201 Gavrilo Princip en de koude ketting in bed (zondag 28 april 1918)

Gavrilo Princip

Gavrilo Princip

Was Gavrilo Princip de moordenaar van twee mensen, aartshertog Franz Ferdinand en zijn vrouw, of van tien miljoen? Hij loste in Sarajevo de eerste schoten van de oorlog. Tweehonderd weken in een koude cel later bezweek Gavrilo Princip aan de tering.

De koude ketting in bed

Tweehonderd weken heeft Gavrilo Princip in de afzondering van een kille cel de consequenties van zijn ene daad kunnen overdenken. Maar de vraag is of hij wel weet heeft gehad van de Marne en de Drina, de Tigris en de Somme, de Isonzo en de San – al die stromen van bloed die zijn gaan vloeien nadat híj op 28 juni 1914 in Sarajevo de trekker overhaalde en het leven nam van de troonopvolger van Oostenrijk-Hongarije en, zij het per ongeluk, diens vrouw. Schuilt achter causaliteit een morele dimensie? Is Gavrilo Princip de moordenaar van twee mensen of, zij het per ongeluk, van tien miljoen?

De Nederlands-Amerikaanse schrijver Hans Koning heeft in zijn roman ‘Death of a schoolboy’ een poging gewaagd de ziel van Gavrilo Princip bloot te leggen. Koning laat hem dit zeggen: ‘Het is van essentieel belang voor me niet in de verleiding te komen een persoonlijk drama te maken van wat er gebeurd is. Als ik dat deed, zou ik ellendig en eenzaam zijn. En dat ben ik geen van beide.’ Waarna de cipier de cel betreedt en de ketting van Gavrilo losmaakt van de ring in de stenen wand, zodat hij naar zijn brits kan lopen voor de nacht. ‘Ik leg de ketting onder de deken tegen me aan. Het koude metaal tegen mijn lichaam geeft me even een schok, maar dat gaat voorbij. Eerst liet ik de ketting altijd buiten mijn deken hangen, maar ik ontdekte dat het ding op die manier als een soort afvoerbuis werkte waardoor al mijn lichaamswarmte wegvloeide, zodat ik tegen de ochtend versteend was.’

***

Het verzet zit in de genen. De grootvader van Gavrilo Princip neemt in 1875 deel aan de opstand tegen de Ottomaanse heersers, die in Herzegovina aanvangt en op Bosnië overslaat. Gavrilo Princip wordt in 1894 geboren in een land waaruit de Turk is verdreven. Oostenrijk-Hongarije voert er nu het bewind. Er wordt flink geïnvesteerd in het nieuwe wingewest. De hoofdstad Sarajevo krijgt in 1885 de primeur van Europa’s eerste elektrische tram, die van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat over de boulevard rijdt. De nieuwe eeuw kan beginnen.

Gavrilo komt uit een Bosnisch dorp, niet ver van Kroatië. Zijn vader is een arme boer die ook de post bezorgt. Van de negen kinderen uit het gezin halen er zes de volwassenheid niet. Ook Gavrilo is zieltogend ter wereld gekomen en hij zal een iel ventje blijven. Op de dorpsschool legt hij echter een grote ijver aan de dag. Dertien jaar oud reist hij naar Sarajevo, om er onder de hoede van een oudere broer een studie aan te vangen. Het wordt alleen geen militaire opleiding, zoals hij zich had voorgenomen, maar de handelsschool. Hij verslindt de avonturenromans van Sir Walter Scott en Alexandre Dumas; zwelgt in heroïsche sagen uit het Servisch verleden; maakt zich het socialisme en het anarchisme eigen; en neemt zich voor de straatarme boeren op het platteland te gaan wreken.

In 1911 voegt hij zich bij een revolutionaire studentenbeweging die zich Jong Bosnië noemt. De leden nemen een ascetische levensstijl aan. Alcohol, seks en tabak mogen niet in de weg staan van hun patriottische ideaal. Dat is de vereniging van alle Zuid-Slaven, vrij van vreemde overheersing. Niet alleen orthodoxe Serviërs, ook katholieke Kroaten en islamitische Bosniakken maken deel van dat Jong Bosnië uit.

Na aan een demonstratie tegen het bewind deelgenomen te hebben, wordt hij van school verwijderd. Hij trekt naar Belgrado. Eenmaal voorbij de grens met Servië kust hij eerst de grond. Het kleine koninkrijk moet zijn vrijheid gaan verdedigen in een Balkanoorlog. Gavrilo wil zijn aandeel in die strijd leveren, maar hij komt niet door de selectie: te fragiel voor de troepen. Gekrenkt neemt hij zich voor zijn volk dan maar te gaan dienen door zichzelf te offeren, zoals zijn held Bogdan Zerajic dat heeft gedaan. Na een mislukte aanslag op de gouverneur van Bosnië, heeft die in 1911 de hand aan zichzelf geslagen.

Gavrilo Princip en zes andere samenzweerders staan op 28 juni 1914 in Sarajevo langs de kant van de weg. Ze komen Franz Ferdinand, de gehate satraap uit het Habsburgse huis, vermoorden. Nedeljko Cabrinovic gooit een bom. Die mist zijn doel. Snel drinkt Cabrinovic zijn flesje gif leeg en springt in de rivier. Levend wordt hij op het droge getrokken. Later op de middag schiet Gavrilo Princip met zijn Browning revolver, van Belgische makelij, twee keer raak. Voor ze hem wegsleuren van de locus delicti, neemt hij nog zijn slok cyanide. Maar ook Gavrilo Princip blijft in leven.

Als opgeschoten knullen gaan ze met gekruiste armen op een bankje in de rechtszaal hun straf afwachten. Drie van de zeven zullen de doodstraf krijgen. Princip en Cabrinovic, de twee die daadwerkelijk in actie zijn gekomen, zijn daar te jong voor: net geen twintig. Ze gaan beiden voor twintig jaar de cel in, maar Cabrinovic komt al in 1916 aan tuberculose te overlijden. Van Princip moet een arm geamputeerd worden, voordat ook hij aan de tering bezwijkt. Als hij op zondag de 28e april 1918 overlijdt, weegt hij nog maar 40 kilo.

Toen Gavrilo eens in de nacht wakker werd gemaakt om naar een andere cel overgebracht te worden, beet hij dit zijn gevangenisdirecteur toe: ‘Het is niet nodig me naar een gevangenis af te voeren. Mijn leven is al aan het afnemen. Ik stel voor dat jullie me aan een kruis nagelen en me levend verbranden. Mijn vlammend lijf zal als een toorts mijn volk verlichten op zijn weg naar vrijheid.’

Algemeen wordt aangenomen dat Princip en de zijnen geen fanatieke eenzaten waren. Dat ze vanuit Servië werden aangestuurd, lijdt geen twijfel. Maar daarmee is nog niet gezegd dat hun missie door Servië op touw was gezet. Centraal in het schimmenspel, waarin de Servische verantwoordelijkheid voor de Grote Oorlog lastig te ontwaren valt, staat de persoon van Dragutin Dimitrijevic – ‘een man die niet wist waar de grenzen van macht en verantwoordelijkheid lagen’. In de geheime kringen waarin hij zich bewoog, bediende Dimitrijevic zich van de codenaam Apis. Die had hij ontleend aan de heilige stier waarin de oude Egyptenaren zowel een vruchtbaarheidssymbool als een dodengod zagen. De droom van Apis was die van een Groot-Servië.

Deze Dimitrijevic had in 1903 met een groep getrouwen het koninklijk paleis van Servië bestormd. Ze leegden hun revolvers op koning Alexander en zijn vrouw Draga; takelden hun lichamen met sabels toe; en smeten het vorstenpaar uit het raam. De drie kogels waar Dimitrijevic tijdens de coup zelf tegenaan liep, zou hij de rest van zijn leven met zich meedragen. Door het parlement gekroond als ‘redder van het vaderland’ ging Dimitrijevic in de Balkanoorlogen een volgende heldenrol spelen. En hij smeedde een geheim genootschap onder een naam die van bravoure getuigde: Zwarte Hand. Jonge mannen die tuberculose onder de leden en dus weinig toekomst voor zich hadden, lieten zich het makkelijkst werven.

Van de Zwarte Hand – niet van Dimitrijevic zelf maar van een van zijn trawanten, majoor Voja Tankosic – kregen de aanslagplegers van Sarajevo in Servië hun moordtuig en hun zelfmoorddrankje, dat zo weinig probaat zou blijken. Moeiteloos konden ze de grens met Bosnië passeren. Werd daarbij van hogerhand een oogje dichtgeknepen? Wist premier Nikola Pasic van de hoed en de rand? Het relaas dat onderwijsminister Ljuba Jovanovitch tien jaar na dato liet optekenen, getuigt daarvan. ‘Ik herinner mij dat op een dag, ergens eind mei of begin juni, meneer Pasic ons mededeelde dat bepaalde personen op weg waren naar Sarajevo om Franz Ferdinand te vermoorden.’ Zijn angstige voorgevoelens liet Jovanovitch door een majoor wegnemen. Het was misschien een ongunstig moment, maar als er oorlog van kwam, dan konden ze zich van Russische ruggensteun verzekerd weten.

Is dat ook Pasic z’n afweging geweest? Laat maar, het zij zo, komt goed? Zat daar dan soms het idee achter van de Servische journalist die al in 1898 een Engelse minister had toevertrouwd dat ‘wij Serviërs leven in de hoop iets voor onszelf te krijgen uit de wereldbrand, wanneer die plaatsvindt.’ Of heeft Pasic wel degelijk geprobeerd Apis tot de orde te roepen? Volgens een theorie heeft de Zwarte Hand te elfde ure geprobeerd de aanslag af te blazen, maar lieten Princip en de zijnen, ongebonden als ze waren, zich door niets of niemand commanderen. Hoe dan ook, voor Oostenrijk-Hongarije was in de julidagen van 1914 een diepgaand onderzoek niet nodig. Wenen was het klip en klaar dat Belgrado de volledige schuld aan de moord op Franz Ferdinand en zijn Sophie droeg. De volledige bekentenis die drie van de moordenaars op 2 juli hadden afgelegd, sterkte Wenen in die overtuiging.

Bekend is dat Pasic erin was geslaagd een medewerker te laten infiltreren in de Zwarte Hand, dat zich als een gevaarlijke concurrent van de regering had opgeworpen. Als hoofd van de inlichtingendienst had Dimitrijevic al een voet tussen de deur van de macht. Binnen zou hij niet weten te komen. In juni 1917 speelde Pasic het klaar om kolonel Dimitrijevic voor een executiepeloton te leiden. De dubieuze aanklacht luidde dat Dimitrijevic plannen had gehad om kroonprins Alexander om zeep te brengen.

***

Gavrilo Princip zag zichzelf eerst als Joegoslaaf en dan pas als Serviër. De nationalisten die, honderd jaar na zijn geboorte, op de ruïnes van Joegoslavië elkaar naar het leven gingen staan, konden met zijn herinnering daarom moeilijk uit de voeten. De oorlog van Gavrilo Princip, een zelfverklaard atheïst, kon bovendien onmogelijk heilig zijn.

In het Joegoslavië van Tito was Gavrilo Princip bij menig patriot nog voor een held doorgegaan, of ten minste voor een ‘primitieve rebel’. Het was op het trottoir van de Appelkade in Sarajevo mogelijk om letterlijk in zijn voetstappen te gaan staan. Machtig gevoel moet dat zijn geweest: voor even bezit te nemen van hét kruispunt in de contemporaine geschiedenis. Maar in de jaren negentig kwamen vanuit de heuvels rondom Servische snipers de Bosnische hoofdstad gijzelen en wist Sarajevo niet hoe snel het zijn stoep schoon moest vegen van Gavrilo Princip, de zelfmoordterrorist.

Op de Balkan wordt de geschiedenis om de zoveel jaar herschreven. Vergevingsgezindheid is bepaald niet het leidend criterium. De oudste zoon van Franz Ferdinand moet daar wel toe in staat zijn geweest. Mede namens zijn broer en zus schreef hij Gavrilo Princip dat zij hem vergaven. Maar heeft Gavrilo in zijn cel die brief wel gekregen? En zou hij het zichzelf überhaupt hebben kunnen vergeven: de dood van die twee, laat staan van al die miljoenen?

Advertisements

126 Franz Joseph en de ogen van de waarzegster (zondag 19 november 1916)

‘Mij blijft niets bespaard’, verzucht keizer Franz Joseph van Oostenrijk-Hongarije na de moordaanslag op zijn vrouw Elisabeth, die hem postuum als Sissi naar de kroon zal blijven steken. Al eerder ook van zijn zoon beroofd, krijgt de stokoude vorst in 1914 het lot van de wereld toegespeeld

118 David Lloyd George en de Keltische magie (zondag 24 september 1916)

‘De premier die de oorlog won’ kon de verkiezingen erna ook niet verliezen. David Lloyd George, de Welsh Wizard, leek voorbestemd om voor altijd de Britse regering aan te voeren. Maar zijn Werdegang stemt droevig: in full colour is gefilmd hoe hij op Berchtesgaden zich genoeglijk met Adolf Hitler onderhoudt.

085 Conrad von Hötzendorf en het gevaar van de kleine adder (zondag 6 februari 1916)

Hotzendorf

Briljant tacticus en strateeg. Die reputatie genoot de aanvoerder van het Oostenrijks-Hongaarse leger, Conrad von Hötzendorf. Hij heeft het in de Grote Oorlog niet waar kunnen maken. Toch nog 100.000 mensen bij zijn begrafenis in het Wenen van 1925.

072 Winston Churchill en zijn eigen geschiedenis (zondag 7 november 1915)

‘Larger than life’ is sir Winston Churchill, groter dan de Grote Oorlog ook. Hij is in 1940 niet zoveel anders dan in 1914: klaar voor de strijd. Maar de man die Hitler ging stoppen, had als minister in de Eerste Wereldoorlog vooral hoon geoogst. Uit op eerherstel ging hij zelf bij Ploegsteert meevechten, onder het motto ‘als je niet kunt lachen, grijns dan’.