europa voorbij is. Hij geeft zich op 25 november over. Gevoelens van schaamte en bewondering strijden bij de geallieerden om voorrang als ze zien hoe gering in aantal hun vijand was: niet meer dan enkele duizenden.

Von Lettow wordt als een held in het naoorlogse Duitsland onthaald. Samen met 120 van zijn mannen, in hun gehavende uniformen, paradeert hij in 1919 onder de Brandenburger Tor door.  Aan die parade neemt ook Heinrich Schnee deel, de gouverneur van Duits Oost-Afrika. Schnee had het liefst zijn kolonie buiten de oorlog gehouden, maar tegen de militaire dadendrang van zijn bevelhebber Von Lettow bleef hij de oorlog lang niet opgewassen.

Von Lettow ziet het naoorlogse Duitsland in klassenstrijd verzinken en neemt in Hamburg de wapens tegen communistische opstandelingen op. In 1920 leent hij zijn troepen ook uit voor de rechts-reactionaire Kapp Putsch. Die mislukt en daarmee is in de Weimar Republiek ook het militaire lot van Von Lettow bezegeld.

Als Hitler aan de macht komt, ligt voor de oorlogsheld een prominente rang klaar. Hij mag ambassadeur in Groot-Brittannië worden, maar de conservatief Von Lettow laat zich niet voor het karretje van de proleet Adolf Hitler spannen. In toespraken pleit hij niet alleen voor teruggave van de Duitse koloniën, maar keert hij zich ook tegen de nazipolitiek. Joseph Goebbels besluit hem het zwijgen op te leggen. Wel laat hij zich in 1938 nog tot generaal voor bijzondere aangelegenheden benoemen. Maar actieve dienst in de Wehrmacht zal hij niet nemen, anders dan zijn beide zonen Rüdiger en Arnd. Ze sneuvelen beiden. En als in 1945 ook het huis van Von Lettow plat wordt gebombardeerd, ziet de oorlogsheld van weleer zich tot de bedelstaf veroordeeld. Maar dan is daar dus Jan Smuts, zijn oude rivaal uit de Grote Oorlog, die voor een maandelijkse toelage van 200 mark zorgt.

In 1953 maakt Von Lettow op initiatief van een Duits tijdschrift de reis terug naar Namibië en Tanzania. In Dar es Salaam wordt hij enthousiast ontvangen. Zijn reisverslag geeft hij als titel mee ‘Afrika zoals ik het terugzag’.

Paul von Lettow-Vorbeck sterft te Hamburg in 1964, bijna 94 jaar oud. Bij de uitvaart houdt de minster van Defensie een lijkrede en ook enkele van Von Lettows askari zijn voor de plechtigheid overgekomen. De rehabilitatie lijkt compleet, al zullen ze in de DDR Von Lettow herdenken als een ‘koloniale mummie’.